Scheepvaartverkeerswet

Huidige tekst

Artikel 2 Scheepvaartverkeerswet

Geldt sinds 1 september 2001

  1. 1

    Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen is dan wel zijn, tenzij daarin anders is bepaald, het bevoegd gezag: a. indien het betreft een scheepvaartweg in beheer bij 1°. het Rijk: Onze Minister; 2°. een provincie: gedeputeerde staten; 3°. een gemeente: burgemeester en wethouders; 4°. een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: het dagelijks bestuur. b. indien het betreft een scheepvaartweg die niet in beheer is bij enig openbaar lichaam: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de scheepvaartweg is gelegen.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, 1°, zijn burgemeester en wethouders van een gemeente het bevoegd gezag met betrekking tot het gedeelte van de Nederlandse territoriale zee dat binnen het gebied van de gemeente is gelegen. Het in de vorige volzin bepaalde lijdt uitzondering indien dit gedeelte van de Nederlandse territoriale zee of een deel daarvan a. van belang is voor het doorgaande scheepvaartverkeer dan wel het scheepvaartverkeer van of naar een Nederlandse haven of ander Nederlands binnenwater en als zodanig door Onze Minister is aangewezen bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit, of b. door Onze Minister van Defensie als militair oefengebied is aangewezen bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit.

  3. 3

    Ten aanzien van een scheepvaartweg in beheer bij een waterschap bepalen provinciale staten wie het bevoegd gezag is. Zij wijzen als zodanig aan het dagelijks bestuur van het waterschap voor zover dit verenigbaar is met de in het reglement aan het waterschap ter behartiging opgedragen taken, en in andere gevallen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de scheepvaartweg is gelegen of gedeputeerde staten.

  4. 4

    In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, 3°, en onderdeel b, en van het derde lid kunnen provinciale staten ten aanzien van een scheepvaartweg als bedoeld in die bepalingen in het belang van de eenheid van de ordening van het doorgaande scheepvaartverkeer op die scheepvaartweg gedeputeerde staten als bevoegd gezag aanwijzen.

  5. 5

    Onze Minister kan voor een scheepvaartweg in beheer bij het Rijk een van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde organen van een openbaar lichaam als bevoegd gezag aanwijzen. Aan een dergelijke aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1801Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2026 (belastingrecht)

    Legesheffing waterschap. De legesverordening bevat onduidelijke en onbepaalde heffingsgrondslagen en vergt onaanvaardbaar veel doenvermogen van het publiek. De daardoor opgeroepen lastenverzwaring is…

  • ECLI:NL:RVS:2012:BX1819Raad van State, 18 juli 2012 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 mei 2010 heeft het college geweigerd [appellant] ontheffing te verlenen van het verbod om ligplaats in te nemen in een insteekhaven aan de rivier de Linge.

  • ECLI:NL:RBZLY:2012:BW3945Rechtbank Zwolle-Lelystad, 25 april 2012 (bestuursrecht)

    Invaarbeperking voor schepen langer dan 39 meter in Friese Sluis, Voorstersluis en Ketelsluis; onjuiste wettelijke grondslag; echter voldoende oog gehad voor nadelige consequenties;vernietiging…

  • ECLI:NL:RVS:2012:BV8785Raad van State, 14 maart 2012 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 september 2009 heeft het dagelijks bestuur een verzoek van [appellant] om ontheffing van het verbod op het afmeren van een pleziervaartuig in het Nauwe Gein ter hoogte van de…

  • ECLI:NL:RVS:2012:BV8787Raad van State, 14 maart 2012 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 september 2009 heeft het dagelijks bestuur een verzoek van [appellant] om ontheffing van het verbod op het afmeren van een pleziervaartuig in het Nauwe Gein ter hoogte van de…

  • ECLI:NL:RVS:2011:BP9553Raad van State, 30 maart 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 januari 2009 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd tot het verwijderen voor 1 juli 2009 van zijn [woonschip] (hierna: het schip) van de illegale ligplaats…

  • ECLI:NL:RVS:2010:BN3717Raad van State, 11 augustus 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 september 2008 heeft het college het verzoek van [appellant] om ontheffing van het verbod op het innemen van een vaste ligplaats met een pleziervaartuig in de Oude Rijn ter hoogte…

  • ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9190Rechtbank Haarlem, 3 juli 2007 (bestuursrecht)

    Verweerder heeft een algemeen ligplaatsverbod ingesteld op de scheepvaartwegen waarover hij het bevoegd gezag is ingevolge de Scheepvaartverkeerswet (Svw). Met het bestreden verkeersbesluit heeft…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.