Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Uitv reg Awir

Huidige tekst

Artikel 9 Uitv reg Awir

Geldt sinds 1 januari 2026

Voortdurende vermogenstoetsuitzonderingen 1 Op verzoek van de belanghebbende blijft artikel 7, derde en vierde lid, van de wet, artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag of artikel 1, vierde lid van de Wet op het kindgebonden budget buiten toepassing indien wel aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zou worden verminderd met: a.bezittingen die zijn opgekomen: 1°. van de zijde van een pleegkind; 2°. van de zijde van een kind en waarover zowel de belanghebbende, diens partner, een eventuele medebewoner, alsook het kind niet kan beschikken; b.een bedrag ter grootte van de navolgende eenmalige uitkeringen die in het berekeningsjaar of in enig eerder jaar zijn ontvangen, waaronder mede begrepen de daarmee samenhangende rente, bedoeld in artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht: 1°. immateriële schadevergoedingen die zijn toegekend voor 1 januari 2024; 2°. schadevergoedingen die door de overheid, het Nederlandse Rode Kruis, of fabrikanten van farmaceutische producten zijn betaald aan hemofiliepatiënten die met het aids-virus zijn besmet; 3°. vergoedingen ingevolge de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers zoals deze luidde op 31 maart 2014 of de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014; 4°. uitkeringen van de Stichting Maror-gelden Overheid, opgericht op 1 december 2000, gevestigd te Amsterdam; 5°. uitkeringen van de Stichting Het Gebaar, opgericht op 19 november 2001, gevestigd te ’s-Gravenhage; 6°. uitkeringen van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma, opgericht op 3 november 2000, gevestigd te Tilburg; 7°. uitkeringen van de Stichting Joods Humanitair Fonds, opgericht op 31 januari 2002, gevestigd te ’s-Gravenhage; 8°. uitkeringen van de Stichting Individuele Maror Gelden, opgericht op 1 december 2000, gevestigd te Amsterdam; 9°. uitkeringen van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa, opgericht op 22 november 1999, gevestigd te ’s-Gravenhage; 10°. uitkeringen van de Stichting Individuele Bankaanspraken Sjoa, opgericht op 11 maart 2002, gevestigd te ’s-Gravenhage; 11°. uitkeringen van de Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa, opgericht op 22 november 1999, gevestigd te ’s-Gravenhage; 12°. uitkeringen uit het DES-Fonds die zijn verstrekt aan slachtoffers van het gebruik van DES-preparaten; 13°. tegemoetkomingen op grond van de Regeling tegemoetkoming financiële gevolgen in verband met functionele invaliditeit nieuwjaarsbrand Volendam (Stcrt. 2003, 42) en bijdragen op grond van de Regeling tegemoetkoming in kosten nieuwjaarsbrand Volendam II (Stcrt. 2004, 188), uitgekeerd aan de getroffenen zelf; 14°. vergoedingen op grond van de compensatieregeling van de Rooms-Katholieke Kerk Nederland voor slachtoffers van seksueel misbruik; 15°. bijzondere uitkeringen van het Ministerie van Defensie op grond van artikel 21a van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen of op grond van artikel 21a van het Besluit bijzondere militaire pensioenen; 16°. uitkeringen op grond van de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen of op grond van de civiele regeling die de Staat voor deze groep van slachtoffers heeft opgesteld; 17°. uitkeringen van een voorschot op een persoonsgebonden budget als bedoeld in paragraaf 2.6 van de Regeling subsidies AWBZ, die betrekking hebben op een in het kalenderjaar 2012 of in het kalenderjaar 2013 gelegen subsidieperiode voor zover deze zijn gedaan vóór 1 januari van het betreffende kalenderjaar; 18°. uitkeringen op grond van de Uitkeringsregeling Backpay. 2 Op verzoek van de belanghebbende blijft artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag of artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget buiten toepassing indien wel aanspraak op zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende of zijn partner de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zou worden verminderd met een bedrag ter grootte van een in het berekeningsjaar of in enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkering: a.die een schadevergoeding vormt voor een letselschade; en b.waarvan de hoogte is vastgelegd in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak die is gedateerd voor 11 oktober 2010, dan wel, indien de uitkering op andere grond tot stand is gekomen, de hoogte is vastgesteld voor 11 oktober 2010. 3 Het eerste lid, onderdeel b, onder 3° tot en met 11°, is eveneens van toepassing ingeval de genoemde uitkeringen of tegemoetkomingen zijn verstrekt aan nabestaanden van de gerechtigden. 4 Een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren waarop het verzoek om toepassing van een vermogenstoetsuitzondering betrekking kan hebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:2587Raad van State, 6 mei 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het berekeningsjaar 2021 herzien en definitief vastgesteld op nihil, waarbij het betaalde voorschot van €…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:1714Rechtbank Oost-Brabant, 18 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering van voorschot huurtoeslag wegens overschrijding van de vermogensgrens. Deze vermogensgrens is overschreden door het ontvangen van een voorschot. De rechtbank vindt de…

  • ECLI:NL:RVS:2026:1360Raad van State, 11 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2022 definitief berekend, op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot van € 2.026,00 teruggevorderd.…

  • ECLI:NL:RVS:2017:3091Raad van State, 15 november 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 januari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorg- en huurtoeslag van [appellante] over 2014 herzien en vastgesteld op nihil. Tevens is € 884,00 en € 2.562,00 aan betaalde…

  • ECLI:NL:RVS:2017:1688Raad van State, 28 juni 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 augustus 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag voor [wederpartij] over 2014 definitief berekend en vastgesteld op nihil.

  • ECLI:NL:RVS:2016:2359Raad van State, 31 augustus 2016 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 augustus 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] over 2012 definitief vastgesteld op nihil en € 2.228,00 aan teveel betaalde voorschotten…

  • ECLI:NL:RVS:2016:1390Raad van State, 25 mei 2016 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 december 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2011 definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van € 2.059,00 aan teveel betaalde…

  • ECLI:NL:RBALK:2012:BW7491Rechtbank Alkmaar, 24 mei 2012 (bestuursrecht)

    Huurtoeslag. Uitkering uit ongevallen inzittendenverzekering kan niet worden aangemerkt als (daadwerkelijke) schadevergoeding als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, sub 1, van de…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.