Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR)

AETR

Huidige tekst

Artikel 12 AETR

Geldt sinds 20 september 2010

  1. 1

    De bestuurders gebruiken geen vuile of beschadigde registratiebladen of bestuurderskaarten. De bladen of bestuurderskaarten worden daartoe op de juiste wijze beschermd. Bij beschadiging van een blad of bestuurderskaart waarop gegevens zijn geregistreerd, voegen de bestuurders het beschadigde blad of de beschadigde kaart bij een reserveblad of een tijdelijk blad dat ter vervanging wordt gebruikt. Indien de bestuurderskaart beschadigd is, slecht functioneert of verloren of ontvreemd is, verzoekt de bestuurder de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waar hij zijn normale woonplaats heeft binnen zeven kalenderdagen om een vervangend exemplaar. Indien een bestuurder zijn bestuurderskaart wenst te verlengen, dient hij uiterlijk 15 werkdagen voor het verstrijken van de geldigheid van de kaart een verzoek in bij de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waarin hij zijn normale woonplaats heeft. 2 a. De bestuurders dienen voor elke dag waarop zij rijden de registratiebladen of bestuurderskaart te gebruiken vanaf het tijdstip waarop zij het voertuig overnemen. Het registratieblad of de bestuurderskaart wordt niet uit het apparaat genomen vóór het einde van de dagelijkse werktijd, tenzij dit anderszins is toegestaan. Een registratieblad of bestuurderskaart mag niet worden gebruikt voor een langere periode dan waarvoor deze is bedoeld. Wanneer zich aan boord van een voertuig dat is uitgerust met een controle apparaat in overeenstemming met Aanhangsel 1B meer dan één bestuurder bevindt, dient elke bestuurder ervoor te zorgen dat zijn bestuurderskaart in de juiste sleuf in de tachograaf wordt geplaatst. b. Wanneer een bestuurder na afwezigheid uit het voertuig niet in staat is het in het voertuig geïnstalleerde controle apparaat te gebruiken, dienen de tijdvakken vermeld in paragraaf 3, tweede inspringing, b, c en d hieronder: i. indien het voertuig is uitgerust met een controle apparaat in overeenstemming met Aanhangsel 1, leesbaar en zonder bevuiling van het blad, hetzij handmatig, via automatische opname of andere middelen op het registratieblad te worden aangetekend; of ii. indien het voertuig is uitgerust met een controle apparaat in overeenstemming met Aanhangsel 1B, met gebruikmaking van de in controle apparaat aanwezige handmatige invoervoorziening op de bestuurderskaart te worden aangetekend. c. De bestuurders brengen op de registratiebladen de noodzakelijke wijzigingen aan indien er aan boord van het voertuig meer dan één bestuurder is en wel zodanig dat de in paragraaf 3, tweede inspringing, onderdelen b, c en d hieronder, bedoelde informatie wordt geregistreerd op het registratieblad van de bestuurder die daadwerkelijk rijdt. 3 De bestuurders: – zorgen ervoor dat de op het blad geregistreerde tijdstippen overeenkomen met de officiële tijd van het land waar het voertuig ingeschreven is. – bedienen de schakelmechanismen waarmee de volgende tijdscategorieën afzonderlijk en duidelijk worden vastgelegd: a.onder het teken of 1) Symbolen gebruikt voor de digitale tachograaf. : de rijtijd; b.onder het teken of 1 Symbolen gebruikt voor de digitale tachograaf. : alle overige werktijden; c.onder het teken of 1 Symbolen gebruikt voor de digitale tachograaf. : de beschikbaarheidstijden, te weten: – de wachttijd, dat wil zeggen de tijd gedurende welke de bestuurders slechts op hun post behoeven te blijven voor het beantwoorden van eventuele telefonische oproepen om het voertuig (weer) te gaan besturen of andere werkzaamheden te verrichten; – de naast de bestuurder doorgebrachte tijd terwijl het voertuig rijdt; – de op een slaapbank doorgebrachte tijd terwijl het voertuig rijdt; d.onder het teken of 1 Symbolen gebruikt voor de digitale tachograaf. : de onderbrekingen van de werkzaamheden en de dagelijkse rustperioden. 4 Elke Overeenkomstsluitende Partij kan toestaan dat alle in het derde lid, tweede streepje, onderdelen b en c, bedoelde tijden op de in de op haar grondgebied ingeschreven voertuigen gebruikte registratiebladen onder het teken worden geregistreerd. 