Huidige tekst
Artikel II/5-1-1 Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995
Voorschrift II/5-1-1 Verplichte minimumeisen inzake diplomering van hoofdwerktuigkundigen en tweede scheepswerktuigkundigen op vissersvaartuigen met een hoofdvoortstuwingsinstallatie met een vermogen van 3.000 kW of meer 1 Iedere hoofdwerktuigkundige en tweede scheepswerktuigkundige van een zeevissersvaartuig met een hoofdvoortstuwingsinstallatie met een vermogen van 3000 kW of meer moet in het bezit zijn van een vaarbevoegdheidsbewijs. 2 Iedere kandidaat die in aanmerking wil komen voor een bewijs moet: .1 voldoen aan de vereisten inzake diplomering als scheepswerktuigkundige belast met de wacht in de machinekamer op een zeevissersvaartuig met een hoofdvoortstuwingsinstallatie met een vermogen van 750 kW of meer en heeft in die hoedanigheid een goedgekeurde diensttijd buitengaats verricht: .1 van ten minste 12 maanden als bevoegd scheepswerktuigkundige voor diplomering als tweede scheepswerktuigkundige; en .2 van ten minste 36 maanden voor diplomering als hoofdwerktuigkundige; deze periode kan worden bekort tot ten minste 24 maanden, indien ten minste 12 maanden van deze diensttijd buitengaats zijn vervuld als tweede scheepswerktuigkundige; en .2 een goedgekeurde opleiding en training hebben voltooid en voldoen aan de eisen van bekwaamheid omschreven in sectie A-II/5-1-1 van de STCW-F-code.