Huidige tekst
Artikel 5 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
A Op een rekening in vreemde valuta (primaire rekening genoemd) ten gunste van een vijandelijke Duitser, aangehouden door een bankinstelling, gevestigd binnen het grondgebied van een der Verdragsluitende Regeringen („primair land” genoemd) en geheel of ten dele gedekt door een rekening (garantierekening genoemd) bij een bankinstelling binnen het grondgebied van de andere Verdragsluitende Regering („secundair land” genoemd), zullen de volgende bepalingen toepasselijk zijn: (1) De garantierekening dient te worden vrijgegeven. (2) Indien het secundaire land de inkomsten uit vijandelijke Duitse vermogensbestanddelen, welke zich in het secundaire land bevinden of de opbrengst van liquidatie van tot vijandelijk Duits vermogen behorende effecten, uitgegeven door het secundaire land of door een publiek- of privaatrechtelijk lichaam of door een natuurlijke persoon binnen haar grondgebied, welke in bewaarneming lagen of gecrediteerd waren op stukkenrekening, heeft genaast of op andere wijze onder beheer heeft gesteld, mogen deze inkomsten of deze opbrengsten door het secundaire land worden behouden en zal subparagraaf (1) van deze paragraaf hierop geen betrekking hebben. B Voor de toepassing van dit artikel omvat de term „rekeningen” zowel rekeningen of onderrekeningen op naam of op nummer of op andere wijze bepaaldelijk aangeduid, als rubriekrekeningen en onderrekeningen daarvan.