Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Huidige tekst

Artikel 7 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Geldt sinds 11 maart 1979

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht van een ieder op billijke en gunstige arbeidsvoorwaarden, die in het bijzonder het volgende waarborgen: (a) Een beloning die alle werknemers als minimum het volgende verschaft: (i) Een billijk loon en gelijke beloning voor werk van gelijke waarde zonder onderscheid van welke aard ook; in het bijzonder dienen aan vrouwen arbeidsvoorwaarden te worden gewaarborgd die niet onderdoen voor die welke op mannen van toepassing zijn, met gelijke beloning voor gelijk werk; (ii) Een behoorlijk levenspeil voor henzelf en hun gezin overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag; (b) Veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden; (c) Gelijke kansen voor een ieder op bevordering in zijn werk naar een passende hogere positie, waarbij geen andere overwegingen mogen gelden dan die van anciënniteit en bekwaamheid; (d) Rustpauzen, vrije tijd en een redelijke duur van de werktijd en periodieke vakanties met behoud van loon, alsmede behoud van loon op algemeen erkende feestdagen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:17Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2017 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Gelijke beloning, maatstaf. Invoering nieuw beloningssysteem; vraag hoe de werknemers moeten worden ingeschaald. Uitleg vordering werknemers.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AT8244Parket bij de Hoge Raad, 21 oktober 2005 (civiel recht)

    Arbeidsgeschil, aanspraak werknemer op suppletie door werkgever van AAW/WAO-uitkering, toetsing aan de eisen van goed werkgeverschap als bedoeld in art. 7:611 BW, beginsel van gelijke beloning voor…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AP0424Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2004 (civiel recht)

    8 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/077HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AP0425Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2004 (civiel recht)

    8 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/133HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1.…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:1381Centrale Raad van Beroep, 2 juli 2020 (ambtenarenrecht)

    De korpschef mocht het verzoek van appellanten om met terugwerkende kracht geplaatst te worden in de functie van Senior afwijzen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Beroep op artikel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:4429Rechtbank Den Haag, 4 mei 2020 (arbeidsrecht)

    Dient de werkgever het zwangerschapsverlof van werkneemster te compenseren voorzover dat zwangerschapsverlof samenvalt met de meivakantie (zijnde een andere vakantie dan de zomervakantie)? De…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:526Centrale Raad van Beroep, 22 februari 2018 (ambtenarenrecht)

    Beëindiging van de bovenwettelijke uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd zonder enige vervangende voorziening voor levert een verboden onderscheid naar leeftijd op als bedoeld in de…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:527Centrale Raad van Beroep, 22 februari 2018 (ambtenarenrecht)

    Beëindiging van de bovenwettelijke uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd zonder enige vervangende voorziening voor levert een verboden onderscheid naar leeftijd op als bedoeld in de…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.