Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Huidige tekst

Artikel 12 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Onverminderd de bevoegdheid van de voorzieningenrechter in kort geding, is de rechtbank bevoegd tot kennisneming van alle zaken met betrekking tot de regeling en de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen in internationale gevallen, behoudens voor zover het betreft de erkenning, de niet-erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen.

  2. 2

    De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van een zaak als bedoeld in het eerste lid indien het kind binnen haar rechtsgebied gewone verblijfplaats heeft. In gevallen waarin het verdrag of de verordening een bevoegdheid toekent aan de autoriteiten van de verdragsstaat waar het kind niet zijn gewone verblijfplaats heeft, maar zich bevindt, is tot kennisneming daarvan bevoegd de rechtbank binnen wier rechtsgebied het kind zich bevindt. In gevallen waarin het verdrag of de verordening een bevoegdheid toekent aan de autoriteiten van een staat waar het kind noch zijn gewone verblijfplaats heeft noch zich bevindt, is tot kennisneming daarvan bevoegd de rechtbank Den Haag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:4310Rechtbank Oost-Brabant, 9 augustus 2023 (personen- en familierecht)

    Verzoek benoeming voogd ex 1:253r jo. 1:253q BW. Dat het bestaan of de verblijfplaats van de moeder onbekend is staat onvoldoende vast, nu er reden is te veronderstellen dat zij in Hongarije…

  • ECLI:NL:GHARL:2015:5726Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juli 2015 (civiel recht)

    Verzoek van Hof van beroep te Antwerpen tot uitoefening bevoegdheid ingevolge artikel 15 lid 5 Verordening Brussel II-bis. Ambtshalve onderzoek. Verwijzing naar hof ’s-Hertogenbosch. 15 Verordening…

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:11775Rechtbank Den Haag, 19 september 2014 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voogdij (ex artikel 1:241 van het Burgerlijk Wetboek) Afwijzing voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.