Algemene nabestaandenwet

Anw

Huidige tekst

Artikel 51 Anw

Geldt sinds 1 juli 2013

  1. 1

    Na het overlijden van degene aan wie nabestaandenuitkering is toegekend, wordt met ingang van de dag na overlijden nabestaandenuitkering in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald: a.aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; b.bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde kinderen aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde.

  2. 2

    De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de nabestaandenuitkering over één maand, berekend naar de hoogte van die uitkering in de maand van overlijden van degene aan wie nabestaandenuitkering is toegekend.

  3. 3

    De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek van de rechthebbende of rechthebbenden door de Sociale verzekeringsbank uitbetaald.

  4. 4

    De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.

  5. 5

    Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan nabestaandenuitkering dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.

  6. 6

    De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1021Rechtbank Amsterdam, 23 april 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Ten behoeve van in Marokko woonachtige kinderen werd na het overlijden van de verzekerde vader een halfwezenuitkering toegekend. Na het overlijden van de niet verzekerde moeder bestaat niet langer…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.