5 Elk lid van de betrokken bemanning registreert de volgende informatie op zijn registratieblad: a.aan het begin van het gebruik van het blad: zijn achternaam en voornaam; b.de datum en plaats waar begonnen wordt met het blad en de datum en plaats waar het gebruik ervan eindigt; c.het registratienummer van elk voertuig waaraan hij is toegewezen, zowel bij het begin van de eerste rit die geregistreerd wordt op het blad en vervolgens, indien hij van voertuig wisselt tijdens het gebruik van het blad; d.de stand van de kilometerteller: aan het begin van de eerste rit die op het blad wordt geregistreerd, aan het eind van de laatste rit die op het blad wordt geregistreerd, indien hij van voertuig wisselt tijdens een werkdag (stand in het voertuig waaraan hij was toegewezen en de stand in het volgende voertuig waaraan hij is toegewezen); e.indien relevant, het tijdstip waarop van voertuig werd gewisseld. 5 bis De bestuurder voert in het controleapparaat in overeenstemming met aanhangsel 1B de symbolen in van de landen waarin hij zijn dagelijkse werktijd begint en eindigt. Het invoeren van de bovengenoemde gegevens wordt geactiveerd door de bestuurder en kan geheel handmatig of automatisch geschieden, indien het controleapparaat gekoppeld is aan een satellietvolgsysteem. 6 Het controleapparaat omschreven in aanhangsel 1 wordt zodanig vormgegeven dat het voor een bevoegde functionaris die belast is met de inspectie mogelijk is zo nodig na het openen van de apparatuur het geen geregistreerd is met betrekking tot de negen aan de inspectie voorgaande uren af te lezen zonder het blad permanent te vervormen, beschadigen of vuil te maken. Het apparaat is voorts zodanig vormgegeven dat het zonder de behuizing te openen mogelijk is te controleren of er registratie plaatsvindt. 7 a. Een bestuurder die een voertuig bestuurt dat is uitgerust met een controle apparaat in overeenstemming met Aanhangsel 1, dient te allen tijde op verzoek van een functionaris die belast is met de controle het volgende te tonen: i. de registratiebladen van de lopende week en die welke de bestuurder de 15 voorgaande kalenderdagen heeft gebruikt; ii. de bestuurderskaart indien hij er een bezit; en iii. elke handmatige registratie en afdruk gemaakt tijdens de lopende week en de 15 voorgaande kalenderdagen, als vereist ingevolge deze Overeenkomst. Vanaf de in artikel 13bis van deze Overeenkomst vermelde toepassingsdatum dienen de onder i en iii vermelde tijdvakken betrekking te hebben op de huidige dag en de 28 voorgaande kalenderdagen. b. Een bestuurder die een voertuig bestuurt dat is uitgerust met een controle apparaat in overeenstemming met Aanhangsel 1B, dient te allen tijde op verzoek van een functionaris die belast is met de controle het volgende te tonen: i. de bestuurderskaart waarvan hij de houder is; ii. elke handmatige registratie en afdruk gemaakt tijdens de lopende week en de 15 voorgaande kalenderdagen, als vereist ingevolge deze Overeenkomst; iii. de registratiebladen die op hetzelfde tijdvak betrekking hebben als het blad bedoeld in de voorgaande subparagraaf, gedurende hetwelk hij een voertuig bestuurde dat is uitgerust met een controle apparaat in overeenstemming met Aanhangsel 1. Vanaf de in artikel 13bis van deze Overeenkomst vermelde toepassingsdatum dienen de onder ii vermelde tijdvakken betrekking te hebben op de huidige dag en de 28 voorgaande kalenderdagen. c. Een bevoegd functionaris die belast is met de inspectie kan de naleving van de Overeenkomst controleren door middel van een onderzoek van de registratiebladen, van de getoonde of afgedrukte gegevens die door het controleapparaat zijn geregistreerd of via de bestuurderskaart of bij ontbreken daarvan door een onderzoek van andere ondersteunende documenten, die het niet-naleven van een bepaling zoals die welke zijn neergelegd in artikel 13, tweede en derde lid, rechtvaardigen. 8 Het is verboden gegevens te vervalsen, uit te wissen of te vernietigen, die zijn vastgelegd op het registratieblad, opgeslagen in het controleapparaat of op de bestuurderskaart of op afdrukken van het controleapparaat zoals omschreven in aanhangsel 1B. Hetzelfde geldt voor elke manipulatie met het controleapparaat, het registratieblad of de bestuurderskaart die kan leiden tot vervalsing, achterwege laten of vernietiging van gegevens en/of afgedrukte informatie. Er mag geen enkel apparaat in het voertuig aanwezig zijn dat gebruikt zou kunnen worden voor de genoemde vormen van manipulatie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.