Algemene nabestaandenwet

Anw

Huidige tekst

Artikel 17 Anw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De bruto-nabestaandenuitkering wordt op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat de over dat bedrag in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande, zolang hij een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert, op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat de over dat bedrag in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon.

  3. 3

    De bruto-nabestaandenuitkering bedraagt voor een nabestaande die woont buiten Nederland, een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het op grond van het eerste, tweede of vijfde lid vastgestelde bedrag. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar de nabestaande woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100.

  4. 4

    De bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande bedoeld in artikel 4 is niet hoger dan de door de overleden verzekerde aan de nabestaande verschuldigde uitkering tot levensonderhoud van de nabestaande.

  5. 5

    In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande die met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat de over dat bedrag in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon.

  6. 6

    Het vijfde lid is niet van toepassing op nabestaanden die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.

  7. 7

    Tot de personen, bedoeld in het vijfde lid, worden niet gerekend: a.de persoon die de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt, b.de persoon, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de nabestaande, die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de nabestaande, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als verhuurder, huurder, onderverhuurder, onderhuurder, kostgever of kostganger in dezelfde woning als de nabestaande zijn hoofdverblijf heeft, c.de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met een derde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger in dezelfde woning als de nabestaande zijn hoofdverblijf heeft, mits hij de overeenkomst heeft met dezelfde persoon als met wie de nabestaande een schriftelijke overeenkomst heeft, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger, en d.de persoon: 1°. die onderwijs volgt waarvoor aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan bestaan en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die studiefinanciering; 2°. die onderwijs volgt waarvoor aanspraak kan bestaan op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die tegemoetkoming; 3°. die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt; 4°. die een vergelijkbaar soort onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld onder 1° tot en met 3° volgt buiten Nederland, waarbij voor onder 1° en 2° geldt dat hij bij op enig moment tijdens dat onderwijs jonger dan 30 jaar is of in de maand van aanvang de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt.

  8. 8

    Op verzoek van de Sociale verzekeringsbank legt de nabestaande de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b of onderdeel c, over en toont hij de betaling van de commerciële prijs aan door het overleggen van de bewijzen van betaling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4386Rechtbank Midden-Nederland, 2 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag nabestaandenuitkering. Toepassing kostendelersnorm. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:3499Rechtbank Rotterdam, 16 maart 2026 (bestuursrecht)

    Algemene Nabestaandenwet (Anw). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder op goede gronden het recht op een nabestaandenuitkering heeft herzien en de aan eiseres te veel…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1892Centrale Raad van Beroep, 9 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering compensatie op grond van de Compensatieregeling vervallen hoge Anw-uitkering (beleidsregel SB1334). Met deze compensatieregeling heeft de Svb het verschil in behandeling door de…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:1793Centrale Raad van Beroep, 15 augustus 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Verzoek aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om een prejudiciële beslissing. Export ANW-uitkering. De Raad zal de vraag aan het Hof voorleggen of Algerijnse werknemers of hun nabestaanden…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:524Centrale Raad van Beroep, 10 maart 2022 (socialezekerheidsrecht)

    De Svb heeft de nabestaandenuitkering over de periode april tot en met december 2018 terecht verlaagd naar 50% van het minimumloon omdat uit onderzoek is gebleken dat appellante in die periode met…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:278Centrale Raad van Beroep, 3 februari 2022 (socialezekerheidsrecht)

    De hoogte van de door de overleden ex-echtgenoot aan appellante verschuldigde uitkering tot levensonderhoud is juist is vastgesteld. De nabestaandenuitkering van appellante is dus terecht vastgesteld…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:365Rechtbank Amsterdam, 6 januari 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Terecht geen compensatie alo-kop toegekend. Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:4926Rechtbank Den Haag, 31 maart 2021 (socialezekerheidsrecht)

    herziening en terugvordering

43 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.