Faillissementswet BES

Huidige tekst

Artikel 244 Faillissementswet BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verleening van surséance ter griffie is nedergelegd, kan de rechter in eersten aanleg, bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in artikel 209 bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval hij tevens zal vaststellen: 1°. den dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surséance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend; 2°. dag en uur, waarop over het aangeboden akkoord zal worden geraadpleegd en beslist.

  2. 2

    Tusschen de dagen, onder 1e en 2e vermeld, moeten tenminste veertien dagen verloopen.

  3. 3

    Indien de rechter in eersten aanleg van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of het ontwerp van akkoord niet tegelijk met het verzoekschrift tot het verleenen van surséance ter griffie is nedergelegd, zal hij, bewindvoerders gehoord, de dagen en uren, in het eerste lid bedoeld, vaststellen zoodra de beschikking, waarbij de surséance definitief is verleend, kracht van gewijsde heeft gekregen of, indien het ontwerp van akkoord eerst daarna ter griffie is nedergelegd, dadelijk na die nederlegging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.