Meststoffenwet

MW

Huidige tekst

Artikel 23 MW

Geldt sinds 22 december 2022

  1. 1

    Het op het bedrijf rustende varkensrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in artikel 19, komt overeen met het varkensrecht zoals dat onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip voor het bedrijf gold op grond van de Wet herstructurering varkenshouderij.

  2. 2

    Het op het bedrijf rustende pluimveerecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in artikel 20, eerste lid, komt overeen met het pluimveerecht, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, zoals dat onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip voor het bedrijf gold op grond van deze wet, met dien verstande dat de kilogrammen fosfaat worden omgerekend naar pluimvee-eenheden. Voor deze omrekening komt 0,5 kilogram fosfaat overeen met 1 pluimvee-eenheid.

  3. 3

    Het op het bedrijf rustende fosfaatrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in artikel 21b, eerste lid, wordt door Onze Minister vastgesteld en komt overeen met de forfaitaire productie van dierlijke meststoffen in een kalenderjaar door melkvee dat op 2 juli 2015 op het bedrijf is gehouden en krachtens artikel 2.4, eventueel in samenhang met artikel 6.4, eerste lid, van de Wet dieren gestelde regels (I&R) is geregistreerd. Artikel 21a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Indien een landbouwer voor een datum die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, meldt en aantoont dat tussen 2 juli 2015 en 1 januari 2018 een beëindigd bedrijf is overgenomen, wordt het fosfaatrecht, bedoeld in het derde lid, verhoogd, met het fosfaatrecht dat voor dit beëindigde bedrijf bij continuering, krachtens het derde lid zou zijn vastgesteld. Bij een gedeeltelijke overname vindt de verhoging naar rato plaats.

  5. 5

    Indien een landbouwer voor een datum die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, meldt en aantoont dat hij op 2 juli 2015 melkvee had uitgeschaard, wordt het fosfaatrecht, bedoeld in het derde lid, verhoogd en wordt het fosfaatrecht van de landbouwer die dat melkvee op die datum had ingeschaard, met diens instemming verlaagd. Deze verhoging onderscheidenlijk verlaging komt overeen met de forfaitaire productie van dierlijke meststoffen van het aantal uitgeschaarde onderscheidenlijk ingeschaarde stuks melkvee.

  6. 6

    Indien een landbouwer voor een datum die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, meldt en aantoont dat het krachtens het derde lid op het bedrijf rustende fosfaatrecht minimaal vijf procent lager is door bouwwerkzaamheden, diergezondheidsproblemen, ziekte, ziekte of overlijden van een persoon van het samenwerkingsverband van de landbouwer of een bloed- of aanverwant in de eerste graad, of vernieling van de melkveestallen, wordt door Onze Minister het fosfaatrecht bepaald aan de hand van het melkvee waarover deze landbouwer zonder deze buitengewone omstandigheden zou hebben beschikt.

  7. 7

    Een melding als bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.

  8. 8

    Onze Minister van Economische Zaken maakt binnen zes maanden na de vaststelling van het op het bedrijf rustende fosfaatrecht de gegevens, bedoeld in paragraaf 3.2.7, onderdeel 104, van de staatssteunrichtsnoeren ten behoeve van milieubescherming en energie (PbEU 2014, C 200) bekend. Deze gegevens blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

  9. 9

    Ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen verhoogt Onze Minister het op het bedrijf rustende fosfaatrecht met ingang van het tijdstip waarop het verbod, bedoeld in artikel 21b, eerste lid, in werking treedt, tot een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde omvang, indien kan worden vastgesteld dat het bedrijf behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur omschreven categorie van bedrijven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor het verkrijgen van een verhoging als bedoeld in de eerste volzin.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:78Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2026 (civiel recht)

    Agrarische erfpacht. Aanspraak van de erfverpachter met betrekking tot fosfaatrechten? In welke zin moet de regel van aanvullend recht met betrekking tot pacht en fosfaatrechten worden opgevat?…

  • ECLI:NL:PHR:2023:576Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2023 (civiel recht)

    Pachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten. Rechtspraak van de pachtkamer van het gerechtshof m.b.t. aanspraak van verpachter op overdracht…

  • ECLI:NL:HR:2013:906Hoge Raad, 8 oktober 2013 (strafrecht)

    Economische zaak. Meststoffenwet. Pluimveerechten. Bureau Heffingen. Beroep op art. 1.2 Eerste Protocol EVRM. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2001:AD5493 en ECLI:NL:HR:1999:ZC2975. De in het middel bedoelde…

  • ECLI:NL:CBB:2026:151College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 april 2026 (bestuursrecht)

    Verzoek om herziening van een besluit. Geen nieuwe feiten en omstandigheden. Afwijzing van het verzoek is niet evident onredelijk.

  • ECLI:NL:CBB:2026:145College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 april 2026 (bestuursrecht)

    Er is geen sprake van een mandaatgebrek. Wel is sprake van schending van de hoorplicht door de minister. Het College passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet…

  • ECLI:NL:RVS:2026:600Raad van State, 4 februari 2026 (omgevingsrecht)

    Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid beslist op een verzoek van de maatschap om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid…

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:4037Rechtbank Overijssel, 29 juli 2024 (strafrecht)

    De rechtbank bepaalt dat aan verdachte geen straf wordt opgelegd. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk produceren van meer fosfaat dan het op zijn bedrijf rustende fosfaatrecht.

  • ECLI:NL:CBB:2024:326College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 mei 2024 (bestuursrecht)

    Afwijzing van het schadevergoedingsverzoek, als bedoeld in artikel 8:90, eerste lid, van de Awb. Causaal verband tussen de gestelde schade en de onrechtmatige besluitvorming niet voldoende…

1.252 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.