Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965

Uitv besl LB

Huidige tekst

Artikel 1 Uitv besl LB

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 4, 5a, 7, 13bis, 18a, 18g, 19a, 31a, 33, 34, 35, 35f, 35g en 35n van de Wet op de loonbelasting 1964 en aan artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

  2. 2

    Dit besluit verstaat onder: a.wet: Wet op de loonbelasting 1964; b.uitvoerder van aangenomen werk: degene, die, anders dan in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, en anders dan als thuiswerker, ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek die niet rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijke persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden, persoonlijk een werk tot stand brengt; c.loon in geld: het loon voor de loonbelasting, voor zover dit in geld wordt verstrekt; d.tabelloon: het loon waarop de loonbelastingtabel wordt toegepast; e.bruto-inkomen: het loon in de zin van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; f.belasting, ingeval artikel 27b, eerste lid, van de wet van toepassing is: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen; g.gage: gage als bedoeld in artikel 35 van de wet; h.gezelschap: een groep van natuurlijke personen of lichamen waarbij de leden van de groep individueel of gezamenlijk ingevolge een overeenkomst van korte duur als artiest in Nederland optreden of als beroep een tak van sport in Nederland beoefenen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:501Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2016 (belastingrecht)

    Voor de vaststelling dat sprake is van een fictieve dienstbetrekking in de zin van art. 2c Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 is vereist dat feitelijk persoonlijk arbeid wordt verricht, waarbij…

  • ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5067Gerechtshof Amsterdam, 4 april 2005 (belastingrecht)

    Artikel 3:4 Wet IB 2001. Maten van een stille maatschap zijn geen ondernemer in de zin van artikel 3.4. Wet IB 2001 nu alle verbintenissen worden gesloten op naam van een stichting en die stichting…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.