Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Huidige tekst

Artikel 4 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Geldt sinds 1 augustus 2022

  1. 1

    Onze Minister van Justitie wordt voor Nederland aangewezen als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 29 van het verdrag en in artikel 76 van de verordening.

  2. 2

    De centrale autoriteit is belast met de in hoofdstuk V van het verdrag, onderscheidenlijk hoofdstuk V van de verordening omschreven taken van de centrale autoriteit. Deze centrale autoriteit is als zodanig tevens belast met de behandeling van verzoeken om tussenkomst in internationale kwesties betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, wanneer deze niet door het verdrag of de verordening worden beheerst. Bij de behandeling van deze verzoeken worden de bepalingen van hoofdstuk V van het verdrag zoveel mogelijk in acht genomen.

  3. 3

    In het bijzonder neemt de centrale autoriteit alle passende maatregelen teneinde te bevorderen dat in de omstandigheden waarin het verdrag, de verordening of deze wet van toepassing is, minnelijke schikkingen tot stand komen met betrekking tot de bescherming van de persoon of het vermogen van het kind.

  4. 4

    De aanwijzing van de centrale autoriteit staat er niet aan in de weg dat een persoon zich rechtstreeks tot de rechter of andere autoriteiten wendt teneinde de erkenning van de ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind, het herstel van die verantwoordelijkheid over een kind te bereiken, of de vaststelling of wijziging van een beslissing inzake ouderlijke verantwoordelijkheid dan wel een maatregel ter bescherming van een kind te verkrijgen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHLEE:2008:BD6670Gerechtshof Leeuwarden, 9 juli 2008 (personen- en familierecht)

    Een in Nederland gegeven machtiging tot uithuisplaatsing komt in beginsel ingevolge de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 (hierna: Vo Brussel IIbis)…

  • ECLI:NL:GHARN:2008:BE9044Gerechtshof Arnhem, 8 juli 2008 (personen- en familierecht)

    IPR, voorlopige voogdij over kinderen die bij de moeder zonder gezag verblijven, oproep vader. Art 1:241 lid 2 BW, EG verordening 1348/2000 art 14 en art 800 lid, 272 en 277 Rv

  • ECLI:NL:GHARN:2007:BC2723Gerechtshof Arnhem, 20 november 2007 (personen- en familierecht)

    Rechtmiddel (beroep) tegen verlof uitvoerbaarverklaring in Nederland van Italiaanse beschikking dient niet bij het hof maar bij de rechtbank te worden ingesteld; hof verwijst de zaak naar de rechtbank

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.