Huisvestingswet 2014

Huidige tekst

Artikel 14 Huisvestingswet 2014

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    In de huisvestingsverordening kan de gemeenteraad bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een tot de gemeente behorende kern voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte voor zover de gemeente als gevolg van regels gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2.24 van de Omgevingswet of bij een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.22 van de Omgevingswet geringe of geen mogelijkheden heeft tot uitbreiding van de woonruimtevoorraad.

  2. 2

    In de huisvestingsverordening kan de gemeenteraad voor zover het een andere gemeente dan die, bedoeld in eerste lid, betreft, bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor ten hoogste 50 procent van een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte, voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente.

  3. 3

    De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat binnen de groep van woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente voorrang wordt gegeven aan in de huisvestingsverordening aangewezen vitale beroepsgroepen. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een aantal van de aangewezen categorieën woonruimte met voorrang kan worden toegewezen aan de vitale beroepsgroepen.

  4. 4

    Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is een woningzoekende: a.economisch gebonden aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente indien hij met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente te vestigen, en b.maatschappelijk gebonden aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente indien hij: 1°. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente te vestigen, of 2°. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente.

  5. 5

    Indien bij het verlenen van huisvestingsvergunningen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 12, tevens voorrang wordt verleend omdat zij economische of maatschappelijke binding als bedoeld in het tweede lid hebben, worden deze huisvestingvergunningen meegeteld bij de percentages, bedoeld in dat lid.

  6. 6

    In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij de verlening van huisvestingsvergunningen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 12, derde lid, uitsluitend voorrang geven als deze woningzoekenden economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio. Bij ministeriële regeling kan nader worden bepaald wanneer een woningzoekende als bedoeld in artikel 12, derde lid, voor de toepassing van dit lid economische of maatschappelijke binding heeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:4400Raad van State, 29 juli 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 20 september 2023…

  • ECLI:NL:RVS:2026:2404Raad van State, 29 april 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont samen met haar beide…

  • ECLI:NL:RVS:2025:6162Raad van State, 17 december 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college an burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In april 2020 is [appellante] met haar…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1750Rechtbank Amsterdam, 19 maart 2025 (bestuursrecht)

    Afwijzing van aanvraag voor een urgentieverklaring. Eiser is alleenstaande man. Eiser heeft drie kinderen, maar die wonen bij hun moeder. Eiser is onder behandeling voor zijn psychische klachten.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:2193Rechtbank Amsterdam, 17 april 2024 (bestuursprocesrecht)

    Aanvraag voor een urgentieverklaring. Schaarse op de Amsterdamse woningmarkt is voldoende onderbouwd door het college. Eiseres voldoet niet aan de bindingseis. Geen sprake van een urgent…

  • ECLI:NL:RBMNE:2023:5179Rechtbank Midden-Nederland, 3 oktober 2023 (bestuursrecht)

    Beroep, aanvraag urgentie medische gronden, in geschil is hardheidsclausule. beroep ongegrond

  • ECLI:NL:RVS:2023:392Raad van State, 1 februari 2023 (bestuursrecht)

    Bij e-mail van 3 april 2020 heeft de Regionale urgentiecommissie Tilburg (hierna: de urgentiecommissie) een aanvraag van [appellant] om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellant] heeft een…

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:5620Rechtbank Midden-Nederland, 21 oktober 2021 (bestuursrecht)

    Urgentie; artikel 14 Huisvestingswet; bindingseisen; hardheidsclausule; ongegrond.

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.