Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Huidige tekst

Artikel 14 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Geldt sinds 11 maart 1979

Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag en die op het tijdstip waarop hij partij werd in het moederland of in andere onder zijn rechtsmacht vallende gebieden verplicht kosteloos primair onderwijs nog niet heeft kunnen invoeren, verbindt zich binnen twee jaar een tot in bijzonderheden uitgewerkt plan voor de geleidelijke tenuitvoerlegging, binnen een redelijk in dit plan vast te stellen aantal jaren, van het beginsel van verplicht kosteloos primair onderwijs voor allen op te stellen en te aanvaarden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2015:2002Gerechtshof Den Haag, 24 februari 2015 (civiel recht)

    onderwijs allochtone levende talen. Verplichting Staat onderwijs Turkse taal te faciliteren? Uiteenlopende verdragsrechtelijke grondslagen verworpen

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.