Aanhef
De raad van de gemeente Schagen;
gelezen het voorstel van het college van 28 oktober 2025:
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 lid 1,2,4 en 7, 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet; de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, en 47 van de Participatiewet; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs; artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs; artikel 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet Inburgering 2021; en de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de Oordeelsvormende vergadering van 25 november 2025;
besluit vast te stellen de Integrale verordening sociaal domein gemeente Schagen 2026/1, onder gelijktijdige intrekking van de Integrale verordening sociaal domein gemeente Schagen 2024/1.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Schagen
Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit
Hoofdstuk 3. Werk en Participatie
Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien
Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning
Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden
Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente
Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie
Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering
Hoofdstuk 11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
Hoofdstuk 12. Van oud naar nieuw
Hoofdstuk 13. Begrippen
Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit
2.1.1 Melding
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,]
Als u ondersteuning nodig hebt, dan kunt u zich bij ons melden. U kunt deze melding op de volgende manieren doen:
-digitaal via een daarvoor op de website beschikbaar gesteld contactformulier;
-telefonisch via de wijkteams, onderdeel Toegang;
-schriftelijk (per brief of e-mail).
Stap 2 Integrale intake na melding
2.2.1 Doel integrale intake
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]
Het doel van de integrale intake is een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, uw persoonlijke situatie en het effect dat u wilt bereiken.
2.2.2 Procedure integrale intake
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]
1Na de melding nemen wij uw ondersteuningsvraag direct in behandeling als de melding telefonisch is gedaan en binnen 2 werkdagen na ontvangst van de melding als deze schriftelijk dan wel digitaal is gedaan.
2Behandeling van de hulpvraag vindt plaats door middel van een integrale intake, die, voor zover mogelijk, telefonisch plaatsvindt. Wij geven u, voordat wij met de integrale intake starten, informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een onafhankelijke deskundige (clientondersteuner).
3Als u de integrale intake wilt voeren in het bijzijn van een clientondersteuner, een familielid, dan wel iemand anders uit uw sociale netwerk, dan vindt deze op een later tijdstip bij u thuis of op een andere plek plaats. Wij maken hiervoor met u een afspraak.
2.2.3 Gegevens
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz Wgs]
1Tijdens de integrale intake verzamelen wij alle gegevens over uw situatie die nodig zijn om de ondersteuningsvraag helder te krijgen.
2Als tijdens de integrale intake, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat u een aanvraag voor ondersteuning-op-maat wilt indienen, dan vragen wij u de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en die wij niet zelf kunnen inzien of verkrijgen, binnen 14 dagen in te leveren. Tot die gegevens behoort in ieder geval een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
2.2.4 Inhoud integrale intake
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]
1Wij bespreken met u de ondersteuningsvraag en welk effect u wilt bereiken. In het gesprek onderzoeken wij:
a.uw behoefte: wat is er nodig?
b.uw persoonlijke situatie en voorkeuren: hoe zien die eruit, en wat betekent dit voor het gewenste effect?
c.uw (on)mogelijkheden: (hoe) kan uzelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
d.uw omgeving: welke ondersteuning kan het sociale netwerk of kunnen organisaties bieden?
2Wij informeren u tijdens de integrale intake over onze mogelijkheden om uw persoonlijke situatie te verbeteren. De ondersteuning-op-maat wordt in principe verleend in natura. Er zijn mogelijkheden om de ondersteuning in de vorm van persoonsgebonden budget (pgb) te verlenen. Wij informeren u in welke gevallen dit mogelijk is.
2.2.5 Verslag
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Wgs]
1Binnen 25 dagen na de integrale intake sturen wij u een verslag van de uitkomsten van dit onderzoek.
2Uit het verslag blijkt in ieder geval welk effect u wilt bereiken en hoe dit door inzet van de voorgestelde ondersteuning kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn.
3Als u een aanvraag wenst in te dienen voor een ondersteuning-op-maat, dan kunt u dit aangeven door een handtekening op het u toegezonden verslag te zetten. Wij merken het geretourneerde, door u getekende verslag dan aan als een aanvraag.
4In het geval u door ons bent doorverwezen naar een andere organisatie of voorziening (voorliggende voorziening dan wel algemene of basisvoorziening), dan kunt u het verslag voor kennisgeving aannemen. Als u het niet eens bent met de conclusie van het verslag, dan kan u dat daarop aangeven en het verslag aan ons retourneren.
Stap 3: Aanvraag
2.3.1 Aanvraag
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Awb Wgs]
1Een aanvraag dient u in met ons aanvraagformulier dat u kunt vinden op onze website.
2Als het door u ondertekende verslag, bedoeld in artikel 2.2.5, bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag. Het doel van de aanvraag is te bepalen of wij ondersteuning verlenen en welke vorm die ondersteuning heeft.
3Melding en aanvraag worden op hetzelfde moment gedaan als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder, vervoer van kinderen naar school, bijzondere bijstand en een voorziening in het kader van de Jeugdwet. Het gesprek met ons vindt dan plaats nadat de aanvraag is ingediend.
4Wij kunnen besluiten dat ook voor bepaalde andere vormen van ondersteuning melding en aanvraag op hetzelfde moment worden gedaan. U kan dan bij de melding direct een aanvraag indienen.
5Ontvangt uw gezin op 1 december van enig kalenderjaar van ons een uitkering, dan hoeft u geen aanvraag voor het kindpakket bij ons in te dienen.
6De (potentiële) werkgever kan een aanvraag voor ondersteuning-op-maat voor u doen, die gericht is op arbeidsinschakeling en past bij uw mogelijkheden en omstandigheden. Een aanvraag is niet verplicht. Wij kunnen zelf ook ambtshalve – dat wil zeggen zonder aanvraag- beoordelen wat nodig is.
U ontvangt een besluit waarin wij aangeven
a.welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt;
b.wat de omvang is;
c.de duur en intensiteit van de ondersteuning;
d.de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening;
e.als de verstrekking afwijkt van de aanvraag, wat de reden is van afwijking; en
e.voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn.
Als er een andere voorziening is die u helpt en dit de reden is van afwijzing geven wij dit aan in het besluit.
2.3.2 Aanvraag voor ondersteuning-op-maat
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Wgs]
1Vraagt u ondersteuning-op-maat aan, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
a.de ondersteuning is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken;
b.u heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Dat is bijvoorbeeld zo, als u gebruik kunt maken van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn. U kunt het gewenste effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en
c.de ondersteuning past bij het gewenste effect en uw persoonlijke situatie.
2Aan sommige vormen van ondersteuning zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld.
3De ondersteuning-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. Wij kiezen daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om uw probleem langdurig te verminderen of op te lossen.
4Wij kunnen ondersteuning-op-maat weigeren als u iets (niet) hebt gedaan waardoor u de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en u deze had kunnen voorzien. Wij kunnen ondersteuning-op-maat ook weigeren, als u de gevraagde ondersteuning zelf hebt aangeschaft, tenzij wij daarvoor toestemming hebben gegeven. Wij kunnen ondersteuning-op-maat eveneens weigeren, indien de gevraagde ondersteuning ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is ingezet, tenzij wij daarvoor toestemming hebben verleend. Als de weigering betekent dat u grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel), dan kunnen wij de ondersteuning-op-maat wel toekennen.
2.3.3 Advisering
[Awb Jeugdwet, Wmo, PW, Bbz, Wet inburgering 2021, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs. Llv] Wij zorgen ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag. (Zie hoofdstuk 4 voor een uitgebreide beschrijving van het onderzoek eigen kracht voor de jeugdwet)
2.3.4 Beslistermijn
[Jeugdwet, Wmo, Wko, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
1Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo, dan beslissen wij binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen, en in ieder geval binnen 8 weken na de melding. Gaat het om een aanvraag in het kader van het leerlingenvervoer of het Bbz, dan beslissen wij binnen 12 weken nadat de aanvraag is ontvangen.
2De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschoven als u niet voldoende gegevens hebt verstrekt.
3Als wij een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kunnen nemen, dan noemen wij een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen.
Stap 4. Beslissing
2.4.1 Inhoud besluit
[Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb, Llv]
1Wij nemen een besluit en dit sturen we u per brief toe. Het doel van dit besluit is dat u weet of er wel of geen ondersteuning wordt gegeven. Als wij ondersteuning geven, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven.
