Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Huidige tekst

Artikel 13 Uitvoeringswet internationale kinderbescherming

Geldt sinds 1 januari 2012

De zaken tot kennisneming waarvan de rechtbank op grond van artikel 12, eerste lid, bevoegd is, worden ingeleid met een verzoekschrift. Het verzoekschrift wordt ingediend door een advocaat. Het verzoekschrift houdt tevens in de keuze van een woonplaats binnen het arrondissement van de rechtbank.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1594Hoge Raad, 8 november 2024 (civiel recht)

    Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Personen- en familierecht. Toepasselijkheid van Verordening Brussel II-bis of Verordening Brussel II-ter? Tijdstip van aanhangigheid van voor het eerst in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:11304Rechtbank Den Haag, 23 juli 2018 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering - voorlopige voogdij - ondertoezichtstelling

  • ECLI:NL:GHARL:2018:4491Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 mei 2018 (personen- en familierecht)

    Verzoeken tot gezagswijziging en wijziging hoofdverblijfplaats. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Begrip “gewone verblijfplaats”. 8, 9 en 10 Brussel II-bis.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.