Huidige tekst
Artikel II/1 Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995
Voorschrift II/1 Verplichte minimumeisen inzake de diplomering van schippers van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer die varen in onbegrensde wateren 1 Iedere schipper van een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer dat vaart in onbegrensde wateren moet over een vaarbevoegdheidsbewijs beschikken. 2 Iedere kandidaat die in aanmerking wil komen voor een bewijs moet: .1 voldoen aan de eisen inzake diplomering van officier belast met de brugwacht op vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer die varen in onbegrensde wateren, en in de hoedanigheid van officier belast met de brugwacht of schipper op een vissersvaartuig met een lengte van ten minste 12 meter een goedgekeurde diensttijd buitengaats hebben vervuld van ten minste 12 maanden. De partij kan evenwel toestaan dat van deze periode een periode van goedgekeurde diensttijd buitengaats van ten hoogste zes maanden wordt vervangen door diensttijd als officier belast met de brugwacht op zeevaartuigen die vallen onder het STCW-verdrag van 1978; en .2 voldoen aan de normen van vaarbevoegdheid omschreven in sectie A-II/1 van de STCW-F-code. 3 Kandidaten die reeds in het bezit zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van het STCW-verdrag van 1978, hoeven niet opnieuw beoordeeld te worden volgens de in sectie A-II/1 van de STCW-F-code vermelde normen van bekwaamheid die vereist waren op een hoger of gelijkwaardig niveau voor de afgifte van het dienovereenkomstige bewijs op grond van het STCW-verdrag van 1978.