Besluit houders van dieren

Huidige tekst

Artikel 3.2 Besluit houders van dieren

Geldt sinds 1 juli 2014

Vastleggen van een hond 1 Het bevestigingsmiddel, waarmee de hond is vastgelegd, en de halsband, waaraan dat middel is bevestigd, zijn zodanig ontworpen dat er geen wurging of verwonding bij de hond optreedt. 2 Het bevestigingsmiddel heeft een zodanige lengte dat het dier voldoende bewegingsruimte wordt gelaten. 3 De hond wordt niet door obstakels belemmerd in de bewegingsvrijheid die hem door het bevestigingsmiddel, bedoeld in het eerste lid, wordt gelaten. 4 De hond heeft toegang tot een hok dat: a.voldoende ruimte biedt aan die hond; b.de hond bescherming biedt tegen nadelige weersinvloeden en kou; c.eenvoudig kan worden gereinigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2021:291College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10 maart 2021 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening; Wet dieren; last onder bestuursdwang

  • ECLI:NL:CBB:2017:92College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 maart 2017 (bestuursrecht)

    Last onder dwangsom vanwege overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Het hok in de kennel is te klein en het hok geeft onvoldoende bescherming tegen nadelige weersinvloeden.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.