Huidige tekst
Artikel 1.46 Besluit houders van dieren
Vaccinatie Q-koorts 1 Een houder van schapen of geiten laat de dieren tegen Q-koorts vaccineren in de volgende gevallen: a.de houder houdt meer dan 50 schapen of geiten op een inrichting ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk of voor de opfok ten behoeve van die productie; b.de houder houdt schapen of geiten op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren; c.de dieren worden vervoerd naar een inrichting als bedoeld in onderdeel a of b; d.de dieren worden vervoerd naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement. 2 De houder, bedoeld in het eerste lid, laat de dieren vaccineren ten minste drie weken en ten hoogste twaalf maanden voorafgaand aan: a.de openstelling voor het publiek van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; b.het dekken door, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden van de dieren, indien de dieren worden gehouden op een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b; c.het vervoer van de dieren naar een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b; of d.het vervoer van de dieren naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement. 3 De houder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, laat de dieren opnieuw vaccineren binnen twaalf maanden na de vaccinatie, bedoeld in het tweede lid, en vervolgens elke twaalf maanden. 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op schapen of geiten die: a.in hun eerste levensjaar worden geslacht en die geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of b.jonger zijn dan drie maanden.