Alcoholwet

Huidige tekst

Artikel 26 Alcoholwet

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 wordt gesteld op een formulier of een elektronische informatiedrager, die bij regeling van Onze Minister worden vastgesteld.

  2. 2

    De gemeenteraad kan bij verordening een formulier vaststellen met aanvullende vragen, voor zover hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid om: a.in een verordening op grond van artikel 4 rekening te houden met de aard van de paracommerciële rechtspersoon; b.aan een vergunning voorschriften of beperkingen te verbinden op grond van artikel 25a; c.in een verordening op grond van artikel 25b rekening te houden met de aard van de horecalokaliteiten of terrassen.

  3. 3

    Bij regeling van Onze Minister kunnen ten aanzien van het formulier, bedoeld in het tweede lid, nadere regels worden gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4191Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2007 (bestuursrecht)

    Niet tijdig nemen van een besluit op aanvraag voor exploitatievergunning en Drank- en Horecawet-vergunning in verband met een adviesaanvraag aan het Bureau Bibob; verzoek om voorlopige voorziening…

  • ECLI:NL:RBZUT:2005:AV0607Rechtbank Zutphen, 23 december 2005 (bestuursrecht)

    Schorsing handhavingsbesluit betreffende een restaurant zonder Drank- en horecawetvergunning voor een periode van enkele dagen, zulks gelet op de betrokken belangen.

  • ECLI:NL:RBMAA:2000:AA4934Rechtbank Maastricht, 20 januari 2000 (bestuursrecht)

    Ook wanneer geen onherroepelijke veroordeling voorligt kan vergunning ex art. 3.1 Drank- en Horecawet worden geweigerd op de grond dat betrokkene van slecht levensgedrag is.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.