Besluit houders van dieren

Huidige tekst

Artikel 2.5 Besluit houders van dieren

Geldt sinds 1 juli 2023

Verlichting en ventilatie 1 Onverminderd artikel 1.8, eerste lid, wordt een dier niet permanent in het duister of in kunstlicht gehouden zonder dat dit voor een passende periode wordt uitgeschakeld en is, indien het beschikbare natuurlijke licht niet voldoende is voor de ethologische en fysiologische behoeften van het dier, in de ruimte waarin het dier wordt gehouden geschikt kunstlicht aanwezig. 2 In een ruimte waarin dieren worden gehouden is voldoende verlichting aanwezig voor een grondige controle van die dieren op elk willekeurig tijdstip. 3 Het materiaal dat wordt gebruikt voor de behuizing waarin een dier wordt gehouden is niet schadelijk voor het dier en kan grondig gereinigd en ontsmet worden. 4 De luchtcirculatie, het stofgehalte van de lucht, de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de gasconcentraties in de omgeving van het dier zijn niet schadelijk voor het dier. 5 Indien de gezondheid en het welzijn van een dier afhankelijk is van een kunstmatig ventilatiesysteem, is dat voorzien van een noodsysteem waarmee voldoende verse lucht kan worden aangevoerd om de gezondheid en het welzijn van het dier te waarborgen als het hoofdsysteem uitvalt. 6 Indien het ventilatiesysteem, bedoeld in het vijfde lid, uitvalt, treedt een alarmsysteem in werking. 7 Voeder- of drinkinstallaties zijn zo ontworpen, gebouwd en geplaatst dat het gevaar voor verontreiniging van voer en water, alsmede mogelijke schadelijke gevolgen van rivaliteit tussen dieren tot een minimum worden beperkt. 8 De in dit artikel bedoelde apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van een dier wordt ten minste eenmaal per dag gecontroleerd. 9 Indien bij de controle, bedoeld in het achtste lid, of bij de krachtens het tiende lid voorgeschreven test, defecten worden geconstateerd, worden deze onmiddellijk hersteld of, indien herstel niet mogelijk is, worden de nodige maatregelen getroffen om de gezondheid en het welzijn van het dier veilig te stellen. 10 Het noodsysteem, bedoeld in het vijfde lid, en het alarmsysteem, bedoeld in het zesde lid, voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. Deze eisen hebben in elk geval betrekking op: a.technische aspecten van het systeem, b.het gebruik van het systeem, en c.het testen van het systeem. 11 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het door de houder opstellen en bijhouden van een alarmplan en de daarin op te nemen zaken. 12 Door de houder kunnen ten behoeve van het alarmplan de navolgende persoonsgegevens worden verwerkt, voor zover die gegevens betrekking hebben op personen aan wie in het alarmplan de taak van alarmopvolger is toebedeeld: a.naam, b.contactgegevens. 13 De in het twaalfde lid bedoelde persoonsgegevens worden binnen twee weken nadat aan de desbetreffende persoon in het alarmplan niet langer de taak van alarmopvolger is toebedeeld door de houder vernietigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:855Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Onthouden van de nodige verzorging aan 19 honden. 1. Klacht over de motivering van ’s hofs oordeel dat sprake is van het onthouden van de nodige zorg en 2. Klacht over ’s hofs oordeel…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:2201Gerechtshof Den Haag, 19 november 2024 (verbintenissenrecht)

    Verzekeringsrecht. Dierenverzekering Agrarisch. Uitsluitingsclausule. Uitleg van de polisvoorwaarden. Beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

  • ECLI:NL:CBB:2024:823College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 november 2024 (bestuursrecht)

    Last onder bestuursdwang en last onder dwangsom. Maatregelen uit een last moeten in voldoende mate zijn toegespitst op de dieren en locaties ten aanzien waarvan een overtreding is geconstateerd. De…

  • ECLI:NL:CBB:2024:546College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 augustus 2024 (bestuursrecht)

    Kostenbesluit na toepassing bestuursdwang. Het toepassen van bestuursdwang is feitelijk handelen, waartegen geen bezwaar en beroep openstaat. Het meevoeren van runderen was noodzakelijk en…

  • ECLI:NL:CBB:2024:476College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 juli 2024 (bestuursrecht)

    Handhavingsverzoek is terecht afgewezen. Wakker Dier heeft in 2021 een handhavingsverzoek ingediend naar aanleiding van de uitkomst van de inspecties door de NVWA in 2018 bij diverse…

  • ECLI:NL:CBB:2022:482College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26 juli 2022 (bestuursrecht)

    Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb. Afwijzing verzoek beperkte kennisname van de namen en adressen van varkensbedrijven in inspectieverslagen.

  • ECLI:NL:CBB:2021:266College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 maart 2021 (bestuursrecht)

    Invorderingsbesluit; ontbreken comfortabele en zindelijke ligruimte kalveren; niet voldaan aan last. Overschrijding redelijke termijn.

  • ECLI:NL:CBB:2015:48College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 februari 2015 (bestuursrecht)

    last onder dwangsom, overbezetting, strijd met artikel 2.1 Wet dieren en artikel 1.6 van het Besluit houders van dieren, last beschrijft de herstelmaatregel niet voldoende concreet. De door…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.