Provinciewet

PW

Huidige tekst

Artikel 121 PW

Geldt sinds 4 juni 2026

  1. 1

    Wanneer provinciale staten, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissing niet of niet naar behoren nemen dan wel een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde handeling niet of niet naar behoren verrichten, of anderszins een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderd resultaat niet, niet tijdig of niet naar behoren tot stand brengen, besluit Onze Minister wie het aangaat daarin namens provinciale staten, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning te voorzien ten laste van de provincie.

  2. 2

    Spoedeisende gevallen uitgezonderd, voert Onze Minister wie het aangaat het besluit tot indeplaatsstelling niet uit dan nadat een in het besluit genoemde termijn is verstreken, waarbinnen provinciale staten, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning de gelegenheid hebben alsnog zelf te voorzien in hetgeen het besluit vordert. Indien de situatie dermate spoedeisend is dat Onze Minister wie het aangaat de beslissing om over te gaan tot indeplaatsstelling niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hij alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en voor de bekendmaking.

  3. 3

    Indien het besluit tot indeplaatsstelling een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderd resultaat betreft dat niet tijdig tot stand zal worden gebracht, geeft Onze Minister wie het aangaat in het besluit aan welke beslissingen, handelingen of resultaten moeten zijn genomen, verricht of tot stand gebracht binnen de in het tweede lid bedoelde termijn. Onze Minister wie het aangaat kan voor verschillende beslissingen, handelingen of resultaten een verschillende termijn stellen. Indien provinciale staten, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning niet binnen die termijn hebben voorzien in hetgeen het besluit van hen vordert, voorziet Onze Minister wie het aangaat verder in het tot stand brengen van het gevorderde resultaat.

  4. 4

    Van een besluit tot indeplaatsstelling, alsmede van het voornemen tot het nemen van een dergelijk besluit, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Een afschrift van het besluit en van het voornemen wordt gezonden aan Onze Minister en provinciale staten.

  5. 5

    Indien meer dan één van Onze Ministers overwegen ten aanzien van dezelfde provincie in met elkaar samenhangende beslissingen, handelingen of resultaten toepassing te geven aan het eerste lid, kunnen zij hun bevoegdheden op grond van dit artikel aan een van hen overdragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:783Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2022 (bestuursrecht)

    VEROR

  • ECLI:NL:RVS:2021:456Raad van State, 3 maart 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 14 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen [appellant] op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Afvalstoffenverordening…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:219Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 januari 2021 (bestuursrecht)

    GEMWT

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:3806Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 juni 2018 (bestuursrecht)

    Lasten onder bestuursdwang. Overtreding van onder meer de artikelen 10.1, eerste lid, en artikel 17.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Niet de rechtbank…

  • ECLI:NL:RBZUT:2001:AD5143Rechtbank Zutphen, 1 november 2001 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.