2Geven wij de ondersteuning in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:
a.wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is;
b.wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang de ondersteuning duurt;
c.hoe en door wie de ondersteuning wordt gegeven, en
d.welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden.
3Geven wij de ondersteuning in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:
a.waarvoor het pgb bedoeld is;
b.hoe hoog het pgb is;
d.wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;
e.hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en
f.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.
4Geven wij ondersteuning in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:
a.voor welk doel het geld wordt gegeven;
b.wanneer het geld wordt betaald;
c.hoe vaak het geld wordt betaald; en
d.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.
2.4.2 Verval van aanspraak
(Jeugdwet, Wmo, Llv)
De aanspraak op ondersteuning vervalt als u niet binnen 9 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van ondersteuning, tenzij dit u niet te verwijten valt.
Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.
2.5 Uitzonderingen
2.5.1 Ondersteuning jongeren via arts e.a.
[Jeugdwet Awb]
1Wij zorgen voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in de Verordening en/of nadere regels.
2Wij zorgen voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering
3Ook als een verwijzing zoals genoemd in het eerste lid aanwezig is, zijn wij niet verplicht jeugdhulp te vergoeden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contract- of subsidierelatie heeft, tenzij wij met de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders niet in staat zijn de bij de verwijzing passende jeugdhulp te laten leveren.
4Wij leggen de te verlenen individuele voorziening, bij het eerste lid, vast in een beschikking.
2.5.2 Spoedeisende gevallen
[Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs, Llv]
In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u de ondersteuning krijgt die nodig is. Wij kunnen dan afwijken van de normale procedure, als dat nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) ondersteuning in afwachting van ons onderzoek:
a.het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen;
b.het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp;
c.het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning;
d.schuldhulpverlening;
e.vervoer naar school; of
e.het verstrekken van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend.
Hoofdstuk 3. Werk en Participatie
3.4 Voorzieningen – werk
3.4.1 Detacheringsbaan
PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie.
2Het doel van een detacheringsbaan is om u na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever.
3.4.2 Proefplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever.
2Het doel van de proefplaats is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van uw geschiktheid voor het werk. De proefplaats wordt uitsluitend ingezet als er gerede twijfels zijn over uw geschiktheid voor het werk.
3Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als u geschikt blijkt te zijn voor het werk. Wij kunnen hiervan afwijken, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiervoor aanleiding geven.
4De proefplaats is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaats niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om u te begeleiden.
5De proefplaats wordt zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is, ingezet. Dit kan voor de duur van 2 maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal 4 maanden.
6De proefplaats kan ook in het kader van de praktijkroute worden ingezet om te onderzoeken hoe productief u kunt zijn op de werkplek (loonwaarde) en of er nog een andere vorm van ondersteuning nodig is.
7Na de inzet van de proefplaats is het niet meer mogelijk forfaitaire loonkostensubsidie in te zetten.
8Op de proefplaats kunnen tegelijkertijd persoonlijke begeleiding of andere voorzieningen worden ingezet.
9Alle voorwaarden voor de inzet van de proefplaats worden vastgelegd in beleidsregels.
3.4.3 Werkervaringsplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever.
2Het doel van een werkervaringsplaats is om u met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. De werkzaamheden zijn vooral gericht op ontwikkeling en in mindere mate op de productieve arbeid.
3Een werkervaringsplaats duurt maximaal 3 maanden. Als het nodig wordt geacht en de kans op uitstroom naar betaalde arbeid wordt vergroot, kan deze periode met maximaal zes maanden worden verlengd.
4De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de werkervaringsplaats. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet.
3.4.4 Sociale activering
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk kan zo’n activiteit zijn.
2Sociale activering zetten wij niet vrijblijvend in om u te helpen problemen op weg naar betaald werk te overwinnen.
3Het doel van sociale activering is om eventueel sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of u in de gelegenheid te stellen werkritme op te doen.
3.4.5 Participatieplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u als u een uitkering ontvangt, 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. Een participatieplaats kan gecombineerd worden met scholing, opleiding en/of andere activiteiten die tot doel hebben de uitstroom naar betaald werk te bevorderen. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever.
2Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. U kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor u zijn bedacht.
3U kan na iedere 6 maanden een premie van €150,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat u voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.
3.4.6 Beschut werk
[PW]
1Wij bieden u een beschutte werkplek aan, als wij op advies van het UWV hebben vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.
2Het doel van beschut werk is als u alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden.
3Wij zetten ons ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het rijk jaarlijks moeten realiseren, gerealiseerd wordt.
4Wij richten een wachtlijst in als het aantal verplichte beschutte werkplekken voor dat jaar is gerealiseerd. De eerst geplaatste van de wachtlijst heeft voorrang op de later geplaatste.
5Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken:
a.aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;
b.uitsplitsing van taken;
c.aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding.
6Wij kunnen u, als u in aanmerking komt voor beschut werk, een voorziening aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maakt. Het gaat om sociale activering of vrijwilligerswerk.
3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk
[PW, IOAW, IOAZ]
Interne werkbegeleiding
1Wij kunnen u interne werkbegeleiding aanbieden om u te helpen uw werk goed te doen.
2Hiervoor kunnen wij uw werkgever een training aanbieden voor meer medewerkers, zodat die interne werkbegeleiding voor meerdere inwoners die ondersteuning-op-maat krijgen kunnen bieden.
3Wij spreken met uw werkgever af hoe deze wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met uw werkgever.
Jobcoaching
1Wij kunnen u jobcoaching aanbieden. Een erkende deskundige geeft u methodische ondersteuning bij het vinden en behouden van werk. Om de kwaliteit te kunnen borgen, werken wij alleen met jobcoachorganisaties waarvan de individuele jobcoaches een actuele registratie hebben in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches.
2De voorwaarden voor de inzet van deze deskundige en de eisen die wij stellen aan de deskundige worden vastgelegd in beleidsregels.
3.4.8 Kostencompensatie werkgever (tijdelijke loonkostensubsidie) [PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1De gemeente kan een werkgever die u in dienst neemt een loonkosten-compensatie geven.
2Het doel van deze loonkostencompensatie is werkgevers te stimuleren om inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en de extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden.
3Bij een voltijds dienstverband van ten minste een half jaar bedraagt de loonkostencompensatie eenmalig maximaal € 1.500. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een jaar bedraagt de kostencompensatie eenmalig maximaal € 3.000.
4Wij stellen bij nadere regeling vast onder welke voorwaarden en voor welke kosten de werkgever kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald op welke wijze de hoogte van de kostencompensatie wordt berekend en op welke wijze deze wordt uitbetaald.
3.4.9 Wettelijke loonkostensubsidie
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen.
2Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.
3Wij stellen vast of u in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief u op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde u hebt), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd.
4De loonkostensubsidie kan worden toegekend, zonder dat er nog een loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. Dit heet forfaitaire loonkostensubsidie.
5Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie volgen wij het preferente proces loonkostensubsidie.
6Als u binnen de regio Kop verhuist, hebben wij regionaal (met de 3 Kop-gemeenten) afspraken gemaakt met uw werkgever, zodat u hiervan bij uw werk geen hinder ondervindt.
7Wij kennen de voorziening “Duurzaam aan het werk met loonkostensubsidie”. Bent u ingeschreven in het doelgroepenregister en hebt u een loonwaarde tussen de 30% en 70% of staat u op de wachtlijst voor Beschut Werk, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de voorziening Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie. We willen dat iedereen een passende, betaalde en vaste baan krijgt.
Het aanbod bestaat uit 2 onderdelen: als eerste een traject van 9 tot 12 maanden om u te helpen terug te keren in het arbeidsproces en ritme. Hierna kan een betaalde baan worden aangeboden met uitzicht op een vaste aanstelling bij de Gemeenschappelijke Regeling Gesubsidieerde arbeid (GrGa), met werk binnen of buiten Probedrijven.
3.4.10 Scholing
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen u om de stap naar duurzaam en passend werk te maken, als dit nodig is, scholing aanbieden.
2De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat.
3Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op uw mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor u wordt opgeleid al dan niet een goed toekomstperspectief heeft.
3.4.11 Verdringing
Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Dit is van toepassing bij de instrumenten proefplaats, participatieplaats, tijdelijke loonkostensubsidie en sociale activering.
