Huidige tekst
Artikel 13 AETR
- 1
Indien het controleapparaat defect raakt of slecht functioneert, laat de werkgever het repareren door een erkende installateur of werkplaats zodra de omstandigheden dat toelaten. Indien het voertuig niet binnen één week, te rekenen vanaf de datum waarop het apparaat defect raakte of ontdekt werd dat het slecht functioneert, kan terugkeren naar de standplaats, wordt de reparatie onderweg uitgevoerd. Op basis van door de Overeenkomstsluitende Partijen genomen maatregelen kunnen de bevoegde autoriteiten gemachtigd worden het gebruik van het voertuig te verbieden in gevallen waarin het defecte of slecht functionerende apparaat niet is hersteld zoals voorzien in de voorgaande leden. 2 a. Indien het apparaat buiten gebruik of defect is, noteert de bestuurder op het registratieblad of de registratiebladen, dan wel op een bij het registratieblad of de bestuurderskaart te voegen geschikt blad gegevens waarmee hij kan worden geïdentificeerd (naam en nummer van zijn rijbewijs of naam en nummer van zijn bestuurderskaart), en zijn handtekening alsmede alle informatie over de verscheidene tijdvakken die niet meer zijn geregistreerd of niet meer correct met het controle apparaat zijn afgedrukt. b. Wanneer een bestuurderskaart beschadigd is, defect is, verloren of ontvreemd is, of niet in het bezit van de bestuurder is, handelt de bestuurder als volgt: i. hij drukt bij de aanvang van zijn reis de gegevens af van het voertuig dat hij bestuurt en vult op die afdruk het volgende in: – gegevens waarmee de bestuurder kan worden geïdentificeerd (naam en nummer van zijn rijbewijs of naam en nummer van zijn bestuurderskaart), alsmede zijn handtekening; – de in artikel 12, paragraaf 3, tweede inspringing, onderdelen b, c en d bedoelde tijdvakken; ii. hij drukt na beëindiging van zijn reis de informatie af die betrekking heeft op de tijdvakken die door het controle apparaat zijn geregistreerd, registreert alle tijdvakken van andere werkzaamheden, beschikbaarheid en de rust genomen sedert de bij de aanvang van de reis gemaakte afdruk, wanneer deze niet door de tachograaf zijn geregistreerd, en noteert in dat document de gegevens waarmee de bestuurder kan worden geïdentificeerd (naam en nummer van zijn rijbewijs of naam en nummer van zijn bestuurderskaart), alsmede zijn handtekening. 3 Indien een bestuurderskaart beschadigd is of niet functioneert, doet de bestuurder de kaart toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waarin hij zijn normale woonplaats heeft. Van ontvreemding van de bestuurderskaart wordt formeel aangifte gedaan bij de bevoegde autoriteiten van de Staat waar de ontvreemding heeft plaatsgevonden. Bij verlies van de bestuurderskaart dient een formele verklaring te worden afgelegd bij de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij die de kaart hebben afgegeven en bij de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waar hij zijn normale woonplaats heeft, indien dit een andere Partij betreft. De bestuurder kan ten hoogste vijftien kalenderdagen zonder bestuurderskaart blijven rijden of langer indien dit nodig is om het voertuig te laten terugkeren naar de standplaats, mits de bestuurder kan aantonen dat het onmogelijk is de kaart in die periode te tonen of te gebruiken. Indien de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waar de bestuurder zijn normale woonplaats heeft niet dezelfde zijn als die welke zijn kaart hebben afgegeven en de laatstbedoelde verzocht worden de bestuurderskaart te verlengen, vervangen of om te wisselen, stellen zij de autoriteiten die de oude kaart hebben afgegeven in kennis van de precieze redenen voor de verlenging, vervanging of omwisseling.