Huidige tekst
Artikel 34 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Vorderingen uit het kapitaalverkeer, die in niet-Duitse valuta luiden, met inbegrip van die vorderingen, die in goudmark of Rijksmark met goud-clausule luiden doch een specifiek buitenlands karakter dragen, (zie artikel 6), zullen als volgt worden geregeld: (1) Voor zover de debiteur betalingen heeft gedaan aan de Konversionskasse für deutsche Auslandsschulden, worden de bedragen, welke onbetaald zijn gebleven van hoofdsom en rente, vastgesteld volgens de bepalingen van artikel 9. (2) Indien rente verschuldigd is, zal het bedrag van de tot 31 December 1952 achterstallige rente, zonder bijberekening van samengestelde interest, op de volgende basis worden vastgesteld: (a) bedroeg de jaarlijkse rente tot nu toe 4 % of minder, dan blijft deze rente gehandhaafd; (b) bedroeg de jaarlijkse rente tot nu toe meer dan 4 %, dan wordt deze tot twee derden doch tot niet minder dan 4 % per jaar gereduceerd. (3) Het volgens de leden (1) en (2) vastgestelde bedrag aan achterstallige rente wordt toegevoegd aan de nog onbetaalde vordering. De aldus ontstane nieuwe hoofdsom zal vanaf 1 Januari 1953 een rente dragen, die 75 % zal bedragen van de bij de inwerkingtreding van deze regeling geldende rentevoet. De nieuwe rente zal echter (a) bij in obligaties belichaamde vorderingen minstens 4 % per jaar en hoogstens 5¼ % per jaar, (b) bij andere vorderingen minstens 4 % per jaar en hoogstens 6 % per jaar bedragen. Was tot nu toe een rente van 4 % of minder verschuldigd, dan blijft deze rente gehandhaafd. De rente zal minstens halfjaarlijks naar het buitenland worden betaald. (4) Bij vorderingen, die het voorwerp zijn geweest van een echte conversie, vormt de rente, die bij de echte conversie overeengekomen is, de basis voor de berekening van eventuele reducties overeenkomstig de leden (2) en (3). Reducties op de rentevoet, die voor een bepaald tijdvak gelden, worden slechts in aanmerking genomen voor het tijdvak, waarvoor zij zijn vastgesteld. (5) Bij vorderingen, die het voorwerp zijn geweest van een onechte conversie, vormt de rente, die zonder deze conversie zou hebben gegolden, de basis voor de berekening van eventuele reducties overeenkomstig de leden (2) en (3). (6) De nieuwe hoofdsom zal vanaf 1 Januari 1958 als volgt door betaling naar het buitenland worden geamortiseerd: (a) in de eerste vijf jaar (1 Januari 1958 tot 31 December 1962) met 3 % per jaar; (b) in de volgende vijf jaar (1 Januari 1963 tot 31 December 1967) met 8 % per jaar; (c) in de daaropvolgende drie jaar (1 Januari 1968 tot 31 December 1970) met 15 % per jaar. De rente zal telkens over de nog uitstaande hoofdsom worden berekend. (7) De crediteur kan tot 30 Juni 1953 verlangen, dat de achterstallige rente, berekend overeenkomstig de leden (2) en (4), niet overeenkomstig lid (3) bij de hoofdsom wordt gevoegd, doch wordt vereffend door betaling in D. mark. De debiteur zal deze betaling binnen zes maanden na het desbetreffend verzoek doen geschieden. (8) Indien het om kleine bedragen gaat, kunnen partijen in bijzondere gevallen, met toestemming van de bevoegde Duitse instanties, in onderling overleg afwijkende bepalingen vaststellen, voor de terugbetaling. (9) Crediteuren en debiteuren kunnen, met inachtneming van de in de Bondsrepubliek Duitsland of in Berlijn (West) geldende deviezenbepalingen, overeenkomen, dat de vordering geheel of gedeeltelijk in D. mark zal worden betaald. (10) De bevoegde Duitse instanties behouden zich het recht voor, in gevallen van hardheid, verzoeken van de partijen om goedkeuring van afwijkende bepalingen voor de terugbetaling in welwillende overweging te nemen. (11) Buitenlandse crediteuren van vorderingen als bedoeld in artikel 2, lid (2) ( b) kunnen betaling in D. mark verlangen van de tot 31 December 1952 vervallen rente, zonder de korting bedoeld in lid (2) van dit artikel, indien zij deze betaling aannemen als voldoening van hun vordering. (12) Indien noodzakelijk, kunnen voor de regeling van vorderingen uit obligaties en coupons, die onder dit voorstel voor een regeling vallen, de in Bijlage II van de Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden neergelegde principes worden aangewend ter aanvulling van dit voorstel voor een regeling.