3.4.12 Nazorg
[PW, IOAW, IOAZ]
Wij zorgen ervoor dat als u aan het werk gaat gedurende een termijn van 3 maanden nadat de uitkering is beëindigd, u ondersteund en begeleid wordt, als dit nodig is om het werk te kunnen doen.
3.4.13 Ondersteuning bij leer-werktraject
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen ondersteuning aanbieden als u 16 tot en met 27 jaar bent en dreigt uit te vallen op school, maar met een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kan behalen zoals beschreven in artikel 10f van de wet.
2De duur van de begeleiding is niet langer dan de duur van het leer-werktraject. Tijdens dit traject vinden tussentijdse evaluaties plaats, waarin ook wordt meegewogen of begeleiding nog nodig is.
3.4.14 Kinderopvang
[Wko, Wet inburgering 2021, PW]
Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien:
a.u meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of aan het werk te gaan en opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk;
b.u een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/ of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken;
c.is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van uw kind.
3.4.15 Andere voorzieningen en vergoedingen
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten.
Dit kan zijn:
-een noodzakelijke intermediaire voorziening als u een visuele of motorische beperking hebt (bijvoorbeeld computervoorzieningen en hulpmiddelen) en/of,
-werkplekaanpassingen, in de vorm van een meeneembare (zoals bijvoorbeeld aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon) of niet-meeneembare voorziening (zoals aangepast toilet, entree met automatische deuropener of een traplift), en/of
-een vervoersvoorziening om op het werk te komen, zoals aangepaste fiets, een bruikleenauto, kilometervergoeding, rolstoeltaxi, of begeleidingskosten.
2Wij kunnen de kosten vergoeden die u moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk.
3Hierbij stellen wij voorwaarden aan de werkgever over de duur van het contract en de het aantal uren dat u werkt.
4Wij kunnen in beleidsregels uitwerken onder welke voorwaarden en voor welke voorzieningen de werkgever kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald hoe deze kan worden aangevraagd en wordt uitbetaald.
3.4.16 Weigering van een voorziening
Wij kunnen een voorziening weigeren als:
a.U niet behoort tot de doelgroep van de wet;
b.U onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is;
c.U gebruik kan maken van een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling (voorliggende voorziening);
d.Wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt op weg naar werk; of
e.U niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening om in aanmerking te komen voor die voorziening.
3.4.16 Beëindiging van een voorziening
Wij kunnen een voorziening (uitgezonderd de voorziening beschut werk en loonkostensubsidie) beëindigen als:
a.U de verplichtingen die de wet stelt niet voldoende nakomt;
b.U niet meer behoort tot de doelgroep;
c.De voorziening niet meer geschikt is voor u, onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling of andere ondersteuning-op-maat passender is;
d.U algemeen geaccepteerd werk aanneemt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van in deze verordening genoemde voorzieningen,
e.U de aangeboden voorziening niet gebruikt waarvoor deze is bedoeld;
f.U niet meer voldoet aan de voorwaarden en afspraken die wij met u hebben gemaakt.
3.5 Tegenprestatie
3.5.1 Doel van de tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij leggen u een tegenprestatie op als u een uitkering ontvangt, indien wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving.
2Het doel van de tegenprestatie is dat u zich inzet voor de samenleving als reactie op onze inspanningen voor u.
3.5.2 Duur en omvang tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ]
De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal 6 maanden per jaar en maximaal 8 uur per week. Dit is om de volgende redenen:
a.De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten.
b.De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en oneerlijke concurrentie.
c.Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd.
3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ]
1Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met al uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk.
2Wij leggen in ieder geval geen tegenprestatie op als u mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie.
3.5.4 Geen tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ]
1Wij leggen geen tegenprestatie op als u een grote kans hebt op betaalde arbeid. De reden hiervoor is dat de focus gericht moet zijn en blijven op betaalde arbeid.
2Wij leggen ook geen tegenprestatie op, als u gebruik maakt van een re-integratievoorziening. De reden hiervoor is dat de focus gericht moet zijn en blijven op de re-integratie met als doel betaald werk.
3.6 Meedoen aan de samenleving
3.6.1 Dagbesteding
[Wmo]
Wij zorgen ervoor dat als u vanwege een beperking niet in staat bent de dag goed in te vullen, ondersteuning-op-maat kunt krijgen (dagbesteding). Deze ondersteuning-op-maat is gericht op het geven van een zinvolle dagbesteding, waarbij zingeving en zinbeleving centraal staan. De activiteiten, variërend van arbeidsmatige tot recreatieve en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week, dragen bij aan uw zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving. Indien mogelijk is de dagbesteding gericht op overdracht richting arbeidsparticipatie. Stabiliseren van de situatie en begeleiding bij achteruitgang, alsmede het signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving hoort hier ook toe.
3.6.2 Individuele begeleiding
[Wmo]
1Wij zorgen ervoor dat als u niet in staat bent de normale dagelijkse activiteiten te doen, ondersteuning-op-maat kunt krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat u begeleid wordt bij deze activiteiten (individuele begeleiding). Het betekent dat de begeleider u ondersteunt bij de dagelijkse gang van zaken en op een goede manier met uw omgeving kan omgaan. De begeleider kan ook ondersteunen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen en het beheren van de administratie en de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over. De individuele begeleiding is dus gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Het bewerkstelligen van verandering in gedrag en vaardigheden en het begeleiden bij achteruitgang hoort hier ook bij. Het signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving hoort hier ook toe.
2Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding erop gericht toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is en u ten behoeve van participatie en zelfredzaamheid gebruik kan maken van andere voorzieningen en organisaties. De focus ligt hierbij op trainen en coachen.
3De individuele begeleiding vindt plaats in de dagelijkse leefomgeving. Dit kan ook een werk(ervarings)plek zijn.
3.6.3 Contact met anderen
[Wmo]
1Wij zorgen ervoor dat als u door een beperking onvoldoende mobiel bent om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, u ondersteuning-op-maat kunt krijgen. Deze houdt in dat u geholpen wordt bij het vervoer dichtbij huis en daardoor mee kunt doen aan het leven van alle dag. Zo kun u bijvoorbeeld meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen doen.
2De ondersteuning-op-maat kan bijvoorbeeld bestaan uit:
a.het verstrekken van een vervoersbudget;
b.het verstrekken van een (rolstoel)taxikostenvergoeding;
c.het verstrekken van een vervoersvoorziening over de korte afstand (bijvoorbeeld een scootmobiel);
d.het verstrekken van een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de auto.
3Het moet gaan om:
a.het zich verplaatsen rondom de woning; of
b.het zich verplaatsen over een langere afstand dichtbij huis, het gaat om verplaatsingen binnen een straal van maximaal 25 kilometer rond uw woning.
3.6.4 Rolstoel
[Wmo]
Als u vanwege een beperking zich niet voldoende kunt verplaatsen in en om uw woning, kun u van ons ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat u een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik.
3.6.5 Vervanging vervoersvoorziening over de korte afstand en rolstoel
[Wmo]
Als u ondersteuning-op-maat wilt en het gaat om vervanging van een eerder door ons verstrekte rolstoel of vervoersvoorziening over de korte afstand, dan doen wij dit alleen, als de rolstoel of de vervoersvoorziening over de korte afstand:
-technisch is afgeschreven;
-verloren is gegaan buiten uw schuld; of
-geen oplossing meer is voor de problemen die u ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.
3.7 Vervoer naar school
3.7.1 Uitgangspunten
[Llv]
1Als ouders zijn jullie er zelf verantwoordelijk voor dat uw kind naar school gaat. Wij beoordelen of jullie hierbij ondersteuning nodig hebben (al dan niet met begeleiding). Deze ondersteuning heet een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer van huis naar school en vice versa (hierna: de tegemoetkoming). Het kan gaan om:
-een (gedeeltelijke) vergoeding voor reiskosten per fiets of openbaar vervoer;
-aangepast vervoer (taxibusje); of
-reiskosten van het eigen vervoer per auto.
Het is mogelijk dat jullie, als uw kind op de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs (Sbo) zit, een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is het drempelbedrag, bedoeld in artikel 3.7.4.2, eerste lid, en/of de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.7.4.2, tweede lid.
2Krijgen jullie een tegemoetkoming en wordt uw kind meerderjarig? Dan ontvangen jullie niet langer een tegemoetkoming. Uw kind kan dan zelf een tegemoetkoming krijgen als hij aan de voorwaarden voldoet.
