Scheepvaartverkeerswet

Huidige tekst

Artikel 32 Scheepvaartverkeerswet

Geldt sinds 4 juni 2026

  1. 1

    Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten en van de in de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gestelde feiten, voor zover deze laatste de overtreding betreffen van bepalingen die krachtens deze wet zijn vastgesteld, zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

  2. 2

    Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het publicatieblad, genoemd in artikel 1 of 2 van de Bekendmakingswet, van het openbaar lichaam waartoe het betreffende orgaan, genoemd in artikel 2, behoort.

  3. 3

    De artikelen 5:13, 5:15 tot en met 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:3233Rechtbank Noord-Nederland, 10 juli 2025 (bestuursrecht)

    Afwijzing van de RDW van de aanvraag van de gemeente en een samenwerkingsverband om direct toegang te krijgen tot het register van registratiebewijzen van snelle motorboten voor de uitoefening van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.