Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Huidige tekst

Artikel 11 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Geldt sinds 11 maart 1979

  1. 1

    De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht van een ieder op een behoorlijke levensstandaard voor zichzelf en zijn gezin, daarbij inbegrepen toereikende voeding, kleding en huisvesting, en op steeds betere levensomstandigheden. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag nemen passende maatregelen om de verwezenlijking van dit recht te verzekeren, daarbij het essentieel belang erkennende van vrijwillige internationale samenwerking.

  2. 2

    De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, het fundamentele recht erkennende van een ieder gevrijwaard te zijn tegen honger, nemen zowel zelfstandig als door middel van internationale samenwerking de maatregelen, waaronder mede begrepen bijzondere programma's, die nodig zijn ten einde: (a) De methoden voor de voortbrenging, verduurzaming en verdeling van voedsel te verbeteren door volledige gebruikmaking van de technische en wetenschappelijke kennis, door het geven van voorlichting omtrent de beginselen der voedingsleer en door het ontwikkelen of reorganiseren van agrarische stelsels op zodanige wijze dat de meest doelmatige ontwikkeling en benutting van natuurlijke hulpbronnen wordt verkregen; (b) Een billijke verdeling van de wereldvoedselvoorraden in verhouding tot de behoefte te verzekeren, daarbij rekening houdende met de problemen van zowel de voedsel invoerende als de voedsel uitvoerende landen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:930Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Poging tot kraken (art. 138a Sr). Voorrang art. 11 IVESCR? (art. 94 Grondwet). Middel over oordeel hof dat toepassing art. 138a Sr niet aan art. 11 IVESCR kan worden getoetst omdat art.…

  • ECLI:NL:HR:1999:AA2899Hoge Raad, 29 september 1999 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:6048Rechtbank Midden-Nederland, 7 november 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening van Aow- pensioen en de verhoging van Aio-aanvulling. Eisers beroepsgronden komen er in de kern op neer dat zij het niet eens zijn met de systematiek van de Aow en de Pw, waarop de…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:7211Rechtbank Gelderland, 28 juli 2025 (civiel recht)

    Executiegeschil nadat de ontruiming feitelijk heeft plaatsgevonden. Ontruiming gehuurde op basis van onjuiste hoogte huurachterstand (bij verstek) toegewezen, verhuurder had met deze onjuiste hoogte…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:5905Rechtbank Midden-Nederland, 9 oktober 2024 (bestuursrecht)

    In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de beslissing om de aanvraag om een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning niet in behandeling te nemen.

  • ECLI:NL:RVS:2024:3674Raad van State, 11 september 2024 (bestuursrecht)

    Bij koninklijk besluit van 20 december 2023, nr. 2023-0000752151 (Stcr. 2023, 35354), heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:12589Rechtbank Den Haag, 27 februari 2024 (bestuursrecht)

    Beroep tegen afwijzing urgentieverklaring. Huisvestingsverordening is niet in strijd met de Huisvestingswet. Afwijzing is niet in strijd met de Grondwet en de door eiser ingeroepen internationale…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:750Rechtbank Midden-Nederland, 16 februari 2024 (bestuursrecht)

    Urgentie - laat geen zelfstandige woonruimte achter - geen aanleiding voor toepassing hardheidsclausule - ongegrond.

87 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.