3.7.2 Onderzoek
[Llv]
1Als jullie een aanvraag indienen, onderzoeken wij of jullie als ouders een tegemoetkoming nodig hebben en welke soort tegemoetkoming passend is. Wij onderzoeken op welke manier uw kind kan reizen en welke route de kortste, veilige route is. Ook onderzoeken wij of er begeleiding nodig is bij het reizen.
2Voor het bepalen van de kortste route naar school maken wij gebruik van de actuele routeplanner van Routeplanner.nl. In het geval gereisd wordt met het openbaar vervoer wordt voor het bepalen van de route naar school gebruik gemaakt van de informatie die beschikbaar is gesteld via 0900-9292, of www. 9292.nl. Wij berekenen wat de afstand van de woning van uw kind is tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school die bij uw kind past en waar plaats is.
3Wij betrekken bij het onderzoek de toelaatbaarheidsverklaring die het samenwerkingsverband van scholen ten behoeve van uw kind heeft afgegeven.
4Gaat uw kind naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs (Sbo), dan onderzoeken wij ook hoe hoog jullie inkomen is. Dit is nodig om te bepalen of jullie het drempelbedrag, bedoeld in artikel 3.7.4.2, eerste lid, en/of een eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.7.4.2, tweede lid, moeten betalen.
3.7.3 Voorwaarden
[Llv]
3.7.3.1
[Llv]
Tegemoetkoming
1Wij verstrekken een tegemoetkoming, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a.uw kind op 1 augustus van het schooljaar, minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud bij doofheid of slechthorendheid bij speciaal onderwijs;
b.uw kind in de gemeente Schagen verblijft;
c.uw kind naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, bedoeld in de Wet op primair onderwijs, dan wel naar een school voor speciaal onderwijs, bedoeld in de Wet op expertisecentra, gaat;
d.de dichtstbijzijnde toegankelijke school die bij uw kind past en waar plaats is, meer dan 6 kilometer van de woning waar uw kind verblijft, afligt.
2Wij verstrekken ook een tegemoetkoming als:
a.uw kind in de gemeente Schagen verblijft; en
b.uw kind voortgezet onderwijs volgt aan een school voor speciaal en voortgezet onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, dan wel een school voor voortgezet onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; en
c.uw kind als gevolg van een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer of de fiets.
De afstandsgrens van 6 kilometer, bedoeld in 3.7.3.1, eerste lid, onderdeel d, geldt niet.
3Jullie krijgen geen vergoeding voor het vervoer van uw kind, als uw kind met een andere ouder meereist die van ons een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind.
4Wij verstrekken een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en jullie voor dit kind een tegemoetkoming krijgen.
3.7.3.2 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer
[Llv]
1Wij verstrekken aan jullie als ouders, onder de voorwaarde dat jullie een tegemoetkoming krijgen voor uw kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor:
a.het weekendvervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar jullie woning en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie. Van weekendvervoer als hiervoor bedoeld is uitsluitend sprake als uw kind op een vrijdag aan het einde van schooldag wordt opgehaald en op een maandag voor aanvang van de schooldag (start van de lessen) weer wordt teruggebracht.
b.het vakantievervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar jullie woning en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school zijn genoemd. Van vakantievervoer als hiervoor bedoeld is uitsluitend sprake als uw kind aan het einde van de laatste schooldag voorafgaande aan de schoolvakantie wordt opgehaald en op de eerste schooldag na de schoolvakantie voor aanvang van schooldag (start van de lessen) weer wordt teruggebracht.
2De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend-en vakantievervoer, behalve artikel 3.7.4.1, lid 2, onderdeel a.
3.7.4 Vorm en hoogte
[Llv]
3.7.4.1 Tegemoetkoming
[Llv]
1Wij stemmen de tegemoetkoming af op de goedkoopste manier van reizen. Als uw kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan kunnen jullie als ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan uw kind niet naar school fietsen, dan kunnen jullie een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer. Jullie kunnen gebruik maken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar jullie kunnen er in dat geval ook voor kiezen om uw kind zelf te vervoeren. Dan hebben jullie recht op een vergoeding die gebaseerd is op kosten van vervoer met eigen auto.
2Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties:
a.uw kind is met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd of minder;
b.openbaar vervoer naar school ontbreekt en uw kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding);
c.uw kind kan niet begeleid worden door jullie of anderen;
d.uw kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het openbaar vervoer kan reizen (ook niet met begeleiding); dan wel
e.naar ons oordeel aangepast vervoer, gelet op de zeer bijzondere omstandigheden in het individuele geval, het meest passend is.
3Bij het toekennen van een tegemoetkoming in de vorm van aangepast vervoer kunnen wij hieraan de voorwaarde verbinden dat uw kind deelneemt aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets.
4Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperken wij de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider.
5De hoogte van de vergoeding voor eventueel eigen vervoer (in plaats van het aangepast vervoer) is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij uw kind past en waar plaats is voor uw kind, via de kortste, veilige route op basis van de routeplanner van Routeplanner.nl.
6De vergoeding voor het gebruik van het eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de CAO Rijk. Bij vergoeding voor het gebruik van de fiets wordt eveneens aangesloten bij de bedragen van de CAO Rijk.
7Als jullie op grond van een andere regeling een vervoerskostenvergoeding ontvangen, dan brengen we die in mindering.
8Als jullie meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekken wij éénmaal de kilometervergoeding voor de auto.
3.7.4.2 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool
[Llv]
1Is jullie verzamelinkomen in het peiljaar hoger dan € 27.000,00, dan trekken wij per kind de kosten voor de eerste 6 kilometer met het OV van jullie vergoeding af. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid voor het kind en eventuele begeleider. Ook als er geen openbaar vervoer beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer, trekken wij dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten jullie dit bedrag aan de gemeente betalen (drempelbedrag).
2Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan kan het zijn dat jullie een inkomensafhankelijke bijdrage moeten betalen. Als wij zorgen voor aangepast vervoer, dan betalen jullie ons de eigen bijdrage. Als jullie kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de inkomensafhankelijke bijdrage afgetrokken van de vergoeding die jullie krijgen. De hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het verzamelinkomen van de ouders in het peiljaar.
Verzamel inkomen (in euro’s)
Eigen bijdrage per schooljaar (in euro’s)
0-35.000
Nihil
35.000- 42.000
150
42.000- 48.500
630
48.500- 55.000
1.180
55.000- 62.500
1.725
62.500- 69.000
2.270
69.000 en verder
Voor elke extra € 5.500,-: 550 erbij
3Wij kunnen de tegemoetkoming stopzetten als jullie ons de eigen bijdrage niet (langer) betalen.
4Wij passen de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en het tweede lid, en van de eigen bijdrage in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). Wij volgen hierbij de wijzigingen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).
5Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Ze betalen geen drempelbedrag en geen inkomensafhankelijke bijdrage.
3.7.5 Ingangsdatum en duur van de tegemoetkoming
[Llv]
Een door ons toegekende tegemoetkoming gaat in vanaf de datum waarop de aanvraag door ons is ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de tegemoetkoming zo snel mogelijk na ons besluit ingaat.
Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien
4.1 Uitgangspunten bij het bieden van ondersteuning
Artikel 4.2 Verantwoordelijkheid ouders
[Jeugdwet]
1Als ouders hebben jullie een zorgplicht voor jullie kinderen. Dit houdt het volgende in: het zorgen voor hun mentale en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid. Als ouders hebben jullie de plicht de tot jullie gezin behorende kinderen te verzorgen, op te voeden en hen toezicht te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. In het Burgerlijk Wetboek is de plicht (en het recht) van de ouder om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden verankerd.
2Uitgangspunt van de Jeugdwet en deze verordening is dat wij alleen een voorziening inzetten als jullie als ouders, jullie kind en het sociale netwerk er op eigen kracht niet uitkomen. Dat jullie als ouders meer zorg moeten verlenen dan bij een kind zonder beperkingen het geval zou zijn, betekent niet dat wij verplicht zijn ondersteuning te verlenen. Nadat wij in kaart hebben gebracht welke ondersteuning nodig is, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jullie als ouder(s) en van het sociale netwerk voldoende zijn om zelf de nodige ondersteuning te bieden. Alleen voor zover de eigen mogelijkheden onvoldoende zijn, verlenen wij ondersteuning. Als ouders hebben jullie een actieve rol om in eerste instantie de problemen die jullie ervaren zelf of met behulp van het sociale netwerk op te lossen.
