Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Overijssel, 22 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6417Zaaknummer 0814775123
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 0814775123
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden. De verdachte heeft zich op 12 mei 2022 in Enschede schulig gemaakt aan het bezit dan wel voorhanden hebben van gebruikershoeveelheden harddrugs, een aanzienlijke (handels)voorraad softdrugs, een grote hoeveelheid vervalste merkkleding, twee vuurwapens met bijbehorende munitie, pepperspray en een boksbeugel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van €26.840,--. De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden met ruim negentien maanden en heeft daarom de gevangenisstraf gematigd van 21 naar 18 maanden.
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C
van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C
van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 3, het misdrijf: medeplegen van witwassen;
feit 4, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben, meermalen gepleegd;
feit 5, het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 6, het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
en
het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 7, het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten de geldbedragen van €20,-- en €26.820,-- (de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 en 2).
Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Gehring, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. van Leeuwen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2022208486. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Feit 1
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-12, pagina 206;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-13, pagina 207;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-14, pagina 208;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-15, pagina 209;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-16, pagina 210;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-17, pagina 211;
- Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 8 juli 2022, pagina 84 tot en met 91, alsmede de bijlagen (rapportages NFiDENT) op pagina 92 tot en met 99.
Feit 2
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik woonde daar met mijn toenmalige partner, [medeverdachte]. Eén of twee dagen voor de inval op 12 mei 2022 kreeg ik een aantal tassen overhandigd die ik in de trapkast heb neergezet. Deze tassen zijn bij de inval aangetroffen en daar bleek toen hennep en hasj in te zitten.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 34:
Op 12 mei 2022 zijn wij verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] naar de [adres 1] gegaan in verband met een Meld Misdaad Anoniem melding. Ik, verbalisant [verbalisant 3], ben de woning ingegaan en stond direct in de woonkamer. Ik zag links van mij twee toegangsdeuren. De linker deur zag eruit alsof het toegang gaf naar een ruimte, zoals bijvoorbeeld een kelder. Ik heb deze deur geopend en zag dat dit de ruimte onder de trap was. Ik rook direct een sterke hennepgeur. Ik zag dat er in deze ruimte meerdere rode en blauwe bigshoppers opeengestapeld waren. Ik zag dat tenminste één bigshopper geopend was en dat er een plastic zak met gedroogde henneptoppen in zaten.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] van 19 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 64:
Op 12 mei 2022 werd door de politie in de woning aan de [adres 1] een grote hoeveelheid softdrugs aangetroffen. De softdrugs werd inbeslaggenomen en naar het politiebureau gebracht.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 72:
Mij, verbalisant [verbalisant 7], is gevraagd om een proces-verbaal vaststelling hennep op te maken.
In proces-verbaalnummer 2021280088 zijn er meerdere plastic zakken met vermoedelijk hennep in beslag genomen en had een totaal brutogewicht van 21,51 kilogram. Tevens zijn er meerdere wikkels met vermoedelijk Hash in beslag genomen met een totaal brutogewicht van 2,45 Kilogram. Daarnaast is er 1 zak met vermoedelijk gemalen hennepresten in beslag genomen met een totaal brutogewicht van 350 gram.
Ik, verbalisant en tevens Taakaccenthouder Aanpak Hennep, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, dat het henneptoppen of delen daarvan waren.
Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen toppen en delen daarvan, henneptoppen dan wel delen daarvan betroffen.
Ik, verbalisant tevens Taakaccenthouder Aanpak Hennep, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, dat het Hash blokken betroffen. Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen blokken inderdaad Hash betrof.
Ik, mijn verbalisant en tevens Taakaccenthouder Aanpak Hennep, constateerde op grond van kennis en ervaring, dat het hennepresten betroffen.Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen toppen en delen daarvan, henneptoppen dan wel delen daarvan betroffen.
Feit 3
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik woonde daar met mijn toenmalige partner, [medeverdachte]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 28 en 29:
Op 12 mei 2022 is collega [verbalisant 9] de woning aan de [adres 1] binnengetreden. De volgende goederen zijn aangetroffen in de woning:
- Geld. Kast rechts van de tv in een mok 1905
- Geld. Kast rechts van de tv in een mok 2460 - Geld. Trapkast 35- Geld. Kast links van de tv 21.730
- Geld 710
Feit 4
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik woonde daar met mijn toenmalige partner, [medeverdachte]. Een aantal dagen voor 12 mei 2022 heb ik ook kleding voor iemand opgeslagen in de woning. Het ging om meerdere tassen en ik heb gezien dat er kleding in zat.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 117:
Op 12 mei 2022 stond ik in de achtertuin van de woning aan de [adres 1]. Via hier kon ik de woonkamer van de betreffende woning in kijken. Ik zag dat er een grote bigshopper tas onder de bank van de eettafel stond. Ik zag dat collega [verbalisant 9] deze tas pakte en openmaakte. Ik zag dat er meerdere kledingstukken van dure merken in de tas zaten. Ik zag dat er onder dezelfde bank van de eettafel nog twee verhuisdozen stonden. Ik zat er kledingstukken boven de doos uitstaken. Ik zat dat dit dezelfde soort kledingstukken betroffen als de kledingstukken in de bigshopper.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 118:
Op 13 mei 2022 is door mij, verbalisant [verbalisant 10], een inventarisatie gemaakt van de inbeslaggenomen kleding.
