Faillissementswet BES

Huidige tekst

Artikel 206 Faillissementswet BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Het verzoekschrift met bijbehorende stukken wordt ter griffie van het gerecht in eerste aanleg, in het in het eerste lid van het voorgaande artikel bedoelde openbaar lichaam, neergelegd. De nederlegging geschiedt kosteloos.

  2. 2

    De rechter in eersten aanleg zal dadelijk de gevraagde surséance voorloopig verleenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met den schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt hij, dat de bekende schuldeischers, benevens de schuldenaar, tegen een door hem op korten termijn bepaalden dag, door den griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verleenen van de gevraagde surséance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:19Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17 april 2026 (civiel recht)

    Voorlopige surseance van betaling.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.