Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Huidige tekst

Artikel 2:11 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Betrokkenheid rechter; aanpassing sanctie

Geldt sinds 1 april 2021

  1. 1

    Tenzij Onze Minister reeds aanstonds van oordeel is dat er gronden zijn om de erkenning van de rechterlijke uitspraak te weigeren, doet hij de rechterlijke uitspraak en het certificaat toekomen aan de advocaat-generaal bij het ressortsparket.

  2. 2

    De advocaat-generaal legt de rechterlijke uitspraak en het certificaat onverwijld voor aan de bijzondere kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De advocaat-generaal dient eventuele opmerkingen bij voornoemde stukken binnen een termijn van veertien dagen nadat hij de stukken heeft voorgelegd, in bij de bijzondere kamer van het gerechtshof.

  3. 3

    De bijzondere kamer van het gerechtshof beoordeelt: a.of er gronden zijn om de erkenning van de rechterlijke uitspraak met toepassing van artikel 2:13, eerste lid, te weigeren; b.of de ten uitvoer te leggen vrijheidsbenemende sanctie is opgelegd voor een feit dat ook naar Nederlands recht strafbaar is en zo ja, welk strafbaar feit dit oplevert; c.tot welke aanpassing van de opgelegde vrijheidsbenemende sanctie het vierde of vijfde lid aanleiding geeft.

  4. 4

    Indien de opgelegde vrijheidsbenemende sanctie een langere duur heeft dan het voor het desbetreffende feit naar Nederlands recht toepasselijke strafmaximum, wordt de duur van de vrijheidsbenemende sanctie tot dat strafmaximum verlaagd.

  5. 5

    Indien de aard van de opgelegde vrijheidsbenemende sanctie onverenigbaar is met het Nederlandse recht, wordt de vrijheidsbenemende sanctie gewijzigd in een straf of maatregel waarin het Nederlandse recht voorziet en die zoveel mogelijk overeenstemt met de in de uitvaardigende lidstaat opgelegde vrijheidsbenemende sanctie.

  6. 6

    De aanpassing op grond van het vierde of vijfde lid houdt in geen geval een verzwaring van de opgelegde vrijheidsbenemende sanctie in.

  7. 7

    De bijzondere kamer van het gerechtshof doet zijn oordeel op grond van het derde lid, schriftelijk en met redenen omkleed aan Onze Minister toekomen, binnen een termijn van zes weken nadat de rechterlijke uitspraak en het certificaat zijn ontvangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2018:1961Hoge Raad, 16 oktober 2018 (strafrecht)

    Herziening. Aanvraag gericht tegen oordeel Hof ingevolge Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties, omdat bij aanpassing van sanctie Nederlandse…

  • ECLI:NL:PHR:2014:281Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2014 (strafrecht)

    WOTS. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO6401. Het bij de strafoplegging tot uitgangspunt nemen dat de ernst van het gepleegde feit beoordeeld dient te worden naar de normen die…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16623Rechtbank Den Haag, 17 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Overheidsaansprakelijkheid. Wets-procedure en artikel 47 Handvest Europese Unie. De Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens eiser bij de herbeoordeling van de Wetsb-beslissing door de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:20855Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2025 (civiel recht)

    tenuitvoerlegging in Nederland van straf opgelegd door Belgische rechter; gratieverzoek; advies van het gerechtshof Arnhem-Leewarden; eerdere vi in buitenland?; recidiverisico

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:8754Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 december 2024 (strafrecht)

    Verlenging tbs met verpleging met 2 jaar.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:7137Rechtbank Amsterdam, 14 november 2024 (europees strafrecht)

    Frans executie-EAB. De rechtbank weigert de overlevering o.g.v. artikel 6a OLW.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:5819Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 augustus 2024 (strafrecht)

    Internationaal strafrecht. Herbeoordeling in het kader van de WETS. Eindoordeel na prejudiciële verwijzing HvJ EU. De procedure van art. 2:11 WETS in het kader van erkenning en tenuitvoerlegging van…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:3553Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 mei 2024 (strafrecht)

    Oordeel in de zin van artikel 2:11 lid 7 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETVVS). Het hof is van oordeel dat de aan de…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.