[Afbeelding]
Het proces-verbaal van determinatie van verbalisant [verbalisant 11] van 17 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 122:
Politieambtenaar [verbalisant 10] overhandigde mij twee verpakkingen met daarin vermoedelijk nagemaakte goederen. Ik heb deze goederen aan een onderzoek onderworpen. In de verpakkingen zaten de merken:
- Polo Ralph Lauren- Philip Plein- Gucci- D&G- Armani- Stone Island- Kenzo- DSquared- Hugo Boss- Diesel- Replay- FSBN
Deze zijn door mij gedetermineerd als nagemaakt op basis van kennis en ervaring en de doorde merkhouder ter beschikking gestelde gegevens betreffende hun originele producten.
De kleding is door mij gedetermineerd als nagemaakt omdat:
[Afbeelding]
Feit 5
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv;
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, pagina’s 28 en 29;
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 13] van 23 maart 2023, pagina 106.
Feit 6
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik wist dat de shotgun in de woning aanwezig was, deze heb ik ook in mijn handen gehad.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 125:
Op 12 mei 2022 werd ik naar het adres [adres 1] gestuurd, omdat daar mogelijk vuurwapens in de woning waren aangetroffen. In de wezen collega’s mij de bedoelde vuurwapens aan. Ik zag dat ze in een geopende kast lagen. Ik zag in de kast een zogenaamde zwarte shotgun rechtop tegen de wand staan. Ik zag dat op een plank in de kast een vuurwapen lag dat op een revolver leek.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 14] van 28 juni 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 157:
Op 13 mei 2022 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van de goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving
Goednummer : PL0600-2022208438-2744231
Object: Vuurwapen (revolver)
Merk/type: Smith & Wesson Spoor identificatienr. : [code 3]
Kaliber : .38
Deze revolver is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I van de Wet wapens en munitie.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 14] van 23 augustus 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 163:
Op 13 mei 2022 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van de goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving
Goednummer : PL0600-2022208438-2744233
Object : Vuurwapen
Merk/type: Maverick Spoor identificatienr. : [code 4]
Bijzonderheden : Type shotgun
Dit geweer is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I van de Wet wapens en munitie.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 14] van 23 augustus 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 171:
Op 13 mei 2022 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van de goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving 3
Goednummer : PL0600-2022208438-2749523
Object : Munitie
Spoor identificatienr. : [code 5]
Bijzonderheden : Uit revolver goednr. 2744231
Het inbeslaggenomen voorwerp betreft 1 kogelpatronen van het kaliber .38 special. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM.
Wapenomschrijving 4
Goednummer : PL0600-2022208438-2744238
Object: Munitie (hagelpatroon)
Spoor identificatienr. : [code 6]
Bijzonderheden : Tbv shotgun
De inbeslaggenomen voorwerpen betreffen 22 hagelpatronen van het kaliber .12. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM.
