Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Huidige tekst

Artikel 2:19 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Aanhouding en inverzekeringstelling

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    De veroordeelde die zich in Nederland bevindt, kan worden aangehouden, indien er gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat een vrijheidsbenemende sanctie op grond van dit hoofdstuk in Nederland ten uitvoer zal worden gelegd.

  2. 2

    Een verzoek van de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat dat strekt tot toepassing van het eerste lid en dat is gedaan voorafgaand aan de toezending van de rechterlijke uitspraak en het certificaat, kan slechts in overweging worden genomen, indien het een vermelding bevat van: a.een zo nauwkeurig mogelijk signalement van de veroordeelde; b.het strafbare feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft; c.de vrijheidsbenemende sanctie die is opgelegd; d.de feiten en omstandigheden waaronder het feit is begaan.

  3. 3

    Indien de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat een verzoek heeft gedaan dat strekt tot toepassing van het eerste lid, stelt Onze Minister het openbaar ministerie met het oog op de uitvoering ervan op de hoogte.

  4. 4

    Iedere officier van justitie of hulpofficier van justitie is bevoegd de aanhouding te bevelen.

  5. 5

    Na de veroordeelde te hebben gehoord, kan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven.

  6. 6

    Artikel 39 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:11665Rechtbank Den Haag, 4 november 2019 (verbintenissenrecht)

    Kort geding Afwijzing vordering om bij de tenuitvoerlegging van een door de Belgische rechter opgelegde detentiestraf uit te gaan van een eerdere VI- en faseerdatum. De bodemrechter heeft daarover…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:10137Rechtbank Den Haag, 22 augustus 2018 (verbintenissenrecht)

    Overheidsaansprakelijkheid. Overdracht Belgisch strafvonnis. Artikel 2:11 WETS. V.I.-datum. Was eiser bij tenuitvoerlegging in België met grote mate van waarschijnlijkheid op een eerder tijdstip dan…

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:9986Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2015 (civiel recht)

    Kort geding. Verbod tenuitvoerlegging Belgisch arrest afgewezen. Geen strijd met artikel 2:10 WETS, oordeel met betrekking tot erkenning niet onzorgvuldig, geen verplichte weigeringsgrond, Belgische…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.