Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Huidige tekst

Artikel 9 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Geldt sinds 1 augustus 2022

  1. 1

    De beslissing tot plaatsing van, of tot verstrekking van zorg aan een uit Nederland afkomstig kind in een pleeggezin of in een instelling in een andere staat ingevolge artikel 33 van het verdrag dan wel artikel 82 van de verordening, wordt in Nederland genomen door de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  2. 2

    De centrale autoriteit zendt een gemotiveerd verzoek, vergezeld van een rapport betreffende het kind, toe aan de centrale autoriteit dan wel de andere bevoegde autoriteit van de staat waar de plaatsing of de verstrekking van zorg dient plaats te vinden. Zij treedt met deze autoriteit in overleg.

  3. 3

    De in het eerste lid bedoelde beslissing wordt eerst genomen nadat de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, de volgende bescheiden heeft ontvangen: a.een schriftelijke verklaring van de personen of de instelling bij welke de plaatsing of de verstrekking van zorg dient plaats te vinden, waaruit hun instemming dan wel goedkeuring blijkt; b.indien gewenst, een door de centrale autoriteit of de andere bevoegde autoriteit in het land van plaatsing opgesteld rapport waaruit de geschiktheid van de pleegouder tot het verstrekken van pleegzorg aan het kind blijkt; c.de instemming, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van het verdrag, dan wel de goedkeuring, bedoeld in artikel 82, vijfde lid, van de verordening; d.indien toepasselijk, bescheiden waaruit blijkt dat het kind vergunning heeft of zal verkrijgen om de staat waar de plaatsing of de verstrekking van zorg zal plaatsvinden, binnen te komen en met het oog op de plaatsing of de verstrekking van zorg een verblijfsrecht in die staat heeft of zal verkrijgen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1818Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 maart 2025 (personen- en familierecht)

    Plaatsing van een kind in het buitenland (Spanje) op basis van een machtiging uithuisplaatsing zonder het doorlopen van de voorafgaande goedkeuringsprocedure zoals beschreven in de Brussel II ter…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:8143Rechtbank Den Haag, 2 juli 2018 (civiel recht)

    De GI verzoekt de kinderen uit huis te plaatsen in een instelling in Denemarken. De rechtbank stelt voorop dat de minderjarigen belang hebben bij plaatsing in een gezinssituatie, maar wijst het…

  • ECLI:NL:GHLEE:2008:BD6670Gerechtshof Leeuwarden, 9 juli 2008 (personen- en familierecht)

    Een in Nederland gegeven machtiging tot uithuisplaatsing komt in beginsel ingevolge de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 (hierna: Vo Brussel IIbis)…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.