Besluit houders van dieren

Huidige tekst

Artikel 1.3 Besluit houders van dieren

Geldt sinds 1 januari 2026

Verboden gedragingen ten aanzien van dieren Als gedragingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de wet worden aangewezen: a.het zich ontdoen van een dier; b.het schoppen van een dier; c.het zodanig slaan van een dier dat dit letsel ten gevolge heeft; d.het onderwerpen van een dier aan een explosieve, bijtende of brandende stof; e.het weiden van een dier op niet beweidbaar land of, anders dan voor korte duur, weiden op slecht beweidbaar land; f.het zich vervoeren of verplaatsen, het zich laten vervoeren of laten verplaatsen of een ander doen vervoeren of doen verplaatsen op een dier of in of op een vervoermiddel dat wordt voortbewogen door een dier, indien dat vervoeren of verplaatsen de krachten van dat dier kennelijk te boven gaat, of indien het dier daartoe kennelijk niet geschikt is; g.het gebruik van of het vastbinden of aanlijnen van een dier met een voorwerp waarmee het dier door middel van scherpe uitsteeksels pijn kan worden toegebracht; h.het gebruik van apparatuur die geschikt is om aan een hond stroomstoten af te geven, met uitzondering van: 1°. het gebruik daarvan bij het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen; 2°. het gebruik daarvan in de uitvoering van de taak van de politie of de politietaken van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 3, onderscheidenlijk artikel 4, van de Politiewet 2012, in de uitvoering van de taken van de krijgsmacht, bedoeld in artikel 97 van de Grondwet, in de uitvoering van een overheidstaak in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel of bij het trainen ten behoeve van de uitvoering van deze taken door de betrokken overheidsorganisatie, voor zover het met dat gebruik beoogde doel dit rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt; 3°. het gebruik van elektrische afrastering; i.het gebruik van een elektrisch veedrijfmiddel met het oogmerk een dier dat met het oog op de productie van dierlijke producten bedrijfsmatig wordt gehouden voort te drijven, met uitzondering van: 1° het gebruik ervan in slachthuizen als bedoeld in verordening (EG) nr. 1099/2009; 2° het gebruik ervan bij het laden van transport dat vanuit Nederland naar een ander land gaat of bij het lossen van transport dat vanuit een ander land afkomstig is als bedoeld in verordening (EG) nr. 1/2005; 3° het gebruik ervan door een dierenarts bij het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, voor zover dat daarvoor noodzakelijk is; 4° melkrobots die geautomatiseerd aan het dier een stroomstoot afgeven om het apparaat te verlaten als het dat niet uit zichzelf doet, mits de stroomstoot voor het dier steeds voorspelbaar en vermijdbaar is; of 5° gps-halsbanden gebruikt voor het voortdrijven van dieren die geautomatiseerd aan het dier een stroomstoot afgeven, mits de stroomstoot voor het dier steeds voorspelbaar en vermijdbaar is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:479Gerechtshof Amsterdam, 22 januari 2026 (strafrecht)

    Veroordeling voor het onthouden van de nodige verzorging aan meerdere honden (art. 2.2 lid 8 Wet dieren) en het gebruiken van stroomhalsbanden (art. 2.2 lid 1 en 3 Wet dieren). Verweer nietigheid…

  • ECLI:NL:CBB:2026:14College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 januari 2026 (bestuursrecht)

    Wet dieren en Besluit houders van dieren. Last onder dwangsom. Bedrijfsmatig houden van dieren. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:9759Rechtbank Den Haag, 7 september 2021 (strafrecht)

    Beklag tegen beslag ex artikel 552a. Op KVI staat klaagster als beslagene vermeld, maar klaagster kan naar het oordeel van de rechter niet als beslagene worden aangemerkt omdat uit het dossier blijkt…

  • ECLI:NL:GHSHE:2019:2906Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 augustus 2019 (strafrecht)

    Mishandeling van een stinkdier. Het hof heeft in hoger beroep de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.