Huidige tekst
Artikel 28 Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Lonen, salarissen, pensioenen, die berusten op een arbeidsovereenkomst; commissies (artikel 1 (7)) (1) De crediteur kan van de debiteur betaling van het verschuldigde bedrag naar het buitenland verlangen in vijf gelijke jaarlijkse termijnen, te beginnen met 1 Januari 1953. Bij deze regeling kunnen, op verzoek van de rechthebbende, of van een particuliere organisatie van een overheidsinstelling, waaraan de rechthebbende op de vereiste wijze volmacht heeft gegeven om voor hem te handelen, gericht tot de bevoegde Duitse instanties, ook die bedragen betrokken worden, waarvan bewezen kan worden, dat zij tijdelijk door de rechthebbende of zijn werkgever te zijnen gunste op een rekening bij een financiële instelling, gevestigd in het gebied van de Bondsrepubliek of in Berlijn (West), waren gestort. Aan de bevoegde Duitse autoriteiten blijft het recht voorbehouden de mogelijkheid van een vluggere betaling naar het buitenland in gevallen van hardheid in welwillende overweging te nemen. (2) De crediteur kan te allen tijde verlangen, dat de debiteur het resterende bedrag, hetwelk nog niet naar het buitenland is overgemaakt, binnen drie maanden na zijn desbetreffend verzoek, in D. mark betaalt.