Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

BGfo Wft

Huidige tekst

Artikel 115 BGfo Wft

Geldt sinds 24 juli 2026

  1. 1

    Ter voorkoming van overkreditering legt een aanbieder van krediet de criteria vast die hij ten grondslag legt aan de beoordeling van een kredietaanvraag van een consument en past hij deze criteria toe bij de beoordeling van een kredietaanvraag.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort.

  3. 3

    Bij ministeriële regeling worden de inkomenscriteria vastgesteld en de maximale hoogte van het hypothecair krediet in verhouding tot de waarde van de woning.

  4. 4

    In aanvulling op het eerste lid past een aanbieder van hypothecair krediet de bij ministeriële regeling vastgestelde inkomenscriteria toe bij de beoordeling van een aanvraag voor een hypothecair krediet.

  5. 5

    Een aanbieder van hypothecair krediet houdt bij de beoordeling van de kredietaanvraag rekening met het bij ministeriële regeling bepaalde maximale hypothecair krediet in verhouding tot de waarde van de woning.

  6. 6

    De waarde van de woning is: 1°. de koopsom of aanneemsom dan wel de kosten volgens de begroting van een bouwkundig bedrijf, eventueel vermeerderd met de kosten van de grond, kosten van de bouw, inclusief de kosten voor meerwerk, bouwrente en renteverlies tijdens de bouwperiode, en de aansluiting op nutsvoorzieningen; 2°. de marktwaarde van de woning blijkens een door een deskundig taxateur opgemaakt taxatierapport dat op het moment van aangaan van het hypothecair krediet niet ouder is dan een jaar, eventueel na verbouwing; of 3°. de modelmatige waardebepaling van de woning die is beoordeeld en goedgekeurd door een deskundig en onafhankelijk taxateur, met dien verstande dat: a.de hoogte van het hypothecair krediet niet meer bedraagt dan 90 procent van de aldus vastgestelde waarde van de woning indien de modelmatige waarde van de woning is gebaseerd op een statistisch model dat in ten minste 90 procent van de waardebepalingen in Nederland of in een regionaal gebied dat deel uitmaakt van de gebiedsindeling opgesteld door de Coördinatiecommissie Regionaal Onderzoeksprogramma minder dan tien procent afwijkt van de uiteindelijke transactiewaarde van de woning; of b.de hoogte van het hypothecair krediet niet meer bedraagt dan 70 procent van de aldus vastgestelde waarde van de woning indien de modelmatige waarde van de woning is gebaseerd op een statistisch model dat in ten minste 85 procent van de waardebepalingen in Nederland of in een regionaal gebied dat deel uitmaakt van de gebiedsindeling opgesteld door de Coördinatiecommissie Regionaal Onderzoeksprogramma minder dan vijftien procent afwijkt van de uiteindelijke transactiewaarde van de woning.

  7. 7

    Vervallen.

  8. 8

    De aanbieder van hypothecair krediet gebruikt uitsluitend een statistisch model als bedoeld in het zesde lid, onder 3°, dat jaarlijks door een externe accountant van de modelleverancier wordt beoordeeld waarbij de externe accountant heeft geconcludeerd dat het statistisch model voldoet aan de in het zesde lid, onder 3°, gestelde voorwaarden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:1130Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57…

  • ECLI:NL:RBLIM:2021:4015Rechtbank Limburg, 7 mei 2021 (burgerlijk procesrecht)

    verwijdering uit BKR-registratie

  • ECLI:NL:GHARL:2021:1679Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 februari 2021 (civiel recht)

    Artt. 6 lid 1, 17 en 21 AVG. Artt. 32 en 34 Wft. Registratie en instandhouding BKR-coderingen. Verwerkingsgrondslag. Wft uitsluitend doestelling bescherming consumenten tegen overkreditering.…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:9270Rechtbank Rotterdam, 28 november 2019 (bestuursrecht)

    Vovo, bestuurlijke boete, overtreding art. 4:34, lid 1 en 2 Wft, publicatie. Verzoek is afgewezen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2019:9Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 januari 2019 (civiel recht)

    financieringsvoorbehoud

  • ECLI:NL:RBMNE:2016:5145Rechtbank Midden-Nederland, 26 oktober 2016 (ondernemingsrecht)

    Financiering lidmaatschapsrecht woonvereniging. Makelaars/taxateurs en banken wisten in 2008 niet dat lidmaatschapsrechten anders moesten worden getaxeerd dan appartementsrechten. De bank mocht…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:5528Rechtbank Amsterdam, 7 september 2016 (civiel recht)

    Vordering tegen de bank gebaseerd op overkreditering wegens het geven van hypothecaire financiering aan twee consumenten voor een woning waar elk van de consumenten reeds een verhypothekeerde woning…

  • ECLI:NL:RBROT:2014:1889Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2014 (bestuursrecht)

    Verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening inhoudende dat AFM de op het boetebesluit betrekking hebbende samenvatting en verwijzingen daarnaar van haar website verwijdert en een rectificatie…

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.