Het proces-verbaal vooronderzoek lab van verbalisant F. Beumer van 21 juni 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 136 tot en met 138:
Door mij werd onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendragers:
Sporendragers Goednummer : PL0600-2022208438-2744231
SIN : [code 3]
Object: Vuurwapen (Revolver)
Bijzonderheden : .38
Onderzoek vuurwapen (revolver) met SIN [code 3]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-147751-23 (P)
Datum vonnis: 22 oktober 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
8 oktober 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. U. Ural, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 mei 2022 in Enschede in vereniging met een of meer anderen, althans alleen:
feit 1: opzettelijk circa 16 gram amfetamine en 0,77 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
feit 2: opzettelijk circa 21 kilogram hennep en circa 2,5 kilogram hasj aanwezig heeft gehad;
feit 3: ongeveer 26.820 euro heeft witgewassen;
feit 4: opzettelijk valse/vervalste merkkleding (in totaal 109 kledingstukken) in voorraad heeft gehad;
feit 5: een bus pepperspray voorhanden heeft gehad;
feit 6: twee vuurwapens, te weten een revolver van het merk Smith & Wesson (kaliber .38) en een shotgun van het merk Maverick (kaliber .12), voorhanden heeft gehad;
feit 7: een boksbeugel voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 4,09 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 2,51 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 2,38 gram amfetamine, amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 0,24 gram amfetamine, amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 0,04 gram amfetamine, amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 4,51 gram amfetamine, amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 0,77 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of
- ongeveer 2,24 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende
amfetamine, zijnde amfetamine
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 21,510 kilogram hennep,
- ongeveer 350 gram (gemalen) hennep, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of
- ongeveer 2,450 kilogram hasj in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een
gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een hoeveelheid geld (ongeveer 26.820 euro), althans een of meer voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en( althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;
4.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten:
- 16 shirts en/of 4 shorts van het merk Gucci,
- 22 shirts en/of 14 shorts en/of 2 jeans van het merk Dsquared,
- 8 shirts van het merk Ralph Lauren,
- 3 shirts en/of 11 shorts van het merk Kenzo,
- 4 shirts van het merk Stone Island,
- 2 shirts en/of 1 short van het merk Boss,
- 7 shorts van het merk Dolce en Gabbana,
- 2 shorts van het merk Philipp Plein,
- 2 shirts van het merk Pascucci,
- 7 shorts van het merk Nike,
- 2 jeans van het merk Diesel,
- 1 jeans van het merk Replay en/of
- 1 jeans van het merk FSBN,
heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden, afgeleverd,
uitgedeeld en/of in voorraad gehad;
5.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een bus pepperspray,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende,
weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
6.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Smith & Wesson, kaliber .38 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een shotgun, van het merk Maverick, kaliber. 12 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool,
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon van het kaliber.38 en/of
- 22 hagelpatronen, van het kaliber .12;
voorhanden heeft gehad;
7.
hij op of omstreeks 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel
voorhanden heeft gehad.
3 Vormverzuimen
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, overeenkomstig zijn pleitnota, primair op het standpunt gesteld dat verdachte (integraal) moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman allereerst aangevoerd dat onrechtmatig is binnengetreden in de woning van verdachte, nu de binnentreding uitsluitend gebaseerd was op een drietal anonieme meldingen via Meld Misdaad Anoniem (MMA). Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de doorzoeking in de woning van verdachte onrechtmatig was. Uit het dossier blijkt dat opsporingsambtenaren ruim twee uur lang de woning stelselmatig hebben doorzocht, voordat de doorzoeking door de rechter-commissaris werd geopend. Het onrechtmatige binnentreden en de onrechtmatige doorzoeking leveren onherstelbare vormverzuimen op. De verdediging heeft de rechtbank verzocht om alle aangetroffen goederen en de daaruit voortvloeiende onderzoeksbevindingen uit te sluiten van het bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de informatie uit de MMA-meldingen voldoende informatief en concreet was om een redelijk vermoeden op te leveren voor een verdenking van een strafbaar feit als bedoeld in de Opiumwet, waardoor de binnentreding op 12 mei 2022 rechtmatig was. Ook de doorzoeking was volgens de officier van justitie rechtmatig. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verbalisanten, voorafgaand aan de doorzoeking, meer hebben gedaan dan zoekend rondkijken in de woning.
Het oordeel van de rechtbank
- Binnentreding van de woning
De rechtbank stelt vast dat op 5 april 2022 en op 3 mei 2022 MMA-meldingen[_964152c9-a27f-4837-ab9a-e18e268dd09a] zijn gedaan, onder andere inhoudende dat er een hennepkwekerij aanwezig zou zijn aan de [adres 1]. Op 12 mei 2022[_fe499ae6-5669-49d2-8969-8a2510913007] is ook een MMA-melding gedaan, die de volgende informatie bevatte: “Er ligt op 12/5/2022 een grote hoeveelheid wiet te drogen op adres: [adres 1]. De persoon die het kwam brengen was [verdachte]. [verdachte] is werkzaam bij [bedrijf] [adres 2]. Het gaat om 10 tot 13 KG. [verdachte] rijd in een zwarte VW passat met kenteken [kenteken]. [verdachte] is een blanke man, 1.90cm, stevig postuur, kort blond haar, ong 35 jaar.”
De rechtbank is van oordeel dat de informatie uit de MMA-meldingen, in onderling verband en samenhang bezien, voldoende concreet is voor een redelijk vermoeden voor een verdenking van een strafbaar feit als bedoeld in de Opiumwet. De laatste melding bevat niet alleen een concreet adres, maar ook de naam en (uitgebreide) beschrijving van de bewoner en de concrete boodschap dat er in die woning een grote hoeveelheid wiet aanwezig zou zijn. Bovendien werd in de eerdere MMA-meldingen gesteld dat er een hennepkwekerij op dit adres aanwezig zou zijn. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.
