Wet op het BTW-compensatiefonds

WBc

Huidige tekst

Artikel 9 WBc

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De inspecteur als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, is mede bevoegd voor de toepassing van deze wet ten aanzien van het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam.

  2. 2

    Voor het einde van de maand volgend op het tijdvak waarin het recht op bijdrage is ontstaan, dan wel een eerder verstrekte of nog te verstrekken bijdrage geheel of gedeeltelijk verschuldigd is geworden, wordt daarvan opgave gedaan. De inspecteur kan bij beschikking afwijken van de opgave.

  3. 3

    Na afloop van het kalenderjaar stelt de inspecteur de bijdrage over dat jaar op grond van de bepalingen van deze wet bij beschikking vast. Het verschil tussen de bij de in de vorige volzin bedoelde beschikking vastgestelde bijdrage en de over het kalenderjaar verstrekte voorschotten wordt zes maanden na het kalenderjaar uitbetaald, teruggevorderd dan wel verrekend met omzetbelasting die verschuldigd is op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tiende lid, over de minimale hoogte van de bijdrage.

  4. 4

    Indien uiterlijk vijf jaren na het einde van het kalenderjaar blijkt dat bijdrage over dat jaar is verstrekt tot een hoger of lager bedrag dan waarop het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam op grond van deze wet recht heeft, stelt de inspecteur de hoogte van de bijdrage over het desbetreffende kalenderjaar vast bij beschikking en wordt het verschil met de over dat kalenderjaar verstrekte bijdrage uitbetaald, teruggevorderd dan wel verrekend met omzetbelasting en de daarover berekende belastingrente. Voor de toepassing van dit lid wordt rente berekend op grond van het vijfde lid beschouwd als bijdrage.

  5. 5

    In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, wordt belastingrente berekend met overeenkomstige toepassing van de artikelen 30h, 30ha, 30hb en 30ia van de Algemene wet inzake rijksbelastingen als ware de bijdrage omzetbelasting, met dien verstande dat rente niet eerder wordt berekend dan met ingang van de eerste dag van de zevende maand volgend op het kalenderjaar waarop het recht op bijdrage betrekking heeft.

  6. 6

    Hetgeen voor de omzetbelasting onherroepelijk komt vast te staan, geldt mede ten aanzien van de toepassing van deze wet.

  7. 7

    Op het bezwaar, beroep, hoger beroep of beroep in cassatie tegen een op de voet van het tweede, derde of vierde lid gegeven beschikking is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

  8. 8

    De artikelen 47, 48 tot en met 56 en 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 34 en 34a van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn van overeenkomstige toepassing.

  9. 9

    Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van hetgeen in dit artikel is bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:365Hoge Raad, 10 maart 2023 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:PHR:2022:640Parket bij de Hoge Raad, 29 juni 2022 (belastingrecht)

    Belastingrente - Spiegelcorrecties omzetbelasting en bijdragen BTW-compensatiefonds; veel minder belastingrente vergoed over BTW-compensaties dan berekend over de daarmee corresponderende…

  • ECLI:NL:PHR:2022:699Parket bij de Hoge Raad, 29 juni 2022 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 29 juni 2022 met de rolnummers: 21/03143, 21/03144, 21/03147, 20/03879

  • ECLI:NL:HR:2021:752Hoge Raad, 21 mei 2021 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:1495Rechtbank Noord-Nederland, 22 april 2025 (belastingrecht)

    Wet op het BTW-compensatiefonds, de in artikel 4, eerste lid, van de Wet Bcf opgenomen uitsluitingsgronden zijn niet van toepassing op de omzetbelasting ter zake van de bouw van het nieuwe…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3775Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 juni 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting/ Btw-compensatiefonds.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3776Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 juni 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting/ Btw-compensatiefonds.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3778Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 juni 2024 (belastingrecht)

    Omzetbelasting/ Btw-compensatiefonds.

55 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.