Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

BGfo Wft

Huidige tekst

Artikel 113 BGfo Wft

Geldt sinds 2 juni 2011

  1. 1

    Een aanbieder van krediet gaat met een consument geen overeenkomst inzake krediet aan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 1000 bedraagt, indien hij niet beschikt over voldoende schriftelijke of op een andere duurzame drager vastgelegde informatie aangaande de financiële positie van de consument om, ter voorkoming van overkreditering, te kunnen beoordelen of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voorzover zij krediet aanbieden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet het totale kredietbedrag gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en: 1°. die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt; of 2°. de waarde van die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, door middel van een openbare prijsaanduiding voor een ieder kenbaar is.

  3. 3

    Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1006Hoge Raad, 30 juni 2023 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid om achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vragen over vorderingen uit hoofde van achteraf betaalservice en (ambtshalve) beoordeling daarvan door…

  • ECLI:NL:HR:2023:778Hoge Raad, 26 mei 2023 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid om achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vragen over vorderingen uit hoofde van achteraf-betaalservice en (ambtshalve) beoordeling daarvan door…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1130Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57…

  • ECLI:NL:RBLIM:2021:4015Rechtbank Limburg, 7 mei 2021 (burgerlijk procesrecht)

    verwijdering uit BKR-registratie

  • ECLI:NL:GHARL:2021:1679Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 februari 2021 (civiel recht)

    Artt. 6 lid 1, 17 en 21 AVG. Artt. 32 en 34 Wft. Registratie en instandhouding BKR-coderingen. Verwerkingsgrondslag. Wft uitsluitend doestelling bescherming consumenten tegen overkreditering.…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:9270Rechtbank Rotterdam, 28 november 2019 (bestuursrecht)

    Vovo, bestuurlijke boete, overtreding art. 4:34, lid 1 en 2 Wft, publicatie. Verzoek is afgewezen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2018:801Gerechtshof Amsterdam, 6 maart 2018 (civiel recht)

    Appel van ECLI:NL:RBAMS:2014:9091. Klacht van consument over onverantwoorde overkreditering door bank. Toetsing van beslissingen van KiFiD. Zoals ook de eerste rechter oordeelde, is gebondenheid aan…

  • ECLI:NL:RBAMS:2014:9091Rechtbank Amsterdam, 31 december 2014 (civiel recht)

    Toetsing beslissing aan de hand van artikel 7:904 lid 1 BW. Gebondenheid aan beslissing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.