5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
5.2.1 Geschikte woning
[Wmo]
1Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van uw woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2.
2De ondersteuning-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning bouwkundig of niet-bouwkundig aan te passen.
3Als een aanvraag om een woningaanpassing wordt ingediend, dan onderzoekt de gemeente eerst of de inwoner kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning. Dit onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het beslissingsmodel primaat verhuizing dat in de beleidsregels Wmo terug is te vinden.
4Wij verstrekken niet altijd ondersteuning-op-maat in de vorm van een woonvoorziening. Wij geven geen ondersteuning-op-maat in de volgende situaties:
a.Uw beperkingen zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt.
b.U verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen.
c.U woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners.
d.Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen hadden kunnen worden.
e.U zonder dringende reden verhuisd bent vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning.
f.U hebt een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg.
g.U bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om uw beperkingen te verminderen of weg te nemen, tenzij wij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend.
5Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, als:
a.de eerder verstrekte woonvoorzienig technisch is afgeschreven;
b.de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten uw schuld om, of als
c.de huidige woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen die u ervaart.
5.2.2 Een schone en leefbare woning
[Wmo]
1Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning-op-maat kan krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon en leefbaar kan houden en u geen beroep kunt doen op huisgenoten.
2De ondersteuning-op maat houdt in dat u de voorziening schoonmaakondersteuning en signalering en/of praktische thuisondersteuning krijgt.
3Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan bestaat de ondersteuning-op-maat ook uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen.
5.2.3 Beschermd wonen
[Wmo]
Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig hebt, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022 en vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 23 december 2022.
5.2.4 Maatschappelijke opvang
[Wmo]
Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebt, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 23 december 2022.
5.3 Mantelzorg
5.3.1 Ondersteuning mantelzorger
[Wmo]
1Wij zorgen ervoor dat u, als u mantelzorg verleent, ondersteuning-op-maat kunt krijgen als u niet meer in staat bent de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt.
2De ondersteuning-op-maat houdt in dat een hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt of we zetten dagbesteding in.
5.3.2 Mantelzorgwaardering
[Wmo]
1Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is het belang van de mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.
2De mantelzorgwaardering heeft de volgende vorm:
a.een cadeaubon; of
b.een activiteit.
5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering
[Wmo]
1Een mantelzorgwaardering kan aangevraagd worden door degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
a.De mantelzorg wordt over een langere periode verleend.
b.De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde ondersteuning aan de inwoner geeft.
2Wij hebben een formulier waarmee de mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd.
3U kan slechts voor één persoon een mantelzorgwaardering aanvragen.
Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning
6.3 Persoonsgebonden budget
6.3.1 Voorwaarden
[Jeugdwet, Wmo]
1In plaats van hulp in natura kan u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan.
2Wij kennen een pgb pas toe als wij vinden dat u in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen of doen uitvoeren.
3Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:
a.kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
b.het voeren van een pgb-administratie;
c.ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en
d.kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s).
4Wij verstrekken geen pgb in de volgende situaties:
a.De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die ondersteuning nodig was.
b.Uit het door u ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is.
d.U kunt het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener.
6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk
[Jeugdwet, Wmo]
1De persoon die ondersteuning geeft mag iemand uit uw sociale netwerk zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden:
a.Hij heeft met goede argumenten aangegeven dat de hulp niet tot overbelasting leidt.
b.Hij is in staat om aantoonbaar effectieve hulp te bieden en planmatig te werken.
2Ondersteuning door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.
6.3.3 Hoogte en tarief pgb
[Jeugdwet, Wmo]
1U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven of welke ondersteuning u met het pgb wilt aanschaffen. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen.
2Wij baseren de hoogte van het pgb, voor zover het een product betreft, op een door ons vastgestelde marktconforme prijs, waarmee redelijkerwijs verzekerd is dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede producten van derden te betrekken. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb houden wij ook rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.
3Wanneer u met het pgb een product aanschaft dat de marktconforme prijs overstijgt, dan komt de meerprijs voor uw rekening.
4De hoogte van het pgb voor een dienst:
a.wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten van derden te betrekken; en
b.bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare voorziening in natura (laagste ZIN-tarief). 5. Als de dienst wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk of door een niet-professionele hulpverlener, dan is de hoogte van het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek.
De hoogte van het pgb is maximaal het tarief voor hulp bij het huishouden uit de CAO VVT 2022-2023 FWG 15 hoogste trede.
Voor begeleiding geldt dat dit maximaal het tarief voor begeleiding uit de CAO VVT 2022-2023 FWG 30 hoogste trede is.
6.3.4 Verantwoording en uitbetaling pgb
[Jeugdwet, Wmo]
1Wij kunnen u vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke effecten de ondersteuning heeft gehad. Voor dat verslag kunnen wij een formulier verplicht stellen.
2Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de ondersteuning uitbetaald die feitelijk geleverd is.
6.3.5 Opschorten pgb
[Jeugdwet, Wmo]
Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk stop te zetten totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als:
a.u onjuiste of onvolledige informatie hebt verstrekt, terwijl het verstrekken van juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van ons;
b.u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen;
c.u het pgb niet of voor een ander doel hebt gebruikt.
Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden
7.1 Armoedebeleid
7.1.1 Wat wil de gemeente?
[PW, Gemeentewet, Wgs]
1Wij willen dat u, ook als u een laag inkomen en geen goede financiële buffer hebt, uw noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving.
2De gemeente biedt u, als u moeite hebt om rond te komen of schulden hebt, ondersteuning aan bij het op orde krijgen van uw financiën. Het doel van die ondersteuning is dat u blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt.
3Wij werken bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. Wij stimuleren initiatieven van inwoners en organisaties die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden.
4Wij leggen in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. Wij geven daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. Tot die groepen behoren in ieder geval:
a.kinderen,
b.inwoners met een laag inkomen en
c.inwoners met een beperking.
5Wij betrekken bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
7.2 Bijzondere bijstand
7.2.1 Vangnet
[PW]
1Wij bieden bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer
a.extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en
b.voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten.
2Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn.
3Wij verstrekken zo weinig mogelijk bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening.
7.3 Studietoeslag
7.3.1 Doelgroep
[PW]
U komt in aanmerking voor de studietoeslag als u:
a.als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat bent naast de studie inkomsten te ververwerven;
b.studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een tegemoetkoming krijgt op grond van de WTOS. Het levenlanglerenkrediet van de WSF valt niet hieronder;
c.geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.
7.4 Individuele inkomenstoeslag
7.4.1 Doelgroep
[PW]
1De individuele inkomenstoeslag wordt verleend als u 21 jaar of ouder bent, maar jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, geen in aanmerking te nemen vermogen hebt als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hebt gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt niet toegepast.
2Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van u inkomen en vermogen vast.
3In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan:
a.het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden;
b.het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd;
c.het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door u volledig verstrekte gegevens is vastgesteld.
7.4.2 Hoogte van de toeslag
[PW]
1De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:
a.40% van de norm voor een alleenstaande bedoeld in artikel 21 sub a van de wet voor een alleenstaande;
b.40% van de norm voor een echtpaar bedoeld in artikel 21 sub b van de wet voor een alleenstaande ouder en gehuwden of samenwonenden;
2De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks in januari bepaald op grond van de bijstandsnormen die gelden op 1 januari van dat jaar en geldt het gehele kalenderjaar.
3Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.
4De gezinssituatie op de aanvraagdatum is bepalend voor de hoogte van de toeslag
7.4.3 Uitsluiting
[PW]
Van het recht op de individuele inkomenstoeslag ben u in ieder geval uitgesloten als:
a.u voltijds studeert, omdat u kans hebt om uw inkomen te verbeteren;
b.u voltijds gestudeerd hebt en binnen drie jaar na beëindiging van uw studie een aanvraag indient voor genoemde toeslag, omdat er van mag worden uitgegaan dat de kans om het inkomen te verbeteren gedurende drie jaren na de studie aanwezig is.
7.5 Kindpakket (Meedoen Schagen)
7.5.1 Doelgroep
[Gemeentewet]
1Wij verstrekken het kindpakket, indien u op de peildatum:
a.een inwoner bent;
b.Nederlander bent;
c.één of meer kinderen hebt, in de leeftijd van 0 tot 18;
d.een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet;
e.over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
2Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van uw inkomen en vermogen vast.