- Doorzoeking van de woning
Anders dan door de raadsman is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat niet gesproken kan worden van een onrechtmatige doorzoeking door verbalisanten. Volgens vaste rechtspraak kan degene die bevoegd is de woning zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, zich de toegang tot en de doorgang tot enig vertrek in de woning verschaffen, voorzover het doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist. Daaronder valt ook het openen of zelfs forceren van de (tussen)deur van een vertrek (vlg. HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AH9998). De rechtbank overweegt dat tijdens het zoekend rondkijken in de woning in de woonkamer een deur geopend is waarvan de verbalisanten in de veronderstelling waren dat deze toegang zou geven tot een andere ruimte. Achter de deur bevond zich echter een trapkast, waar vervolgens de hennep en ook de vuurwapens zijn aangetroffen. De rechtbank acht de veronderstelling van de verbalisanten begrijpelijk, mede gezien de foto’s van de feitelijke situatie in het dossier.[_032e3d4f-e229-44cd-aa3d-527f205798d2] Gelet het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verbalisanten de deur van de trapkast mochten openen en dat daarmee (nog) geen sprake was van doorzoeking van de woning. Ook anderszins is niet gebleken dat de woning voorafgaand aan de opening van de doorzoeking door de
rechter-commissaris door verbalisanten is doorzocht. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.
Conclusie
De rechtbank komt tot de conclusie dat geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv).
4 De bewijsmotivering
De feiten 1, 5 en 7
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 5 en 7 ten laste gelegde feiten op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
De feiten 2, 3, 4 en 6
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten onder 2, 3, 4 en 6 kunnen worden bewezen, met inbegrip van het medeplegen onder de feiten 2, 3 en 4. Met betrekking tot feit 3 heeft de officier van justitie aangevoerd dat er wettig en overtuigend bewijs is voor opzetwitwassen. Over feit 4 heeft de officier van justitie opgemerkt dat er wettig en overtuigend bewijs is voor (enkel) het in voorraad hebben van de vervalste merkkleding.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, overeenkomstig zijn pleitnota, de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van feiten 2, 3 en 4. Ten aanzien van feit 6 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat voor de revolver en de bijbehorende munitie vrijspraak dient te volgen. De raadsman heeft aangevoerd dat wel uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de shotgun voorhanden heeft gehad.
Het oordeel van de rechtbank
Vanwege de samenhang van de feiten en omstandigheden, zal de rechtbank deze hierna gezamenlijk bespreken.
4.2.3.1 De feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.
Op 12 mei 2022 is de politie de woning gelegen aan de [adres 1] binnengetreden. Verdachte stond, samen met zijn toenmalige partner (medeverdachte [medeverdachte]), in de Basisregistratie Personen ingeschreven op dat adres. In de trapkast staan verschillende opeengestapelde bigshoppers met daarin een grote hoeveelheid hennep en hasj (feit 2). In de woning wordt op verschillende plekken - in mokken in een vitrinekast, in de trapkast en in een kast links naast de televisie - (brief)geld gevonden, een totaalbedrag van €26.840,-- (feit 3). Onder de eettafelbank in de woonkamer staan een bigshopper en twee verhuisdozen, gevuld met diverse merkkleding (feit 4). In de trapkast wordt ook een revolver aangetroffen, met bijbehorende munitie (feit 6).
Van de merkkledingstukken met de merknamen Polo Ralph Lauren, Philip Plein, Gucci, D&G, Armani, Stone Island, Kenzo, DSquared, Hugo Boss, Diesel, Replay en FSBN is vastgesteld dat deze zijn nagemaakt. Op de revolver is het DNA-profiel van verdachte aangetroffen. Van de binnenzijde van de loop en de ruwe delen, de trekker, de trekkerbeugel, de greepplaten, de trommel en de niet geschikte dactyloscopische sporen werden bemonsteringen genomen. Uit deze bemonsteringen genaamd SIN [code 1] en SIN [code 2] is een DNA-mengprofiel van minimaal twee donoren verkregen. Het DNA-profiel van verdachte komt overeen met dit DNA-mengprofiel. Het DNA-profiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is.
4.2.3.2 De verklaring van verdachte
Verdachte heeft ter zitting voor het eerst een inhoudelijke verklaring afgelegd, waaruit volgt dat hij op 12 mei 2022 woonachtig was in de woning aan de [adres 1], samen met zijn toenmalige partner, [medeverdachte].
Verdachte heeft verklaard dat hij één of twee dagen voor 12 mei 2022 een aantal tassen overhandigd kreeg, die hij in de trapkast heeft opgeslagen. Deze tassen zijn bij de inval op 12 mei 2022 aangetroffen en daar bleek toen hennep en hasj (feit 2) in te zitten. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist wat de inhoud van de tassen was en dat dus geen wetenschap had van de aanwezigheid van de hennep en hasj in zijn woning.
