Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Huidige tekst

Artikel 13 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Geldt sinds 27 maart 1951

De Regering van elk secundair land: (a) behoudt zich het recht voor om, op de voet van het bepaalde in de hierna volgende artikelen 14 tot en met 16, vermogensbestanddelen, welke in onderlinge overeenstemming als vijandelijk Duits worden beschouwd voor eigen rekening te gelde te maken. Indien vermogensbestanddelen te gelde worden gemaakt zal de opbrengst daarvan door de Regering van het secundaire land slechts worden behouden voorzover het vijandelijk belang in de desbetreffende vermogensbestanddelen strekt; (b) stemt erin toe, dat de in het secundaire land gelegen vermogensbestanddelen, welke niet door Duitsers worden beheerst of welke toebehoren aan een primaire onderneming, die niet door Duitsers wordt beheerst, onmiddellijk worden vrijgegeven; (c) is gerechtigd met goedvinden van de Regering van het primaire land vermogensbestanddelen, waaromtrent nog geen overeenstemming terzake van het daarin aanwezige vijandelijke Duitse belang is bereikt, te gelde te maken, indien dit noodzakelijk is teneinde de waarde van de desbetreffende vermogensbestanddelen in stand te houden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.