Wet tegemoetkomingen loondomein

Wtl

Huidige tekst

Artikel 2.6 Wtl

Geldt sinds 1 januari 2026

Doelgroep 1 Een werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan, heeft recht op een loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is die: a.in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking: 1°. recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of 2°. arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zou zijn geweest in verband met het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen indien dat artikel niet zou zijn ingetrokken en tevens voor 1 januari 2006 arbeidsgehandicapte was op grond van dat artikel; b.niet op enig moment in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van indiensttreding in dienstbetrekking bij de werkgever is geweest; en c.een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.7 aan de werkgever heeft verstrekt. 2 Bij de toepassing van het eerste lid met betrekking tot een werknemer die binnen vijf jaar na de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629, elfde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet, in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever en die: a.volgens een arbeidskundig onderzoek op de dag, bedoeld in de aanhef, minder dan 35% arbeidsongeschikt is en niet in staat is tot het verrichten van arbeid bij de werkgever waarbij de werknemer op die dag in dienstbetrekking was; en b.op de eerste dag van elf weken voorafgaand aan de dag, bedoeld in onderdeel a, geen dienstbetrekking had met een andere werkgever dan de werkgever, bedoeld in onderdeel a, en nog bij die werkgever in dienstbetrekking is, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, bedoeld in de aanhef; is de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing 3 Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien: a.de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; b.het verzoek betrekking heeft op een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet; of c.de periode, bedoeld in artikel 2.8, voor deze werknemer is verstreken. 4 Met een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gelijkgesteld een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering op grond van een wettelijk stelsel inzake sociale zekerheid van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel Zwitserland. 5 Voor de toepassing van dit artikel worden onderbrekingen van een dienstbetrekking tussen dezelfde werkgever en werknemer binnen de periode, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, geacht niet te hebben plaatsgevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:246Centrale Raad van Beroep, 4 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering verstrekking doelgroepverklaring. Het Uwv heeft een aanvraag voor een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel terecht afgewezen omdat deze buiten de wettelijk voorgeschreven termijn van drie…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:690Centrale Raad van Beroep, 6 mei 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering doelgroepverklaring terecht. Beroep over de weigering van de doelgroepverklaring ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad is van oordeel dat met wat appellante ter zitting heeft…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:3209Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 oktober 2023 (belastingrecht)

    Belanghebbende, [belanghebbende], is per 18 maart 2019 opgericht. Voordien werd de onderneming gedreven in de vorm van een vof. De vof had vier werknemers in dienst waarvoor recht op een…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:525Centrale Raad van Beroep, 22 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    De verstrekte doelgroepverklaring heeft de geldigheid behouden tot en met 31 december 2021. Er is geen wettelijk voorschrift aan te wijzen waaruit voortvloeit dat een verstrekte doelgroepverklaring…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:10439Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 december 2022 (belastingrecht)

    Wet tegemoetkomingen loondomein. Loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:2598Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 mei 2022 (belastingrecht)

    Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Loonkostenvoordelen. De rechtbank is van oordeel dat de in de loonaangiften gedane verzoeken moeten worden aangemerkt als verzoeken om tegemoetkoming LKV als…

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:2543Rechtbank Gelderland, 20 mei 2021 (belastingrecht)

    Wet tegemoetkomingen loondomein. Overgangsrecht. Volgens de inspecteur heeft een werkgever alleen recht op loonkostenvoordeel voor werknemers die vóór 1 januari 2018 in dienst zijn getreden, als is…

  • ECLI:NL:RBOVE:2019:3718Rechtbank Overijssel, 16 oktober 2019 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag om een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl);voldoet niet aan de voorwaarden; beroep ongegrond. (uitspraak geschreven in…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.