3In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan:
a.het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden;
b.het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd;
c.het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door u volledig verstrekte gegevens is vastgesteld.
4In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen.
5Wij bepalen met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laten.
7.5.2 Inhoud kindpakket
[Gemeentewet]
1Het kindpakket wordt per kalenderjaar verstrekt.
2Het kindpakket wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee u via een webwinkel een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en activiteiten van school, alsmede van sport- en schoolbenodigdheden.
3Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per kind € 350,00 per kalenderjaar.
4Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar.
7.6 Meedoenbudget 18plus
7.6.1. Doelgroep Meedoenbudget 18plus
[Gemeentewet]
1Wij verstrekken een Meedoenbudget 18plus als u:
•inwoner bent;
•Nederlander bent;
•18 jaar of ouder bent, maar jonger dan 65 jaar;
•een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet;
•over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
•Als u een wettelijk traject in het kader van de Wet Schuldsanering natuurlijke personen of een minnelijk traject in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening volgt en niet beschikt over een besteedbaar inkomen dat hoger is dan 120% van het voor hen geldende sociaal minimumniveau, komt u ook in aanmerking voor het Meedoenbudget 18plus.
2Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van uw inkomen en vermogen vast.
3In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen.
7.6.2 Inhoud Meedoenbudget 18plus
[Gemeentewet]
1Het Meedoenbudget volwassenen wordt per kalenderjaar verstrekt.
2Het Meedoenbudget 18plus wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee u via het Volwassenenfonds een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten.
3Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per volwassene € 350,00 per kalenderjaar.
4Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar.
7.6.3 Overgangsregeling voor gebruikers van het oude geluksbudget [Gemeentewet]
1Het geluksbudget vervalt.
2De inwoners die in 2023 het geluksbudget hebben ontvangen en een bedrag tussen € 350,- en € 500,- hebben ontvangen geldt de volgende afbouwregeling: inwoners ontvangen in 2024 € 500,-, in 2025 € 450,- en vanaf 2026 € 350,-.
7.7 Meedoenbudget 65-plussers
7.7.1 Doelgroep
[Gemeentewet]
1Wij verstrekken een Meedoenbudget voor 65-plussers, indien u op de peildatum:
a.inwoner bent;
b.Nederlander bent;
c.65 jaar of ouder bent;
d.een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet;
e.over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
2Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van uw inkomen en vermogen vast.
3In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan:
a.het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden;
b.het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd;
c.het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door u volledig verstrekte gegevens is vastgesteld.
4In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen.
5Wij bepalen met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laten.
7.7.2 Inhoud Meedoenbudget 65-plussers
[Gemeentewet]
1Het Meedoenbudget 65-plussers wordt per kalenderjaar verstrekt.
2Het Meedoenbudget 65-plussers wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee u via het Volwassenenfonds een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten.
3Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per 65-plusser € 350,00 per kalenderjaar.
4Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar.
7.8 Zorgkosten
7.8.1 Collectieve zorgverzekering
[PW]
1Wij bieden samen met de gecontracteerde zorgverzekeraar een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering geeft recht op een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen.
2De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die een laag inkomen en geen goede financiële buffer heeft. U hebt in ieder geval een laag inkomen als u een inkomen hebt dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm.
3Als u meedoet krijgt u van ons een bijdrage in de kosten van de premie. De zorgverzekeraar verrekent deze bijdrage met de premie.
4Als u al bij de gecontracteerde zorgverzekeraar verzekerd bent kun u tijdens het kalenderjaar bij ons aanmelden om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering. Als u ergens anders verzekerd bent, kunt u pas het volgende kalenderjaar meedoen. U moet u voor 31 december van het lopende kalenderjaar bij ons aanmelden.
7.9 Schuldhulpverlening
7.9.1 Samenwerking en toegang
[Wgs]
1Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt.
2Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om ondersteuning kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden.
3Wij informeren u over de ondersteuning die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is.
4Wij sluiten niemand bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is als u geen geldige verblijfstitel hebt.
7.9.2 Schuldhulpverlening
[Wgs]
Wij zorgen ervoor dat als u ondersteuning kunt krijgen bij het oplossen van schulden, u deze zo snel mogelijk krijgt.
7.9.3 Besluit
[Wgs]
1Wij informeren u als u ondersteuning kunt krijgen over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven.
2Wij sturen u als u geen ondersteuning kunt krijgen een brief, waarin staat waarom er geen ondersteuning wordt gegeven.
Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente
8.1 Hoe gaan we met elkaar om?
8.1.1 De rol van de gemeente
[Gemeentewet, Awb, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, Bbz, Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ]
1Wij ondersteunen u bij het zoeken naar een oplossing voor uw probleem. Wij gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Wij zorgen voor het volgende:
a.Het is u duidelijk wie er namens ons contact met u onderhoudt.
b.U hebt altijd recht op een gesprek met één van onze medewerkers. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, bij u thuis of ergens anders plaatsvinden.
c.Als u uw bij ons meldt met een probleem dat niet door ons kan worden opgelost, dan verwijzen wij u-indien nodig- naar een organisatie die tot taak heeft u bij de oplossing van uw probleem te ondersteunen.
d.Onze website voldoet aan erkende kwaliteitseisen.
e.Wij voorzien in heldere en eenvoudige aanvraagprocedures en informeren u hierover.
f.Wij respecteren uw privacy.
g.Wij maken zoveel mogelijk gebruik van gegevens waarover wij reeds de beschikking hebben en vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag.
2Wij reageren op een professionele manier als uw gedrag volgens ons agressieprotocol ontoelaatbaar is.
3Wij informeren u over het in het tweede lid genoemde agressieprotocol als de situatie daartoe aanleiding geeft.
8.1.2 De rol van de inwoner
[Gemeentewet, Awb, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, Bbz Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ]
1U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen uw eigen mogelijkheden en uw sociale netwerk, als ook die van andere voorzieningen en organisaties, aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende:
a.U gaat eerst na welke mogelijkheden uzelf hebt om uw probleem op te lossen (eigen kracht).
b.U werkt mee aan de ondersteuning bij het vinden van de oplossing voor uw probleem.
c.U zorgt ervoor dat onze ondersteuning niet langer duurt dan nodig is.
2U werkt mee, zodat snel duidelijk is op welke manier uw probleem zo passend mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende:
a.U informeert ons binnen een redelijke door ons gestelde termijn zo volledig mogelijk over alles wat van belang kan zijn voor het beoordelen van uw ondersteuningsvraag. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend. U bent namelijk verplicht ons zo snel mogelijk wijzigingen die van invloed kunnen zijn op toegekende ondersteuning door te geven.
b.Wij ontvangen binnen een redelijke door ons gestelde termijn alle documenten en bewijsstukken die wij van u nodig hebben.
c.U doet wat nodig is om onze ondersteuning zo kort mogelijk te laten duren.
d.U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.
8.2 Afspraken en verplichtingen
8.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij verlagen een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij uw houding of gedrag.
2Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houden wij rekening met:
a.de ernst van het gedrag;
b.de mate waarin u het gedrag verweten kan worden; en
c.uw persoonlijke situatie.
3Voordat een uitkering wordt verlaagd, geven wij u de kans uw mening te geven. U kunt dat op de volgende manier doen:
a.via e-mail;
b.schriftelijk;
c.telefonisch;
d.in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis.
8.2.2 Geen schuld en verjaring
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij zien af van verlaging als:
-elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
-als uw gedrag meer dan drie maanden voor constatering daarvan door ons heeft plaatsgevonden.
2Wij kunnen afzien van een verlaging als wij daarvoor dringende redenen aanwezig achten.
3Als wij afzien van een verlaging op grond van dringende redenen, word u hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
8.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij maken u het besluit tot verlaging per brief bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald.
2Soms kunnen wij de uitkering niet of maar voor een deel verlagen, omdat deze wordt beëindigd. Dan zullen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als u binnen drie maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.
3In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering dan wel bijzondere bijstand worden in ieder geval vermeld:
a.de reden van de verlaging;
b.de duur van de verlaging;
c.het bedrag en/of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd;
d.indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging;
e.de wijze waarop bij het verlagen van de uitkering rekening is gehouden met uw omstandigheden en uw mogelijkheden inkomen te verwerven, gelet op de bijzondere omstandigheden en de dringende redenen om daarmee rekening te houden.
