Algemene nabestaandenwet

Anw

Huidige tekst

Artikel 26 Anw

Geldt sinds 1 juli 2026

Recht op wezenuitkering 1 Recht op een wezenuitkering heeft een kind dat door het overlijden van een verzekerde ouderloos is geworden, zolang het de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een kind dat de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt gelijkgesteld: a.een kind van 16 of 17 jaar ten aanzien van wie is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, en 4a, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, dan wel een van de vrijstellingen van die verplichtingen op grond van die wet van toepassing is; b.een kind van 16 of 17 jaar dat na het behalen van een startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969 op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten dan wel een vervolgstudie volgt; c.een kind van 18 jaar of ouder, doch jonger dan 21 jaar, dat als leerling, vavo-student of student als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs staat ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in artikel 4a van de Leerplichtwet 1969 en deze geregeld bezoekt of een vervolgstudie volgt; d.een ongehuwd kind van 16 jaar of ouder, doch jonger dan 21 jaar, dat een startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969 heeft behaald dan wel op wie een van de vrijstellingen als bedoeld in onderdeel a van toepassing zijn geweest of zouden zijn geweest en wiens voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door het verzorgen van zijn huishouden, waartoe overigens ten minste een kind dat recht heeft op wezenuitkering, behoort; e.een kind van 16 jaar of 17 jaar dat als leerling, vavo-student of student als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs van een met een school of instelling als bedoeld in artikel 4a van de Leerplichtwet 1969 vergelijkbare inrichting van onderwijs buiten Nederland staat ingeschreven en deze inrichting geregeld bezoekt, dan wel met overeenkomstige toepassing van de vrijstellingsgronden van die wet van die verplichting is vrijgesteld. 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel d, wordt mede als ongehuwd aangemerkt het kind dat een gezamenlijke huishouding voert met een hulpbehoevende indien de overledene voor diens overlijden een huishouden met de hulpbehoevende is gaan voeren met het doel de hulpbehoevende te gaan verzorgen of indien het kind na het overlijden van de verzekerde een huishouding is gaan voeren met een hulpbehoevende met het doel de hulpbehoevende te gaan verzorgen. 4 Het recht op wezenuitkering gaat in op de eerste dag van de maand waarin het kind ouderloos is geworden en aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede lid. 6 Het niet voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, blijkt uit een daartoe strekkende mededeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het kind woont.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:7876Rechtbank Gelderland, 14 november 2024 (bestuursrecht)

    Eiseres is bij geboorte erkend door haar vader en voldoet om die reden niet aan de voorwaarden voor een wezenuitkering. Vergelijking met haar zus, die bij geboorte niet is erkend, gaat niet op.…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:2515Centrale Raad van Beroep, 21 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Terecht afwijzing aanvraag voor een wezenuitkering op grond van de ANW. De tante van appellante had niet het juridisch ouderschap over appellante.

  • ECLI:NL:CRVB:2023:998Centrale Raad van Beroep, 4 mei 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Appellante heeft geen aanspraak op een wezenuitkering naar Nederlands recht, reeds omdat zij niet ouderloos is geworden. Een halfwezenuitkering kent de ANW niet meer.

  • ECLI:NL:CRVB:2016:1639Centrale Raad van Beroep, 4 mei 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering wezenuitkering aangezien de vader nog in leven is en niet uit het ouderlijke gezag is ontzet. Geen bijzondere omstandigheden. Geen strijd met gelijkheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:CRVB:2016:775Centrale Raad van Beroep, 4 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag wezenuitkering door opvoedende grootouders. Volgens vaste uitspraak van de Raad biedt de tekst van artikel 9 van de ANW geen ruimte voor een ruime uitleg daarvan. Een kind is slechts…

  • ECLI:NL:CRVB:2015:1049Centrale Raad van Beroep, 3 april 2015 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag ANW-wezenuitkering. Moeder is overleden. Nu de vader van appellant nog in leven is en niet uit de ouderlijke macht is ontzet, kan appellant niet als ouderloos worden aangemerkt. De…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BY2828Centrale Raad van Beroep, 8 november 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging wezenuitkering op de grond dat appellante niet langer voldeed aan de voorwaarden voor aanspraak op een wezenuitkering. Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM7377Centrale Raad van Beroep, 26 mei 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Appellant is als voogd van K. aangewezen. De moeder van K. is overleden. De biologische vader van K. heeft hem vlak na zijn geboorte erkend, maar heeft geen ouderlijk gezag uitgeoefend. Het niet…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.