Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Huidige tekst

Artikel 1 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Geldt sinds 1 januari 2026

Reikwijdte en definities 1 Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 16, 17, 33, 35b, 35c, 35d, 35e en 73 van de Successiewet 1956. 2 Deze regeling verstaat onder: − aanmerkelijk belang: aanmerkelijk belang als bedoeld in afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met uitzondering van artikel 4.10 van die wet; − aanmerkelijkbelanghouder: houder van een aanmerkelijk belang; − vermogensbestanddelen: vermogenstitels die bij voldoende omvang een aanmerkelijk belang kunnen vormen; − voortzettingsperiode: de voortzettingsperiode, bedoeld in artikel 35e van de wet; − wet: Successiewet 1956.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:903Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag in hoeverre de BOR van toepassing is op door schenking verkregen aandelen als daaraan een ruziesplitsing van bedrijfsvermogen vooraf is gegaan. Hoe…

  • ECLI:NL:PHR:2019:825Parket bij de Hoge Raad, 21 augustus 2019 (belastingrecht)

    Moet de bezitstermijn van vijf jaren in de Bedrijfsopvolgingsregeling ook afzonderlijk worden toegepast op een indirect gehouden aanmerkelijk aandelenbelang? A-G IJzerman heeft conclusie genomen in…

  • ECLI:NL:PHR:2019:827Parket bij de Hoge Raad, 21 augustus 2019 (belastingrecht)

    Moet de bezitstermijn van vijf jaren in de Bedrijfsopvolgingsregeling ook afzonderlijk worden toegepast op een door een indirect aanmerkelijk belang verworven onderneming? A-G IJzerman heeft…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.