8.2.4 Berekening verlaging
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die op u van toepassing is.
8.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling)
[PW, Awb]
1Wij verlagen de uitkering gedurende één maand als u een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm.
2De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden.
8.2.6A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet-geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling)
Gedragingen Participatiewet
[PW, Awb]
1We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen:
a.eerste categorie:
1°. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
2°. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons e opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;
3°. het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering;
b.tweede categorie:
1°. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet;
2°. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet;
4°. het niet verschijnen op de taaltoets waardoor de toets niet kan worden afgenomen of halverwege beëindigen van de toets;
5°. het niet meewerken aan het inleveren van bewijsstukken voor de taaleis, terwijl redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de stukken geleverd kunnen worden.
c.derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.
2Wij verlagen de bijstandsuitkering met:
a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c.100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
3In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.
8.2.6B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling)
Gedraging IOAW en IOAZ
[IOAW, IOAZ, Awb]
1We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen:
a.eerste categorie:
1°. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
2°. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
b.tweede categorie:
1°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
2°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door ons aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
c.derde categorie:
1°. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
2°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
3°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
4°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.
2Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met:
a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c.100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
3In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.
8.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
[PW, Awb]
1Wij verlagen uw uitkering als u te weinig realiseert dat u zelf verantwoordelijk bent voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging stemmen we af op de hoogte van het benadelingsbedrag.
2De verlaging wordt vastgesteld op:
a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;
b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00;
c.40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf €2.000,00 tot € 4.0000,00;
d.40% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €4.000,00 tot € 8.000,00;
e.40% van de uitkeringsnorm gedurende vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €8.0000,00 tot € 10.000,00;
f.40% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag van €10.000,00 of hoger.
8.2.8 Onacceptabel gedrag
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Wij verlagen uw bijstandsuitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet uitvoeren. De bijstandsuitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm.
2Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de IOAW of IOAZ uitvoeren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van voornoemde wetten. De IOAW of IOAZ-uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm.
8.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen
[PW, Awb]
Als u een door ons opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt de bijstandsuitkering verlaagd.
De verlaging wordt vastgesteld op:
a.20 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling;
b.40 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand;
c.100 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.
8.2.10 Samenloop van gedragingen
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort.
2Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.
8.2.11 Herhaling (recidive)
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd.
8.2.12 Samenhang met de nieuwe Wet Inburgering
(PW, Awb, Wet inburgering 2021)
1Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de bijstandsuitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en hoofdstuk 8 paragraaf 2 van deze verordening. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Wij leggen voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 op.
2Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, leggen wij bij voorkeur een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Wij verlagen in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.
3Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de bijstandsuitkering en ii) handhaving op grond van de Wet inburgering 2021 via een boete wegen wij ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor u als inburgeringsplichtige, naar ons oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.
4In de brief (beschikking) aan u vermelden wij of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.
5Wanneer u als inburgeringsplichtige een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd in de periode dat wij verantwoordelijk zijn voor het financieel ontzorgen op grond van artikel 56a Participatiewet, dan kunnen wij de boete met de bijstandsuitkering verrekenen. Wij houden hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.”
8.3 Terugvorderen uitkering
8.3.1 Terugvordering en incasso
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz]
1Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doen dat volgens de regels van de wet. Wij vorderen niet terug als terugvordering voor u onaanvaardbare gevolgen heeft.
2Bij een klein bedrag (€ 50,-) kunnen wij besluiten dit niet terug te vorderen, als dit ons te veel geld kost.
3Bij de incasso zorgen wij ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.
4In beleidsregels wordt uitgewerkt hoe wij inhoud geven aan onze bevoegdheid om gemeentelijke uitkeringen terug te vorderen.
8.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening
8.4.1 Beëindiging voorziening
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,Wko Llv, Gemeentewet]
1Wij kunnen een voorziening beëindigen als:
a.de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van u;
b.de voorziening niet langer passend of nodig is;
c.u zich niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden;
d.wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening;
•de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld;
•u niet binnen een termijn van 6 maanden gebruik hebt gemaakt van de voorziening, tenzij u dat niet te verwijten is.
2De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).
8.4.2 Terugvordering voorziening
[Wmo, Jeugdwet,P-wet, Bbz, IOAW, IOAZ, Llv, Wko, Burgerlijk Wetboek, Gemeentewet]
Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop voldaan aan één of meer van de intrekkingsgronden genoemd in artikel 8.4.1.
8.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?
8.5.1 Controle
[Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz]
1Wij controleren regelmatig of u recht hebt op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening hebt aangevraagd of ontvangt. Wij kunnen daarvoor gebruik maken van:
a.huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan bij u langs en kijken in en om de woning. Wij kunnen een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet.
b.heimelijke waarnemingen: onze medewerkers verzamelen gegevens over u zonder dat u hierover vooraf bent geïnformeerd.
c.buurtonderzoek: de gemeente ondervraagt uw buren.
d.bestandsvergelijkingen: wij vergelijken uw gegevens met de gegevens die bekend zijn over u bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten;
e.signalen en tips van organisaties of particulieren;
c.andere passende onderzoeksmethoden.
2De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt.
3Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.
4Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op uw verzoek, onderzoeken wij wat de reden is van de beëindiging. Wij gaan ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.
8.5.2 Voorkomen van fraude
[Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021; PW, IOAW, IOAZ, Bbz ]
Wij streven ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
8.5.3 Beleidsplan handhaving en beleidsverslag
[Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ]
1De gemeenteraad stelt één keer per vier jaar een beleidsplan vast hoe wij fraudebestrijding aanpakken en ervoor zorgen dat u zich zo goed mogelijk aan de regels houdt.
2In het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid, staat in ieder geval:
a.wat wij precies met fraudepreventie bedoelen;
b.wanneer en hoe wij u informeren over rechten en plichten (voorlichting);
c.welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en
d.hoe wij samenwerken met andere organisaties om fraude tegen te gaan.
3Wij stellen na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan handhaving is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijven wij of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.
8.5.4 Privacy
[Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ]
1Wij stellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om een protocol voor de inzet van huisbezoeken.
De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op uw privéleven plaatsvindt. Wij maken de protocollen openbaar bekend.
2Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
8.5.5 Toezichthouders
[Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021; PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Awb]
Wij wijzen één of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie
9.3 Adviesraad Sociaal Domein Schagen
9.3.1 Doelstelling van de Adviesraad Sociaal Domein Schagen
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
De adviesraad behartigt de belangen van (kwetsbare) inwoners. Hiertoe behoren ook personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet. De adviesraad beoogt vanuit een breed inwonersperspectief een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het beleid en de uitvoering van wet- en regelgeving binnen het sociaal domein.
9.3.2 Taken Adviesraad Sociaal Domein Schagen
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1De adviesraad spart zo vroeg mogelijk met ons over beleid in het sociaal domein.
2De adviesraad geeft ons gevraagd en ongevraagd advies over de ontwikkelingen van beleid in het sociaal domein.
3De adviesraad brengt eventuele signalen over ongewenste effecten van de uitvoering binnen het sociaal domein onder onze aandacht.
4De adviesraad adviseert ons over hoe wij de dienstverlening kunnen verbeteren.
5Wij kunnen de adviesraad raadplegen over hoe (specifieke) groepen inwoners te betrekken bij, raadplegen over en/of te informeren rond ontwikkelingen, veranderingen of thema’s binnen het sociaal domein. De adviesraad kan ook meedenken of adviseren over nieuwe vormen van inwonersparticipatie binnen het sociaal domein.
6De adviesraad heeft geen bevoegdheden met betrekking tot klachten, bezwaarschriften en andere zaken die betrekking hebben op individuele personen.
9.3.3 Samenstelling en leden adviesraad
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1De adviesraad streeft ernaar dat de samenstelling van haar leden zo divers mogelijk is. Met diversiteit wordt bedoeld alle twaalf de diversiteitsfactoren zoals aangegeven in de diversiteitsvlecht (Movisie, 2020).
2De adviesraad bestaat uit inwoners van de gemeente Schagen. Er zitten in ieder geval één of meerdere inwoners in die gebruikmaken van de Participatiewet. Niet-inwoners kunnen ook lid zijn van de adviesraad. Namelijk onder de voorwaarde dat zij ouder zijn van een kind, dat aangewezen is op jeugdhulp in Schagen.
