Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Huidige tekst

Artikel 26 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Geldt sinds 27 maart 1951

De Verdragsluitende Regeringen, ervan uitgaande, dat de last der herstelbetalingen dient te drukken op Duitsland en niet op Geallieerde onderdanen, zijn het er in beginsel over eens, dat buiten Duitsland gelegen beleggingen van door het Duitse recht beheerste vennootschappen, waarin zich een aanmerkelijk niet-Duits belang bevindt, voorzover doenlijk uitgesloten dienen te worden van het deel der Duitse bezittingen, hetwelk als voor herstelbetaling beschikbaar wordt beschouwd. Gezien de ingewikkeldheid en de verscheidenheid van bijzondere gevallen, is iedere Verdragsluitende Regering bereid met de andere Verdragsluitende Regering te onderhandelen over een overeenkomst welke uitvoering geeft aan het hierboven aangegeven beginsel met betrekking tot de hierboven omschreven vermogensbestanddelen welke in haar grondgebied zijn gelegen en waarin de andere Regering enig belang heeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.