Over de herkomst van het aangetroffen geldbedrag van in totaal €26.840,-- (feit 3) heeft verdachte niet willen verklaren. Verdachte heeft enkel de suggestie opgeworpen dat het geld mogelijk door anderen zou zijn achtergelaten in de woning. Over de vervalste merkkleding (feit 4) heeft verdachte verklaard dat hij wel wetenschap had van de aanwezigheid van de kledingstukken in zijn woning, maar dat hij niet wist dat het ging om vervalste merkkleding. Met betrekking tot de aangetroffen shotgun heeft verdachte verklaard dat hij heeft gezien dat deze in zijn woning lag en dat hij deze ook in zijn handen heeft gehad. Over de revolver met bijbehorende munitie heeft verdachte verklaard dat hij hier niets van wist (feit 6).
4.2.3.3 Overwegingen en conclusies
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 2, 3 4 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 is de rechtbank van oordeel dat deze tezamen en in vereniging met een ander, te weten [medeverdachte], zijn gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Feit 2
Van “aanwezig hebben” als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder C, van de Opiumwet is sprake als de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. De verdovende middelen moeten zich aldus in de machtssfeer van de verdachte hebben bevonden en daarvoor is noodzakelijk dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de hennep en hasj in de woning. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het gaat om een grote hoeveelheid hennep en hasj, die in (deels geopende) bigshoppers was opgeslagen in de trapkast op de begane grond in de woning. De rechtbank acht het niet voorstelbaar dat verdachte, die woonachtig was in de woning, op geen enkel moment in (de buurt van) de trapkast zou zijn geweest en niet heeft gezien of geroken dat er hennep en hasj in de tassen zat. Gelet op voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de woning en zodoende ook de beschikkingsmacht heeft gehad over deze verdovende middelen. Verdachte was samen met zijn toenmalige partner, [medeverdachte], woonachtig in de woning. Gezien de locatie waar de hennep is aangetroffen - in een vrij toegankelijke trapkast op de begane grond - acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep en hasj. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het medeplegen.
Feit 3
Zoals ook onder de feiten en omstandigheden is beschreven is op 12 mei 2022 in de woning van verdachte op meerdere plaatsen geld aangetroffen: €4.365,-- verdeeld over twee kopjes in een (glazen) vitrinekast, €35,-- in de trapkast, €21.730,-- in de kast links van de televisie en nog (resterend) €710,--. De rechtbank merkt op dat dit geen gebruikelijke plekken zijn om (brief)geld te bewaren. Ook zijn in de woning (onder meer) een grote (handels)hoeveelheid hennep en hasj, vervalste merkkleding en (vuur)wapens aangetroffen.
Op grond van de locatie, de som van de geldbedragen en de andere aangetroffen voorwerpen in de woning acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat het geldbedrag in de tenlastelegging uit enig misdrijf afkomstig is, wat betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die verdachte daarover heeft gegeven – dat er wel eens mensen in de woning kwamen en dat die mogelijk het geld hebben achtergelaten - niet als zo’n verklaring kan worden aangemerkt. Deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, rechtvaardigen volgens de rechtbank de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag van €26.840,-- onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit ook wist. Verdachte was samen met zijn toenmalige partner, [medeverdachte], woonachtig in de woning. Op grond van de locatie waar de geldbedragen zijn aangetroffen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het geld. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan medeplegen van opzetwitwassen.
Feit 4
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte wetenschap heeft gehad dat de kledingstukken vals, vervalst of wederrechtelijk vervaardigd waren. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de kledingstukken zijn aangetroffen in een bigshopper en dozen onder de eettafelbank in de woonkamer en dat de kledingstukken ook zichtbaar waren. Verdachte was samen met zijn toenmalige partner, [medeverdachte], woonachtig in de woning. Gezien de locatie waar de merkkleding is aangetroffen – onder de eettafelbank in de woonkamer - acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk in voorraad hebben van vervalste merkkleding. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het medeplegen.
Feit 6
Over de shotgun heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd, zodat het voorhanden hebben van dit wapen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Gelet op feit dat de revolver met munitie in de trapkast van de woning van verdachte is aangetroffen in combinatie met het aangetroffen DNA-profiel van verdachte op de revolver, is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat verdachte ook dit vuurwapen in zijn beschikkingsmacht heeft gehad en dat hij aldus wetenschap had van de aanwezigheid van de revolver met de bijbehorende munitie in zijn woning.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten onder 1 tot en met 7 heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 4,09 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 2,51 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 2,38 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 0,24 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 0,04 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 4,51 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
- ongeveer 0,77 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en
- ongeveer 2,24 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 21,510 kilogram hennep,
- 350 gram (gemalen) hennep, en
- 2,450 kilogram hasj, zijnde hennep en hasjiesj
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
3.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander
een hoeveelheid geld (26.840 euro) voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dat geld (on)middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;
4.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten:
- 16 shirts en/of 4 shorts van het merk Gucci,
- 22 shirts en/of 14 shorts en/of 2 jeans van het merk Dsquared,
- 8 shirts van het merk Ralph Lauren,
- 3 shirts en/of 11 shorts van het merk Kenzo,
- 4 shirts van het merk Stone Island,
- 2 shirts en/of 1 short van het merk Boss,
- 7 shorts van het merk Dolce en Gabbana,
- 2 shorts van het merk Philipp Plein,
- 2 jeans van het merk Diesel,
- 1 jeans van het merk Replay en
- 1 jeans van het merk FSBN,
in voorraad heeft gehad;
5.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een bus pepperspray,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende,
weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
6.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Smith & Wesson, kaliber .38 zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver
- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een shotgun, van het merk Maverick, kaliber .12 zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon van het kaliber.38 en
- 22 hagelpatronen, van het kaliber .12;
voorhanden heeft gehad;
7.