3Leden zijn lid zonder last of ruggespraak. Dit betekent dat zij onafhankelijk en op persoonlijke titel lid zijn. Ze vertegenwoordigen geen groep inwoners of een organisatie.
4Een lid van de adviesraad kan daarnaast in ieder geval:
a) niet werkzaam zijn als manager of staffunctionaris bij een door ons gecontracteerde zorg- of welzijnsorganisatie of op een andere wijze directe verantwoordelijkheid hebben op het terrein van beleid en inkoop;
b) niet werkzaam zijn als burgemeester of wethouder, of dit in de afgelopen raadsperiode zijn geweest;
c) geen lid zijn van een gemeenteraad of raadscommissie, of dit in de afgelopen raadsperiode zijn geweest;
d) niet werkzaam zijn bij de gemeente Schagen;
e) geen lid zijn van het bestuur van een politieke partij.
9.3.4 Benoeming leden van de adviesraad
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1De adviesraad benoemt de leden en informeert ons hierover schriftelijk.
2De leden van de adviesraad tekenen na hun benoeming een gedragscode. Deze gedragscode is door ons in samenspraak met de adviesraad opgesteld.
9.3.5 Adviesaanvragen
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1Bij een gevraagd advies zorgen wij er altijd voor dat
a) het advies op een dusdanig tijdstip wordt gevraagd, dat het van invloed kan zijn op de besluitvorming;
b) voordat de adviesraad advies uitbrengt, zij in de gelegenheid wordt gesteld om met ons in overleg te treden;
c) de oplegger, die vergezeld gaat van het beleidsstuk waarover advies wordt gevraagd, voldoet aan de afgesproken kwaliteitseisen zoals omschreven in de nadere regels.
2De adviesraad brengt altijd binnen uiterlijk zes weken na datum van indiening van onze aanvraag een schriftelijk advies uit.
3Wij betrekken het in het tweede lid bedoelde advies bij onze besluitvorming dan wel in ons voorstel aan de gemeenteraad. Als wij afwijken van het advies van de adviesraad, dan melden wij dit binnen maximaal zes weken na ons besluit aan de adviesraad. Hierbij wordt ook aangeven om welke redenen wij van het advies van de adviesraad zijn afgeweken. Ook in het raadsvoorstel geven wij aan waarom van het advies van de adviesraad moet worden afgeweken.
4De adviesraad kan ook ongevraagde adviezen geven. Ook kan hij zelf met beleidsvoorstellen komen.
Wij reageren dan altijd binnen uiterlijk zes weken.
5Wij stellen nadere regels op over de procedure die inzake het (on)gevraagd advies moet worden gevolgd.
9.3.6 Vergaderingen Adviesraad Sociaal Domein Schagen
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1De adviesraad kent twee soorten vergaderingen: werkgroepvergaderingen en algemene vergaderingen. Geen van deze vergaderingen is openbaar, tenzij de voorzitter van de adviesraad hiervan wil afwijken.
2Leden van de adviesraad krijgen mondelinge en schriftelijke informatie van ons. Deze informatie heeft een vertrouwelijk karakter en mag niet gedeeld worden met anderen.
3De adviesraad kan de gemeentelijke website gebruiken voor de publicaties van zijn (on)gevraagde adviezen, onder het voorbehoud dat deze publicatie geen vertrouwelijke informatie bevat. In dit verband wordt onder ‘vertrouwelijke informatie’ verstaan: informatie die expliciet onder geheimhouding is verstrekt, maar ook informatie waarvan de adviesraad het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs moet begrijpen.
4Wij stellen nadere regels op over de wijze waarop aan de samenwerking met de adviesraad, zowel op het niveau van de werkgroepen als op het niveau van de algemene vergadering, invulling wordt gegeven.
9.3.7 Periodiek overleg portefeuillehouder
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
De portefeuillehouder overlegt twee keer per jaar met de adviesraad. Als de portefeuillehouder en de adviesraad het nodig vinden kunnen ze vaker overleggen. De portefeuillehouder en adviesraad laten elkaar op tijd weten welke onderwerpen ze willen bespreken.
9.3.8 Vrijwilligersvergoeding
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1Leden van de adviesraad ontvangen een vrijwilligersvergoeding voor het vrijwilligerswerk dat zij doen.
2De leden van de adviesraad ontvangen een reiskostenvergoeding.
3Wij stellen nadere regels op over de hoogte van de vrijwilligersvergoeding en de reiskostenvergoeding.
9.3.9 Ondersteuning
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1Wij stellen ieder jaar een budget ter beschikking voor de adviesraad. De verbindingsmedewerker en de voorzitter van de adviesraad overleggen samen hoe de adviesraad dit budget ieder jaar wenst te besteden. Uit dit budget worden de vrijwilligersvergoeding, het secretariaat van de adviesraad en de kosten voor vergaderlocaties buiten het gemeentehuis betaald.
Verder is dit budget bedoeld voor:
a) het declareren van onkosten (reiskosten, telefoon, porto, papier en inkt, kopieerkosten, documentatiemateriaal);
b) het inhuren van deskundigen;
c) deskundigheidsbevordering van leden van de adviesraad;
d) het informeren en betrekken van de achterban. Bijvoorbeeld door het houden van informatiebijeenkomsten;
e) een jaarlijkse activiteit voor de binding;
f) speciale voorzieningen voor leden van de adviesraad om hier volwaardig aan te kunnen deelnemen;
g) lidmaatschap van de Koepel Adviesraden Sociaal Domein.
2Wij zorgen ervoor dat er altijd een vaste verbindingsambtenaar is. Deze verbindingsambtenaar is het aanspreekpunt voor de adviesraad enerzijds, en voor het college als hij in contact wil komen met de adviesraad anderzijds. De verbindingsambtenaar en de adviesraad hebben structureel overleg.
3De verbindingsambtenaar heeft in ieder geval de volgende taken:
•het samen met ons opstellen van een jaarplanning, waarop staat vermeld wanneer en over welke onderwerpen de adviesraad om advies wordt gevraagd;
•ervoor zorg dragen dat de vragen van de adviesraad op adequate wijze door ons worden beantwoord;
•erop toezien dat de tussen ons en de adviesraad gemaakte afspraken over de kwaliteit van de adviesvraag en het opgestelde advies en de reactietermijn worden nagekomen;
•ons te stimuleren het brede inwonersperspectief op innovatieve manieren in te zetten;
•de adviesraad op de hoogte te houden van relevante ontwikkelingen binnen het sociaal domein;
•het beheren van het budget dat is toegekend aan de adviesraad.
9.3.10 Huishoudelijk reglement
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
De adviesraad stelt een huishoudelijk reglement op. Hierin worden in ieder geval de volgende zaken geregeld:
a.de toegang tot het lidmaatschap van de adviesraad;
b.de beëindiging van het lidmaatschap van de adviesraad;
c.de verkiezing van de voorzitter van de adviesraad;
d.de taken en bevoegdheden van de leden van de adviesraad, van de werkgroepvoorzitters en van de voorzitter van de adviesraad;
e.eventuele andere functies binnen de adviesraad;
f.alles met betrekking tot de vergaderingen, waaronder de manier van stemmen en besluitvorming.
Bij een wijziging van het huishoudelijk reglement informeert de adviesraad ons hierover.
9.3.11 Jaarverslag
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
1De adviesraad stelt een jaarverslag op. Hierin wordt verslag gedaan van de door hem verrichte werkzaamheden, waaronder de uitgebrachte (on)gevraagde adviezen.
2Het in het eerste lid bedoelde jaarverslag wordt gepubliceerd op de website van de adviesraad en die van de gemeente Schagen.
9.3.12 Nadere regels
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Wmo, Gemeentewet]
Wij kunnen in samenspraak met de adviesraad in aanvulling op de in paragraaf 9.3 opgenomen regels nadere regels opstellen.
Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering
10.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure
10.2 Klachten over de gemeente
[Awb, Gemeentewet]
1U kan bij ons een klacht indienen over:
a.het gedrag van medewerkers en de bejegening van u;
b.de manier waarop wij meldingen en aanvragen hebben afgehandeld;
c.de manier waarop wij zelf voorzieningen hebben uitgevoerd.
2Wij informeren u hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt. De klachtenprocedure is vastgelegd in het Stappenplan behandeling van klachten gemeente Schagen.