Huisvestingswet 2014

Huidige tekst

Artikel 12 Huisvestingswet 2014

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    In de huisvestingsverordening bepaalt de gemeenteraad dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is.

  2. 2

    De gemeenteraad legt, indien hij toepassing heeft gegeven aan het eerste lid, in de huisvestingsverordening de criteria vast volgens welke de woningzoekenden, bedoeld in dat lid, worden ingedeeld in urgentiecategorieën.

  3. 3

    Tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval: a.woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen; b.woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen dringend woonruimte behoeven; c.woningzoekenden aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend; d.woningzoekenden aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang verlaten; e.woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten; f.woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten; g.woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten; h.woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten; i.woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam uitstappen waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche; en j.woningzoekenden zonder vaste verblijfplaats die deel uitmaken van een gezin met een of meer minderjarige kinderen. Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden gesteld waaraan de woningzoekenden, bedoeld in de eerste volzin, moeten voldoen.

  4. 4

    Indien de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan het eerste lid legt hij in de huisvestingsverordening vast op welke wijze de gemeente voldoet aan de zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling, behoudens in die gevallen dat burgemeester en wethouders daarin op andere wijze voorzien.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:4400Raad van State, 29 juli 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 20 september 2023…

  • ECLI:NL:RVS:2025:6162Raad van State, 17 december 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college an burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In april 2020 is [appellante] met haar…

  • ECLI:NL:RVS:2025:4904Raad van State, 3 oktober 2025 (bestuursrecht)

    [appellante] heeft bij de woningcorporatie Stichting Thuisvester verzocht om een urgentieverklaring. Vervolgens heeft zij vanwege het uitblijven van een reactie op haar verzoek om een…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:28136Rechtbank Den Haag, 3 april 2025 (bestuursrecht)

    Afwijzing urgentieverklaring - belang van het kind - beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1451Rechtbank Amsterdam, 10 maart 2025 (bestuursprocesrecht)

    Urgentieverklaring. Beroep ongegrond. Algemene weigeringsgrond. Geen urgent huisvestingsprobleem. Geen sociale urgentie. Geen hardheid.

  • ECLI:NL:RVS:2023:412Raad van State, 1 februari 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 april 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft bij het…

  • ECLI:NL:RVS:2022:2259Raad van State, 3 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is tijdens zijn studie in…

  • ECLI:NL:RVS:2022:1319Raad van State, 4 mei 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 7 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een urgentieverklaring…

36 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.