Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965

Uitv besl LB

Huidige tekst

Artikel 11 Uitv besl LB

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    De loonbelasting wordt mede geheven van natuurlijke personen die de navolgende tot het belastbare inkomen uit werk en woning dan wel het belastbare inkomen uit werk en woning in Nederland in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 behorende inkomsten genieten: a.de navolgende termijnen van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen, negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en afkoopsommen: 1°. termijnen van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verstrekt door een bank, beleggingsonderneming of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van die wet; 2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 3°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom; 4°. uitkeringen die worden verstrekt door een bank, beleggingsonderneming of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen; 5°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven; 6°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen en afkoopsommen daarvan verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die uitkeringen of verstrekkingen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel b of d, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 de regels die daarvoor golden op 31 december 2000 op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven; b.uitkeringen ingevolge de Ziektewet en ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten; c.uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, artikelen 4:2b, zevende lid, en 6:3, zevende lid, van de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en uitkeringen of inkomensvoorzieningen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; d.uitkeringen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en ingevolge de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet; e.uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan wordt deelgenomen op grond van artikel 150a van de Pensioenwet; f.uitkeringen ingevolge de Algemene Oorlogsongevallenregeling (Staatsblad van Nederlandsch-Indië 1946 (nr. 48) en de beschikking van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië van 5 november 1946, nr. 6 (Staatsblad van Nederlandsch-Indië 1946, nr. 118), alsmede op deze uitkeringen betrekking hebbende toe- en bijslagen; g.uitkeringen ingevolge de Participatiewet, alsmede de in artikel 3a bedoelde uit het familierecht voortvloeiende periodieke uitkeringen of verstrekkingen; h.uitkeringen ingevolge de Werkloosheidswet; i.uitkeringen uit de Stichting 1940-1945, de Stichting Friesland 1940-1945 en de Stichting Hulp voor nagelaten betrekkingen voor illegale strijders (Stichting Sneek 1940-1945); j.uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan wordt deelgenomen op grond van de Wet op het notarisambt; k.uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan wordt deelgenomen op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; l.uitkeringen ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en ingevolge de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945; m.uitkeringen ingevolge de Remigratiewet en de Remigratieregeling 1985; n.uitkeringen ingevolge de Toeslagenwet; o.uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; p.uitkeringen verstrekt door de Conterganstiftung für behinderte Menschen; q.vervallen; r.vervallen; s.inkomensondersteunende uitkeringen ingevolge artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet; t.uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen; u.uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan wordt deelgenomen op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000; v.tegemoetkomingen ingevolge artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet; w.uitkeringen in verband met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd op grond van de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies; x.uitkeringen op grond van de Gesetz zur Zahlbarmachung von Renten aus Beschäftigungen in einem Ghetto; y.uitkeringen op grond van de Bundesgesetz zur Entschädigung für auf dem Gebiet des ehemaligen Deutschen Reiches lebende Opfer der NS-Verfolgung; z.uitkeringen uit het Härtefonds für rassisch Verfolgte nicht jüdischen Glaubens; aa. uitkeringen op grond van artikel 3 van het Besluit bijzondere militaire pensioenen of op grond van de artikelen 8 of 11, tweede lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde inkomsten worden aangemerkt als loon uit vroegere arbeid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:824Parket bij de Hoge Raad, 28 augustus 2026 (belastingrecht)

    Art. 3.101 en 3.104 Wet IB 2001. Is de bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) belastbaar als periodieke uitkering? Is de BIV een publiekrechtelijke periodieke uitkering? Staat aan belastbaarheid van…

  • ECLI:NL:PHR:2024:459Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Begrip ‘loon uit tegenwoordige arbeid’. Samenloop arbeidskorting en samenvoegingsbepaling in de loonbelasting.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:891Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (belastingrecht)

    Art. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en 19d Wet LB. Op grond van welke bepaling in de Wet IB 2001 worden uitkeringen ontvangen van de Deutsche Rentenversicherung in de heffing betrokken?…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1267Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/00136. In cassatie is in geschil of belanghebbende in 2013 recht heeft op verrekening van de door [A] in 2015 aangekondigde inhouding van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:4708Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2025 (belastingrecht)

    Belanghebbende is oud-militair. Hij heeft tijdens diverse missies ernstige trauma’s opgelopen en is daarom arbeidsongeschikt. In 2022 ontvangt hij vanwege de arbeidsongeschiktheid (onder meer)…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1667Gerechtshof Den Haag, 23 juli 2024 (belastingrecht)

    Artikel 21, letter e, onder 2, AWR. Teveel ontvangen bijstandsuitkering is terecht tot het belastbare loon gerekend. Inspecteur heeft het inkomensgegeven juist vastgesteld.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:1957Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 juni 2021 (belastingrecht)

    De inspecteur heeft het inkomensgegeven juist vastgesteld. De door belanghebbende ten onrechte genoten uitkering van de gemeente is terecht tot het inkomen gerekend. Belanghebbende heeft niet binnen…

  • ECLI:NL:RBNNE:2019:4440Rechtbank Noord-Nederland, 22 oktober 2019 (belastingrecht)

    In geschil is het antwoord op de vraag of de Wajong-uitkering van eiser terecht is aangemerkt als inkomen uit vroegere dienstbetrekking waarop de arbeidskorting niet van toepassing is. Eiser stelt…

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.