hij op 12 mei 2022 te Enschede
tezamen en in vereniging met een ander
een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel
voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 420bis en 337 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van
de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van
de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf: medeplegen van witwassen;
feit 4 het misdrijf: medeplegen van opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben, meermalen gepleegd;
feit 5 het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 6 het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
en
het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 7
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
6 De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
7 De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de schending van de redelijke termijn. Daartoe heeft de raadsman bepleit dat de redelijke termijn met ruim anderhalf tot twee jaar is overschreden en dat deze vertraging op geen enkele wijze toe rekenen is aan de verdediging. De verdediging heeft de rechtbank verzocht om af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en te volstaan met een taakstraf, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijk strafdeel en een langere proeftijd.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en ernst van de gepleegde feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit dan wel voorhanden hebben van gebruikershoeveelheden harddrugs, een aanzienlijke (handels)voorraad softdrugs, een grote hoeveelheid vervalste merkkleding, twee vuurwapens met bijbehorende munitie, pepperspray en een boksbeugel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van €26.840,--.
De voor de maatschappij nadelige gevolgen van soft- en harddrugs zijn algemeen bekend.
Die gevolgen zijn onder meer de gezondheidsrisico’s voor gebruikers, al dan niet verslaafd, overlast in de omgeving van panden van waaruit wordt gedeald of waarin wordt gebruikt en ondermijnende criminaliteit. Het is verontrustend dat in de woning van verdachte verdovende middelen in combinatie met (vuur)wapens zijn aangetroffen. Het voorhanden hebben van wapens is een ernstig feit, nu ongecontroleerd wapenbezit onaanvaardbare risico’s en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich brengt.
Het witwassen van geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Daarnaast wordt het door de overheid ingestelde toezicht op het betalingsverkeer ondermijnd.
Door het in voorraad te hebben van vervalste merkkleding brengt verdachte de economie en de betreffende merkhouders schade toe. Bovendien houdt hij hiermee de handel in vervalste merkkleding in stand.
De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. De rechtbank overweegt dat het gaat om een samenstel van – zeker in combinatie bezien – zorgwekkende en ondermijnende misdrijven.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 24 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Er is sprake van een veroordeling op 24 mei 2023 in Duitsland, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 29 maanden in verband met de handel in verdovende middelen. Meest recent is verdachte op 6 juni 2024 door de kantonrechter van deze rechtbank veroordeeld tot een ontzegging van de rijbevoegdheid in verband met een verkeersovertreding. De rechtbank houdt hier rekening mee en geeft zo toepassing aan artikel 63 Sr.
De straf
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting doorgaans dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank neemt in dit geval het verhoor van verdachte op 14 maart 2023 als uitgangspunt. In deze zaak had dus uiterlijk op 14 maart 2025 een eindvonnis gewezen moeten worden. Het vonnis dateert van 22 oktober 2026, waardoor er sprake is van een termijnoverschrijding van ruim negentien maanden. Overschrijding van de redelijke termijn wordt volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. In geval van een overschrijding met meer dan twaalf maanden moet naar bevind van zaken worden gehandeld. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte door de overschrijding lange tijd in onzekerheid heeft verkeerd over de afloop van zijn strafzaak.
De rechtbank houdt bij bet bepalen van de strafmodaliteit en strafmaat rekening met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De ernst van de gepleegde misdrijven en de aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen drugs rechtvaardigen in de regel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit oogpunt van vergelding en algemene recidivepreventie.
De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte terechtzitting weliswaar een aantal feiten heeft bekend, maar geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft met zijn houding ter zitting niet de indruk gegeven dat hij inzicht heeft in de laakbaarheid en strafwaardigheid van zijn handelen.
De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om over te gaan tot de oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf. De aard en de ernst van de strafbare feiten in combinatie met het strafblad van verdachte rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank juist oplegging een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in beginsel passend en geboden is aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van eenentwintig maanden. De rechtbank zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
De inbeslaggenomen voorwerpen
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen geldbedrag van (in totaal) €26.840,-- dient te worden verbeurdverklaard.
