Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Uitv reg Awir

Huidige tekst

Artikel 3 Uitv reg Awir

Geldt sinds 6 januari 2014

Gelijkstelling met basisregistratie personen 1 Iemand die niet in Nederland woont, wordt geacht op zijn woonadres te zijn ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland, indien: a.hij vanwege zijn functie of vanwege de functie van een van de tot zijn huishouden behorende personen niet kan of niet hoeft te worden ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland; b.blijkt dat hij niet woont op het adres waarop hij is ingeschreven in de bevolkingsregistratie in zijn woonland; c.zijn woonland geen of geen naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie voert. 2 Iemand die in de basisregistratie personen niet op zijn woonadres is ingeschreven, wordt geacht daarin wel op dat adres te zijn ingeschreven, indien: a.hij een vreemdeling is als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet; b.hij of een tot zijn huishouden behorende persoon op grond van artikel 21, eerste lid, van het Besluit basisregistratie personen in verband met zijn bijzondere verblijfsrechtelijke status niet in aanmerking komt voor inschrijving, met dien verstande dat voor degenen die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevoerde Protocollaire Basisadministratie, het in deze administratie opgenomen woonadres geldt; c.blijkt dat sprake is van een onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen voor de periode tot aan de datum van adreswijziging, bedoeld in artikel 2.20, derde lid, van de Wet basisregistratie personen; d.hij zich binnen 5 dagen na de aanvang van zijn verblijf op zijn woonadres heeft laten inschrijven in de basisregistratie personen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:1891Rechtbank Rotterdam, 5 maart 2021 (bestuursrecht)

    Kinderopvangtoeslag 2019. Nu voldoende aannemelijk is dat eiser kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en dat deze kosten zijn voldaan en het kind wordt geacht in 2019 samen met haar moeder en eiser…

  • ECLI:NL:RVS:2019:2437Raad van State, 17 juli 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 29 december 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag en het voorschot kindgebonden budget van [appellant] over 2017 herzien en op respectievelijk € 1.881,00…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:7067Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2016 (bestuursrecht)

    De kinderopvangtoeslag van verzoekster is beëindigd, omdat zij en haar kinderen niet langer op een woonadres, maar op een postadres stonden ingeschreven in de BRP. De voorzieningenrechter is van…

  • ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5611Rechtbank Oost-Nederland, 13 februari 2013 (bestuursrecht)

    Herziening definitieve vaststelling huurtoeslag 2006 op nihil; weliswaar sprake van niet duurzaam gescheiden levende echtgenoten, maar echtgenoot, zijnde toeslagpartner, wordt geacht op GBA-adres van…

  • ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6087Rechtbank Oost-Nederland, 13 februari 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening definitieve vaststelling huurtoeslag 2007 op nihil; weliswaar sprake van niet duurzaam gescheiden levende echtgenoten, maar echtgenoot, zijnde toeslagpartner, wordt geacht op GBA-adres van…

  • ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6092Rechtbank Oost-Nederland, 13 februari 2013 (bestuursrecht)

    Herziening tegemoetkoming huurtoeslag 2008. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 22-8-2012, LJN: BX5258 en de uitspraak van de CRvB van 13-3-2012 (LJN: BV8894) op het door eiseres…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.