Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Huidige tekst

Artikel 2:15 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Tenuitvoerlegging

Geldt sinds 1 november 2012

  1. 1

    Nadat de rechterlijke uitspraak is erkend, draagt Onze Minister er zorg voor dat deze zo spoedig mogelijk, overeenkomstig de regels van het Nederlandse recht en met inachtneming van de erkenningsbeslissing, ten uitvoer wordt gelegd.

  2. 2

    Bij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende sanctie wordt de door de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat in het certificaat aangegeven tijd die al in detentie is doorgebracht in mindering gebracht. Eveneens wordt de tijd die in Nederland in detentie is doorgebracht als gevolg van de toepassing van de voorlopige maatregelen, bedoeld in de artikelen 2:19 en 2:20, in mindering gebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:5981Rechtbank Amsterdam, 7 juni 2023 (internationaal strafrecht)

    Tsjechisch executie-EAB. Overlevering weigeren en overnemen straf ex art. 6a OLW. Schorsingsverzoek overleveringsdetentie afgewezen.

  • ECLI:NL:GHARL:2022:2923Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2022 (strafrecht)

    Vernietiging. Verlenging van de PIJ-maatregel met twee jaar. Overwegingen met betrekking tot de ontvankelijkheid van de vordering, de verlengbaarheid van de maatregel en het verweer ten aanzien van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.