Huisvestingswet 2014

Huidige tekst

Artikel 41 Huisvestingswet 2014

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Het is verboden om een bestaande woonruimte behorend tot een met het oog op de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie van woonruimten, die gelegen is in een in die verordening aangewezen gebied zonder vergunning van burgemeester en wethouders, in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die bestaande woonruimte aan de nieuwe eigenaar.

  2. 2

    De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening slechts categorieën van woonruimten als bedoeld in het eerste lid, aanwijzen voor zover: a.dit goedkope en middeldure koopwoningen zijn; b.de woonruimte op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar: 1°. vrij van huur en gebruik was; 2°. in verhuurde of gebruikte staat was voor een periode van minder dan 6 maanden, of 3°. werd verhuurd met een vergunning als bedoeld in het eerste lid. c. de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar ligt na het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

  3. 3

    De gemeenteraad bepaalt in de huisvestingverordening voor welke vormen van het in gebruik geven van een in die verordening aangewezen woonruimte een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval verleend indien: a.de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; b.de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste 12 maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt, of c.de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte.

  4. 4

    Een vergunning als bedoeld in het eerste lid geldt uitsluitend voor die vorm van het in gebruik geven die de gemeenteraad op grond van het derde lid heeft aangewezen in de huisvestingsverordening en waarvoor de vergunning is verleend.

  5. 5

    De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid geven om ontheffing van dat verbod te verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  6. 6

    De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening regels over de wijze van aanvragen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van die vergunning.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4570Rechtbank Noord-Nederland, 12 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boete wegens het zonder vergunning aan derden in gebruik geven van een woning die onder de opkoopbescherming valt. Het college mocht een bestuurlijke boete opleggen. De aangevoerde…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5313Raad van State, 9 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd wegens onzelfstandige bewoning zonder dat daarvoor een…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5314Raad van State, 9 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd. [appellante] is eigenaar en verhuurder…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:4072Rechtbank Rotterdam, 25 maart 2026 (bestuursrecht)

    VARIA. Deze zaak gaat over het besluit van het college om aan eiser een bestuurlijke waarschuwing te geven wegens overtreding van de regels over de opkoopbescherming. De rechtbank komt in deze…

  • ECLI:NL:RVS:2026:737Raad van State, 11 februari 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00. [appellant] is eigenaar van de woning aan de…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:14646Rechtbank Rotterdam, 8 december 2025 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening hangende de bezwaren tegen drie besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam om aan verzoekster lasten onder dwangsom op te leggen in…

  • ECLI:NL:RVS:2025:4232Raad van State, 3 september 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een boete opgelegd van € 10.000,00 voor het in gebruik geven van een woning aan een persoon…

  • ECLI:NL:RVS:2025:4233Raad van State, 3 september 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een boete opgelegd van € 10.000,00 voor het in gebruik geven van een woning aan een persoon…

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.