Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Huidige tekst

Artikel 6 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Geldt sinds 27 maart 1951

Indien een onder dit deel vallend vermogensbestanddeel gedeeltelijk aan een vijandelijke Duitser en gedeeltelijk aan een niet-vijand in eigendom toebehoort, zullen de Verdragsluitende Regeringen bij onderlinge overeenkomst vaststellen hoe de belangen der betrokkenen zullen worden gesplitst en hoe de vijandelijke belangen zullen worden vrijgegeven. Het vijandelijke Duitse aandeel dient dan te worden vrijgegeven aan die Verdragsluitende Regering, die gerechtigd zou zijn geweest het goed te ontvangen, indien het ten volle vijandelijk Duits eigendom ware geweest.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.