Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Huidige tekst

Artikel 2:12 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Beslissing Onze Minister

Geldt sinds 1 november 2012

  1. 1

    Onze Minister beslist over de erkenning van de rechterlijke uitspraak met inachtneming van het oordeel van de bijzondere kamer van het gerechtshof.

  2. 2

    Onze Minister kan met de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat een gedeeltelijke erkenning van de rechterlijke uitspraak overeenkomen voor zover die autoriteit kan aangeven welk deel van de opgelegde vrijheidsbenemende sanctie door een toepasselijke weigeringsgrond niet wordt geraakt. Onze Minister kan aan de gedeeltelijke erkenning de voorwaarde verbinden dat na de tenuitvoerlegging in Nederland geen verdere tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak in de uitvaardigende lidstaat meer plaatsvindt.

  3. 3

    Onze Minister stelt de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat onverwijld schriftelijk en met redenen omkleed in kennis van zijn beslissing op grond van het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:850Hoge Raad, 15 juni 2021 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Overgangsrecht m.b.t. proeftijd verbonden aan voorwaardelijke invrijheidsstelling van veroordeelde aan wie gevangenisstraf is opgelegd. Kan proeftijd worden…

  • ECLI:NL:PHR:2021:194Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2021 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Verlenging van de proeftijd bij de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) is wettelijk mogelijk sinds 1 januari 2018. Kan de proeftijd worden verlengd…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1672Rechtbank Gelderland, 27 februari 2026 (strafrecht)

    Verlenging tbs-maatregel voor de duur van 2 jr + voorwaardelijke beeindiging van de dwangverpleging na beslissing dat naar Belgisch recht opgelegde interneringsmaatregel in Nederland ten uitvoer kan…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:659Rechtbank Den Haag, 16 januari 2026 (civiel recht)

    Kort geding. De gevorderde invrijheidstelling in afwachting van toepassing van artikel 6:2:10 lid 4 Sv wordt afgewezen. Evenmin aanleiding voor een verplichting om nader onderzoek te doen.…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:6340Rechtbank Rotterdam, 9 mei 2025 (strafrecht)

    Bezwaar (algehele) herroeping v.i. ex art. 6:6:8 Sv gegrond. Het OM heeft bij de herroepingsbeslissing onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:2997Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 april 2024 (europees strafrecht)

    Oordeel van het hof (in de zin van art. 2:11 lid 7 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties) i.v.m. de erkenning en tenuitvoerlegging in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:7719Rechtbank Amsterdam, 23 november 2023 (europees strafrecht)

    Executie-EAB Polen. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 13 december 2022 (ECLI:NL:RBAMS:2022:8146) een voorlopig oordeel gegeven over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:5817Rechtbank Amsterdam, 10 augustus 2023 (internationaal strafrecht)

    Pools executie-EAB. Verzamelvonnis. Gelijkstelling. Weigeren o.g.v. art. 6a OLW.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.