De raadsman heeft betoogd dat het inbeslaggenomen geld moeten worden teruggeven aan verdachte, gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 3.
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen geldbedragen van €20,-- en €26.820,-- (de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 en 2) moeten worden verbeurdverklaard, omdat dit voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het strafbare feit 3 – het opzetwitwassen – is begaan.
8 De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33, 33a, en 57 Sr.
9 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C
van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C
van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 3, het misdrijf: medeplegen van witwassen;
feit 4, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben, meermalen gepleegd;
feit 5, het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 6, het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
en
het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 7, het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten de geldbedragen van €20,-- en €26.820,-- (de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 en 2).
Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Gehring, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. van Leeuwen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2022208486. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Feit 1
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-12, pagina 206;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-13, pagina 207;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-14, pagina 208;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-15, pagina 209;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-16, pagina 210;
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2022208319-17, pagina 211;
- Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 8 juli 2022, pagina 84 tot en met 91, alsmede de bijlagen (rapportages NFiDENT) op pagina 92 tot en met 99.
Feit 2
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik woonde daar met mijn toenmalige partner, [medeverdachte]. Eén of twee dagen voor de inval op 12 mei 2022 kreeg ik een aantal tassen overhandigd die ik in de trapkast heb neergezet. Deze tassen zijn bij de inval aangetroffen en daar bleek toen hennep en hasj in te zitten.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 34:
Op 12 mei 2022 zijn wij verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] naar de [adres 1] gegaan in verband met een Meld Misdaad Anoniem melding. Ik, verbalisant [verbalisant 3], ben de woning ingegaan en stond direct in de woonkamer. Ik zag links van mij twee toegangsdeuren. De linker deur zag eruit alsof het toegang gaf naar een ruimte, zoals bijvoorbeeld een kelder. Ik heb deze deur geopend en zag dat dit de ruimte onder de trap was. Ik rook direct een sterke hennepgeur. Ik zag dat er in deze ruimte meerdere rode en blauwe bigshoppers opeengestapeld waren. Ik zag dat tenminste één bigshopper geopend was en dat er een plastic zak met gedroogde henneptoppen in zaten.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] van 19 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 64:
Op 12 mei 2022 werd door de politie in de woning aan de [adres 1] een grote hoeveelheid softdrugs aangetroffen. De softdrugs werd inbeslaggenomen en naar het politiebureau gebracht.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 72:
Mij, verbalisant [verbalisant 7], is gevraagd om een proces-verbaal vaststelling hennep op te maken.
In proces-verbaalnummer 2021280088 zijn er meerdere plastic zakken met vermoedelijk hennep in beslag genomen en had een totaal brutogewicht van 21,51 kilogram. Tevens zijn er meerdere wikkels met vermoedelijk Hash in beslag genomen met een totaal brutogewicht van 2,45 Kilogram. Daarnaast is er 1 zak met vermoedelijk gemalen hennepresten in beslag genomen met een totaal brutogewicht van 350 gram.
Ik, verbalisant en tevens Taakaccenthouder Aanpak Hennep, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, dat het henneptoppen of delen daarvan waren.
Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen toppen en delen daarvan, henneptoppen dan wel delen daarvan betroffen.
Ik, verbalisant tevens Taakaccenthouder Aanpak Hennep, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, dat het Hash blokken betroffen. Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen blokken inderdaad Hash betrof.
Ik, mijn verbalisant en tevens Taakaccenthouder Aanpak Hennep, constateerde op grond van kennis en ervaring, dat het hennepresten betroffen.Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen toppen en delen daarvan, henneptoppen dan wel delen daarvan betroffen.
Feit 3
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik woonde daar met mijn toenmalige partner, [medeverdachte]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 28 en 29:
Op 12 mei 2022 is collega [verbalisant 9] de woning aan de [adres 1] binnengetreden. De volgende goederen zijn aangetroffen in de woning:
- Geld. Kast rechts van de tv in een mok 1905
- Geld. Kast rechts van de tv in een mok 2460 - Geld. Trapkast 35- Geld. Kast links van de tv 21.730
- Geld 710
Feit 4
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik woonde daar met mijn toenmalige partner, [medeverdachte]. Een aantal dagen voor 12 mei 2022 heb ik ook kleding voor iemand opgeslagen in de woning. Het ging om meerdere tassen en ik heb gezien dat er kleding in zat.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 117:
Op 12 mei 2022 stond ik in de achtertuin van de woning aan de [adres 1]. Via hier kon ik de woonkamer van de betreffende woning in kijken. Ik zag dat er een grote bigshopper tas onder de bank van de eettafel stond. Ik zag dat collega [verbalisant 9] deze tas pakte en openmaakte. Ik zag dat er meerdere kledingstukken van dure merken in de tas zaten. Ik zag dat er onder dezelfde bank van de eettafel nog twee verhuisdozen stonden. Ik zat er kledingstukken boven de doos uitstaken. Ik zat dat dit dezelfde soort kledingstukken betroffen als de kledingstukken in de bigshopper.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 118:
Op 13 mei 2022 is door mij, verbalisant [verbalisant 10], een inventarisatie gemaakt van de inbeslaggenomen kleding.
