Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Huidige tekst

Artikel 30 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Geldt sinds 1 mei 2006

  1. 1

    Artikel 28, onderdeel B, van deze wet is van toepassing op procedures inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, nietigverklaring alsmede nietigheid en geldigheid van het huwelijk die worden ingesteld op of na 1 maart 2005.

  2. 2

    Het in artikel 1 bedoelde verdrag is niet van toepassing in procedures inzake ouderlijke verantwoordelijkheid of maatregelen ter bescherming van kinderen, die vóór zijn inwerkingtreding in Nederland zijn ingesteld en waarin na zijn inwerkingtreding een beslissing wordt genomen.

  3. 3

    De inwerkingtreding in Nederland van het in artikel 1 bedoelde verdrag laat ouderlijke verantwoordelijkheid die voordien van rechtswege aan een persoon is toegekomen, onverlet.

  4. 4

    Vanaf het tijdstip van de inwerkingtreding in Nederland van het in artikel 1 bedoelde verdrag wordt het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid van een persoon die deze niet reeds heeft, door dat verdrag beheerst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21342Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Voorziening in de voogdij, schorsing gezag van rechtswege, vaststelling gezagsverhouding naar Syrisch recht artikel 16 HKBV.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5985Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. Internationaal privaatrecht. Schorsing van het gezag van de vader (artikel 1:253r BW).

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:9500Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 december 2025 (personen- en familierecht)

    Herstel gezag van beide ouders na tijdelijke voogdij (1:253r, 1:253q, 1:277 BW). Ondanks dat de communicatie tussen de ouders verbetering behoeft en er geen/nauwelijks sprake is van contact tussen de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:8393Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 oktober 2025 (personen- en familierecht)

    toewijzing eenhoofdig gezag, IPR gezagspositie (artikel 30 lid 4 uitvoeringswet), brieven aan de kinderen

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:6279Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 september 2025 (personen- en familierecht)

    Voor recht verklaren partijen gezamenlijk gezag naar Pools recht

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:3864Rechtbank Noord-Holland, 20 maart 2025 (personen- en familierecht)

    Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling, omdat geen sprake meer is van bedreigingen in de ontwikkeling

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:9831Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 februari 2025 (personen- en familierecht)

    Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Alvorens toewijzing heeft de kinderrechter de gezagspositie van de ouders vastgesteld naar Syrisch recht.

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:4753Rechtbank Midden-Nederland, 28 juni 2024 (personen- en familierecht)

    Ondertoezichtstelling, gezag moeder, Syrisch recht.

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.