[Afbeelding]
Het proces-verbaal van determinatie van verbalisant [verbalisant 11] van 17 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 122:
Politieambtenaar [verbalisant 10] overhandigde mij twee verpakkingen met daarin vermoedelijk nagemaakte goederen. Ik heb deze goederen aan een onderzoek onderworpen. In de verpakkingen zaten de merken:
- Polo Ralph Lauren- Philip Plein- Gucci- D&G- Armani- Stone Island- Kenzo- DSquared- Hugo Boss- Diesel- Replay- FSBN
Deze zijn door mij gedetermineerd als nagemaakt op basis van kennis en ervaring en de doorde merkhouder ter beschikking gestelde gegevens betreffende hun originele producten.
De kleding is door mij gedetermineerd als nagemaakt omdat:
[Afbeelding]
Feit 5
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv;
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, pagina’s 28 en 29;
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 13] van 23 maart 2023, pagina 106.
Feit 6
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Op 12 mei 2022 was ik woonachtig in de woning aan de [adres 1]. Ik wist dat de shotgun in de woning aanwezig was, deze heb ik ook in mijn handen gehad.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] van 13 mei 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 125:
Op 12 mei 2022 werd ik naar het adres [adres 1] gestuurd, omdat daar mogelijk vuurwapens in de woning waren aangetroffen. In de wezen collega’s mij de bedoelde vuurwapens aan. Ik zag dat ze in een geopende kast lagen. Ik zag in de kast een zogenaamde zwarte shotgun rechtop tegen de wand staan. Ik zag dat op een plank in de kast een vuurwapen lag dat op een revolver leek.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 14] van 28 juni 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 157:
Op 13 mei 2022 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van de goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving
Goednummer : PL0600-2022208438-2744231
Object: Vuurwapen (revolver)
Merk/type: Smith & Wesson Spoor identificatienr. : [code 3]
Kaliber : .38
Deze revolver is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I van de Wet wapens en munitie.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 14] van 23 augustus 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 163:
Op 13 mei 2022 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van de goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving
Goednummer : PL0600-2022208438-2744233
Object : Vuurwapen
Merk/type: Maverick Spoor identificatienr. : [code 4]
Bijzonderheden : Type shotgun
Dit geweer is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder I van de Wet wapens en munitie.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 14] van 23 augustus 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 171:
Op 13 mei 2022 zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van de goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving 3
Goednummer : PL0600-2022208438-2749523
Object : Munitie
Spoor identificatienr. : [code 5]
Bijzonderheden : Uit revolver goednr. 2744231
Het inbeslaggenomen voorwerp betreft 1 kogelpatronen van het kaliber .38 special. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM.
Wapenomschrijving 4
Goednummer : PL0600-2022208438-2744238
Object: Munitie (hagelpatroon)
Spoor identificatienr. : [code 6]
Bijzonderheden : Tbv shotgun
De inbeslaggenomen voorwerpen betreffen 22 hagelpatronen van het kaliber .12. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM.
Het proces-verbaal vooronderzoek lab van verbalisant F. Beumer van 21 juni 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 136 tot en met 138:
Door mij werd onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendragers:
Sporendragers Goednummer : PL0600-2022208438-2744231
SIN : [code 3]
Object: Vuurwapen (Revolver)
Bijzonderheden : .38
Onderzoek vuurwapen (revolver) met SIN [code 3]
Ik heb de binnenzijde van de loop bemonsterd op humane biologische sporen Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN [code 1], verpakt en verzegeld.
Ik heb de ruwe delen, de trekker, de trekkerbeugel, de greepplaten, de trommel en de
niet geschikte dactyloscopische sporen bemonsterd op humane biologische sporen
Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN [code 2], verpakt en verzegeld.
7.
Een geschrift als bedoeld ik artikel 344, lid 1 onder 4, Sv, het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [verbalisant 15] van 1 september 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 190: [Afbeelding]
[Afbeelding]
Feit 7
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv;
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, pagina’s 28 en 29;
- Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] van 7 november 2022, pagina 194.
Voetnoten
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, pagina 28.
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 16 mei 2022, pagina 28.
- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 13 mei 2022, p. 38.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 359a Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 47 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 420bis Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 337 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 13 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 26 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 55 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 3 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 10 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 11 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 63 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 359 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 344 Sv meer uitspraken over dit artikel
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.